artikel

Inkoop aanjager voor verduurzaming

Algemeen

Inkoop aanjager voor verduurzaming

Op 18 mei werd ISO 20400 voor maatschappelijk verantwoord inkopen gelanceerd. Deze internationale richtlijn draagt bij aan verduurzaming door een duidelijke koppeling te maken tussen duurzaamheidsbeleid en inkooppraktijk, zodat bedrijven en organisaties het krachtige middel inkoop volledig kunnen benutten. Dit artikel komt uit de printuitgave van VMT 14.

In de voedingsmiddelensector speelt er veel op het vlak van verduurzaming: van een scala aan keurmerken en ronde tafels tot disclosure tools die leveringsketens en de hieraan gekoppelde impact inzichtelijk maken. Hoewel de inspanningen niet zonder resultaat zijn, blijft de kracht van inkoop vaak onder de volle potentie. Dit ligt niet zozeer aan een gebrek aan duurzaamheidsambities bij organisaties of aan de kwaliteit van de inkoopafdeling, maar aan het ontbreken van een coherente verbinding tussen deze twee. Daarom is ISO 20400 in het leven geroepen. Dat het een ISO-richtlijn is, wil zeggen dat er internationale consensus is over de inhoud. Die is bovendien afgestemd met andere wereldwijd opererende organisaties, zoals het United Nations Environment Programme (UNEP) en UN Guiding Principles on Business and Human Rights. Ruim veertig landen deden mee aan de totstandkoming van dit document, waaronder belangrijke grondstofproducerende landen zoals Brazilië. In figuur 1 is het principe van de koppeling tussen duurzaamheidsambities en inkoop toegelicht. Uitgangspunt van mvi is het mvo-beleid van de organisatie. Via inkoopbeleid en -strategie worden de mvo-doelstellingen gekoppeld aan mvidoelstellingen, die aansluiten bij de inkooppraktijk en daarin verankerd zijn. Het inkoopbeleid relateert hierbij vaak aan onder meer visie, missie en waardedoelen van de organisatie, terwijl in de inkoopstrategie de manier is vastgelegd waarop de intenties in het inkoopbeleid worden behaald. Denk aan het opstellen van de juiste metrics of kpi’s met betrekking tot de mvi-doelstellingen of het laten terugkomen van mvi-doelstellingen in taakomschrijvingen, collectieve en individuele prestatiebeloningen en recruitmentprogramma’s. Omdat ISO 20400 een richtlijn is en geen norm, is hij niet certificeerbaar. Hij is bedoeld voor (pro)actieve organisaties die uit eigen motivatie bedrijfsdoelen willen behalen. Er is een duidelijk verband met ISO 26000 (Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen), maar het is niet zozeer een richtlijn die het thema duurzaamheid uitlegt. Wat duurzaamheid inhoudt, verschilt immers per onderneming en moeten ondernemingen voor zichzelf definiëren. Met de aanschaf van deze managementhand leiding is voor de onderneming dan ook de kous niet af. Zij vindt er inspiratie in voor invulling in de eigen organisatie.

Toegevoegde waarde

Er zijn verschillende drijfveren om juist inkoop te gebruiken voor verdere verduurzaming. De motivatie verschilt per organisatie en kan variëren van persoonlijke motivatie om de impact van de keten te verlagen of het voorkomen van medeplichtigheid – risicomanagement –, tot het zekerstellen van kwalitatieve levering of het verbeteren van de eigen performance. Ter illustratie een voorbeeld van een Nederlandse vestiging van een food- en agrimultinational die maatschappelijk verantwoord inkopen in brede zin heeft opgepakt. Een van de onderwerpen waaraan het bedrijf in het mvo-beleid hoge prioriteit heeft gegeven, is afval. In de sector kan immers enorme winst worden behaald door afvalreductie. Door hier een bedrijfsbreed speerpunt van te maken – dus ook voor inkoop – is de lokale vestiging van het bedrijf in gesprek gegaan met de leverancier van een van de ingekochte producten. Onderwerp was terugname en verdere verwaarding van het ingekochte product of een deel ervan na gebruik – en daarmee dus afvalreductie. Een ongebruikelijke en interessante dialoog, omdat inkoop en verkoop ineens op een totaal andere manier tegenover elkaar staan: veel meer vanuit de samenwerking waarbij gezamenlijk verschillende vraagstukken werden behandeld. En daarbij bovendien met een heel andere optiek kijkend naar het ingekochte product, dat ineens in de richting van een dienst verschuift. Dat in een dergelijke samenwerking op de achtergrond de commercie van belang blijft, is geen probleem. Zolang de belangen voor beide organisaties maar helder zijn en gezamenlijk nagestreefd worden. En het mag voor zich spreken dat dergelijke gesprekken alleen vruchten afwerpen als ze door de hele organisatie worden gesteund.

Take aways

Om vlot van start te kunnen gaan met mvi, volgen hier enkele take aways uit de richtlijn. Onontbeerlijk is allereerst het hebben van inzicht in de eigen inkooppraktijk en de leveringsketen. Welke krachten en belangen spelen er? Waar komen de producten vandaan en welke issues spelen aldaar? Om inzicht te krijgen, is het van groot belang de interne stakeholders – van topmanagement tot inkoper – er vanaf de start bij te betrekken. Dit versterkt bovendien het draagvlak. De bereidheid mvi te omarmen werkt twee kanten op: voor management om inzicht te krijgen in inkooppraktijk en leveringsketen, en voor de inkoper om zich zeker te stellen dat zijn inspanningen weerklank vinden en worden beloond. Ten tweede: stel een visie en beleid op voor mvi. Kijk hierbij naar de eigen organisatie en duurzaamheidsdoelstellingen, maar ook naar wat er verder in de wereld speelt. Borg dat je op de hoogte blijft van laatste ontwikkelingen rond ingekochte producten: wie zijn hierin gesprekspartner en welke bronnen worden gebruikt om informatie in te winnen? Maak het vervolgens voor jezelf en de organisatie concreet (de materialisatie). Vraag je af welke thema’s voor de onder neming toonaangevend zijn en maak hier speerpunten van. Dit geeft houvast voor een passende aanpak bij elk thema. Neemt de organisatie het voortouw – bijvoorbeeld één-op-één met een leverancier of een groep leveranciers – of is een sectorale aanpak passender? Hierbij speelt de context van de organisatie een belangrijke rol. Er kan daarbij worden gedacht aan de complexiteit van de leveringsketen, maar bijvoorbeeld ook aan de invloed van het mededingingsrecht.

Draadkracht

ISO 20400 geeft als richtlijn breedgedragen randvoorwaarden voor het oplijnen van de eigen organisatie om mvi in de praktijk te borgen. Hoewel de inhoudelijke impact hoger in de keten wordt gereduceerd, focust de richtlijn op de inkopende organisatie zelf. Deze keuze werkt daadkracht van de inkopende organisatie in de hand, omdat ze afhankelijkheid van derden, zoals een onwillende markt of leverancier om stappen te maken in mvi, van zich afschuift.

 

Dit artikel verscheen in de printuitgave van VMT 14 binnen het thema Duurzaamheid en MVO.

Reageer op dit artikel