artikel

Bedrijfsscholen in opmars

Algemeen

Goed opgeleide operators zijn steeds moeilijker te vinden. Het antwoord van de industrie hierop is de medewerkers zelf opleiden in een eigen bedrijfsschool. Vezet ervaart dat dit een goede manier is om hen te boeien en te binden. Huijbregts zegt dat zijn bedrijfsschool zelfs geld oplevert omdat de fabriek daardoor efficiënter draait met minder afkeur. Dit artikel komt uit de printuitgave van VMT 8

“We zien de trend dat steeds meer technische bedrijven een eigen bedrijfsschool opstarten”, zegt Roel Greutink, manager Business Development bij ROVC Technische opleidingen. “Zij gebruiken de bedrijfsschool als unique selling point om medewerkers binnen te halen. Bovendien zijn ze dan een aantrekkelijke werkgever voor de medewerkers die al in dienst zijn.” Greutink ziet dat technische bedrijven hierin vooroplopen. De voedingsmiddelenindustrie neigt er nog naar operators losse cursussen aan te bieden. Greutink: “Ik denk dat ze het ingewikkeld vinden om een bedrijfsschool op te zetten. Welke modules bied je dan aan? En hoe ga je dat organiseren? Maar ze hoeven het wiel niet alleen uit te vinden. Ze kunnen de samenwerking zoeken met bedrijven in de omgeving. Samen hebben ze al snel een klas vol. En de lessen kunnen worden ge geven door de opleidingsinstituten en de leveranciers. Alles bij elkaar is het minder moeilijk dan dat het lijkt.”

 

Eigen docent

Huijbregts Groep, menger van poeders voor de levensmiddelenindustrie, startte in 2002 met een bedrijfsschool. “We hadden toen plannen om een nieuwe hightechfabriek te bouwen”, vertelt directeur Frans Huijbregts. “Dit betekende dat zo’n honderd medewerkers bijgeschoold moesten worden. Ik wilde dat graag zelf doen, omdat wij de juiste kennis in huis hebben. Bovendien was ik er toen al van overtuigd dat medewerkers een leven lang de kans moeten krijgen om te leren. Een bedrijfsschool past daarbij.” Huijbregts zocht de samenwerking met opleidingsinstituten en richtte de fabriek zo in dat ze ook geschikt is als leerplek. De productie is bijvoorbeeld verspreid over meerdere lijnen. Daardoor is het altijd mogelijk een lijn wat langzamer te zetten, zodat een praktijkbegeleider iets kan uitleggen. In 2012 nam Huijbregts een docent in dienst die zich fulltime bezighoudt met opleiden. In de toekomst wil hij een tweede docent aannemen. Het bedrijf gaat namelijk een internationaliseringsslag maken en dat vraagt om extra scholing.

 

Meer bevoegdheden

De medewerkers van Huijbregts kunnen verschillende opleidingen volgen, zoals een taalcursus Nederlands of een mboopleiding Foodoperator op niveau 2, 3 of 4. Huijbregts ziet het als een voordeel dat een eigen docent deze opleidingen doet. “Mensen uit het buitenland die hier komen werken, moeten niet alleen de taal leren”, zegt hij. “Het is ook belangrijk dat ze de Nederlandse cultuur leren kennen en de cultuur van ons bedrijf. In hun dagelijkse werk lopen ze tegen problemen aan of begrijpen ze niet altijd wat we bedoelen. Het is prettig dat ze onder werktijd even bij de docent kunnen binnenlopen. Hij kan hen meteen de juiste uitleg geven.” De medewerkers krijgen vervolgens een functie die past bij hun opleidingsniveau en hun competenties. “We geven medewerkers geen functiezekerheid maar werkzekerheid”, zegt Huijbregts. “Ongeschoolde medewerkers die we net hebben aangenomen, mogen nog vrijwel niets. Zij star ten met een inwerkprogramma. Naarmate zij meer aan scholing doen, krijgen zij meer bevoegdheden. Zo kunnen zij doorgroeien.”

 

Beter imago

Het groente- en fruitverwerkende bedrijf Koninklijke Vezet heeft sinds 2010 een bedrijfsschool. “Daar zijn we mee begonnen omdat er een enorme schaarste aan operators was”, vertelt hr-manager Ronald Woerden. “Voor het opzetten van de bedrijfsschool hebben we de samenwerking gezocht met bedrijven uit de omgeving. Door de crisis kregen we de handen niet op elkaar. Daarom hebben we besloten om het zelf te doen. Dit heeft erg goed uitgepakt. Het heeft ons imago een enorme boost gegeven. Mensen willen graag bij ons werken, omdat ze weten dat ze hier een goede opleiding kunnen krijgen.” Vezet laat de lessen geven door docenten, onder andere van het Clusius College in Alkmaar. Hiervoor heeft het bedrijf een lokaal ingericht met 25 laptops. Bovendien zijn er 14 praktijk begeleiders in dienst, medewerkers die het leuk vinden om naast hun gewone werkzaamheden leerlingen te begeleiden op de werkvloer. De medewerkers die de opleiding volgen, gaan één dag in de week naar school. Daarnaast voeren ze opdrachten uit op de werkvloer.

 

Processen herkennen

Huub van Strien, directeur van Litop Opleidingen en adviseur van de Luba Academy, ziet bedrijfsopleidingen als dé opleidingsmethode van de toekomst. “Je kunt leerlingen in een klaslokaal alles leren over een pomp of een warmtewisselaar. Maar met alleen theoretische kennis bakken ze er in de praktijk niets van. De kennis landt pas als ze zien waar die pomp staat en hoe hij werkt. Zo leren ze de processen te herkennen en de theorie in de praktijk te brengen.” Van Strien heeft jarenlang in companytrainingen gegeven aan voedingsmiddelenbedrijven. Dit jaar start hij in samenwerking met tien bedrijven en uitzendbureau Luba met een bedrijfsschool. De medewerkers van deze bedrijven kunnen stap voor stap toewerken naar een erkend diploma. Dit begint met een basistraining over de huisregels en zaken zoals voedselveiligheid en algemene veiligheid. “Die training heb je nodig om bij een bedrijf aan de slag te gaan”, legt Van Strien uit. “Medewerkers die eenmaal in dienst zijn, kunnen een bedrijfsopleiding volgen. Hier leren ze alles over de techniek van het bedrijf. De volgende stap is de volledige vakkennis leren en een proeve van bekwaamheid afleggen. Hiermee behalen ze een branchecertificaat. Ze krijgen een erkend diploma als ze ook nog de algemene vakken Nederlands en rekenen halen.”

 

Samenwerken

Bij de Luba Academy werken tien bedrijven met elkaar samen. De lessen worden telkens bij een ander bedrijf gegeven. Zo krijgen de leerlingen een kijkje in de keuken van de andere bedrijven. Ook de bedrijfsschool van Huijbregts werkt met vijftig andere bedrijven in de omgeving samen en dat bevalt goed. “We kunnen van elkaar leren en samen zijn we sterker dan alleen”, zegt de directeur. “Medewerkers die lessen hebben gevolgd bij andere bedrijven, komen met allerlei nieuwe ideeën terug.” Greutink ziet eveneens dat het krachtig is om met andere bedrijven samen te werken. “Bedrijven in de omgeving hebben vaak veel overeenkomsten. Sommige bedrijven zijn huiverig voor een samenwerking, omdat medewerkers daardoor gemakkelijker de overstap maken naar een ander bedrijf. Ik zou die samenwerking juist als een kans zien. Het houdt je scherp en je ziet daardoor op welke punten je jezelf kunt verbeteren.” Vezet zou graag met bedrijven in de omgeving samenwerken. “We hebben elkaar nodig”, zegt Woerden. “Het voordeel van een samenwerking is dat de operators altijd goed zijn opgeleid, ook als ze jarenlang bij een ander bedrijf in dezelfde omgeving hebben gewerkt.”

 

Loyaliteit

De vraag is wat opleiden oplevert. Medewerkers met een erkend diploma kunnen immers ook bij een ander bedrijf aan de slag en verdwijnen. Woerden merkt dat dat in de praktijk wel meevalt. “We hebben juist veel aan loyaliteit gewonnen”, zegt hij. “Opleiden is een goede manier om medewerkers te boeien en te binden. Onze medewerkers kunnen bij de Vezet Academy een erkend diploma halen. Hiermee laten we zien dat we het opleiden niet alleen voor onszelf doen. We hebben hen echt iets moois te bieden. En medewerkers doen de opleiding alleen als ook de bijbehorende functie beschikbaar is. Na het volgen van een opleiding op niveau 2 worden zij operator. Tijdens de opleiding hebben ze dus iets moois in het verschiet.” Ook Huijbregts ziet zijn medewerkers niet verdwijnen, nadat hij ze heeft opgeleid. “Onze medewerkers zijn ons trouw. Ik denk dat ook andere aspecten daarin een rol spelen, bijvoorbeeld dat we veel medewerkers een vast contract aanbieden.”

 

Efficiënter

Huijbregts geeft aan dat de bedrijfsschool zeker geld heeft opgeleverd. “We werken daardoor een stuk efficiënter en hebben minder afkeur.” Greutink zegt dat dit voor andere bedrijven ook opgaat. “Machines zijn steeds beter geautomatiseerd. Daardoor zie je dat de technische dienst langzaam verdwijnt. Operators zijn zelf in staat om de machine goed af te stellen en te onderhouden. Een opgeleide operator levert zijn geld op, omdat hij op een andere manier naar een machine kijkt. Hij ziet dat de groenten minder goed gesneden zijn en legt meteen de link met de messen die misschien bot worden. Met zijn technische kennis kan hij de machine beter afstellen en sneller ingrijpen als er iets fout dreigt te gaan. Daardoor loopt de lijn sneller, beter en met minder storingen.”

Reageer op dit artikel