artikel

‘Bedrijven te productgericht’

Algemeen

‘Bedrijven te productgericht’

De omzettoename in biologische voedingsmiddelen gaat hand in hand met de groei van het aantal geregistreerde bedrijven bij toezichthouder Stichting Skal Biocontrole.

De organisatie verwelkomde onlangs het vierduizendste biobedrijf. Skal benadrukt de groei goed te kunnen managen. Toch valt de stijging van het aantal ernstige afwijkingen op. Een gesprek met inspecteur Arno Berg en directeur Magreet van Brakel.

Heb je geen verstand van zaken, dan loop je het risico voor de gek te worden gehouden, ondervond Arno Berg. “Ik ging in Wageningen een opleiding volgen om verschillende soorten on gedierte te leren onderscheiden. Dan ben je dus gelijk een heel andere gesprekspartner.” Berg blikt terug op het begin van zijn carrière als inspecteur, die 32 jaar geleden begon bij de toenmalige Keuringsdienst van Waren, tegenwoordig de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA). De kennis die hij hier heeft opgedaan, komt van pas in zijn huidige werk als inspecteur van Skal. Daar voert hij controles uit bij niet-landbouwbedrijven, een categorie die ‘bereiding’ wordt genoemd. “Nee, ik denk niet dat ik hier ooit voor de gek ben gehouden. Opvoeden is een soort spel spelen met je kinderen, zoiets doe je eigenlijk ook met bedrijven.” Dat betekent op zoek gaan naar mogelijke inconsequenties in hun verhaal: gaat het hier om structurele tekortkomingen of is het een incident. Bovendien is het ene incident het andere niet. Je moet ze goed wegen, weet Berg. Met 180 kilometer door de bebouwde kom rijden is iets heel anders dan foutparkeren. “Dat zijn twee heel verschillende afwijkingen.”

Ernstige afwijkingen

Skal onderscheidt drie typen afwijkingen: licht, ernstig en kritiek. Vooral in de middelste categorie is een significante stijging zichtbaar. In 2012 waren er 411 afwijkingen, 687 in 2013, 750 in 2014 en 1.094 (587 bij verwerkers en importeurs) in 2015. Een ernstige afwijking staat op zichzelf en kan invloed hebben op het biologische proces, luidt de definitie van Skal. Het bedrijf krijgt bij deze constatering een hersteltermijn om het probleem op te lossen. Gebeurt dat niet binnen deze termijn, dan belandt de onregelmatigheid in de zwaarste categorie: kritiek.

Skal heeft een aantal verklaringen voor het grote aantal ern stige afwijkingen. Bij 60 procent ging het vorig jaar om herhaalde lichte overtredingen die bedrijven niet op tijd herstelden. In 2014 bedroeg dit percentage nog 32 procent. Veel recidivisten dus. In zijn jaarverslag 2015 waarschuwt Skal dat als dit beeld zich in 2016 voortzet, het aantal ernstige afwijkingen toeneemt. Dit zal leiden tot opschortingen van certificatieprocessen en tot het verlies van certificeringen. De toezichthouder riep in zowel zijn geprinte als digitale nieuwsbrief vorig jaar zomer op om lichte afwijkingen serieus te nemen en ze te verhelpen voor de jaarlijkse inspectie. Ook hield Skal samen met brancheorganisatie Bionext een workshop om dergelijke problemen te voorkomen. De acties lijken effect te sorteren: in het eerste half jaar van 2016 bedroeg het aantal ernstige afwijkingen 428. Een afname vergeleken met de eerste zes maanden van 2015, die vooral te danken is aan bedrijven in de categorie bereiding. Directeur Magreet van Brakel: “Bij bereiding was de afname 20 procent. Het lijkt hier de goede kant op te gaan.”

Aantonen met documenten

De taak van inspecteur Berg is duidelijk: hij moet afwijkingen constateren. Hij gaat er echter niet actief naar op zoek zoals in zijn NVWA-tijd. “Toen was ik echt een speurneus. Ik ging soms letterlijk op handen en voeten met een zaklampje en thermometer op zoek naar onregelmatigheden.” Skal verstaat iets anders onder een inspectie: een bedrijf moet zelf met documenten aantonen dat het aan de biologische wetgeving voldoet. Lukt dit niet, dan ontstaat er een serieus probleem. Skal-inspecteurs volgen de hele productstroom in omgekeerde volgorde: van verkoop weer terug naar aankoop. Alle documenten moeten met elkaar kloppen. Mocht Berg twijfels hebben, dan is er nog atijd het wapen van de onaangekondigde audit.

Voedselfraude

Wanneer er sprake is van doelbewuste voedselfraude, is die echter bijna niet te ontdekken. Bedrijven houden dan hun cijfers immers bewust buiten de boeken. In dat geval is een ketenonderzoek nodig waarbij de NVWA ondersteuning biedt. Mocht er echt sprake zijn van voedselfraude, bijvoorbeeld als een bedrijf meer bio verkoopt dan inkoopt, draagt Skal dit dossier over aan de NVWA. De autoriteit handelt dit dan verder af. Internationale voedselfraude komt gemiddeld twee keer per jaar voor en met name bij veevoeder.

Interne traceerbaarheid

Een veel vaker voorkomend probleem is dat bedrijven bepaalde documenten niet kunnen overleggen. Ze hebben dan de interne traceerbaarheid niet goed op orde. “Ik beoordeel uitgaande en ingaande facturen én uitgaande en ingaande vrachtdocumenten. Deze brondocumenten zijn heel belangrijk. Je moet daarmee namelijk je financiële en voorraadadministratie onderbouwen.” Maar voedingsbedrijven krijgen die niet altijd even makkelijk boven tafel, ondervond Berg tijdens een inspectie bij een foodmultinational. Toen hij hier vroeg naar de aankoopfactuur, vertelden medewerkers hem herhaaldelijk: wij kopen niet aan. Berg was met stomheid geslagen, maar vervolgde zijn inspectie door de fabriek. Tot hij na anderhalf uur bij de afdeling verkoop terechtkwam, die zonder blikken of blozen de aankoopfactuur uitdraaide. “Iedere afdeling doet zijn eigen ding en weet niet wat er in de andere ge ledingen gebeurt. Het zijn allemaal eigen koninkrijkjes. Vergelijk dat eens met een slager die alles zelf moet doen. Daarom zijn ambachtelijke bedrijven ook interessant om te doen.” Uiteindelijk kwam Berg erachter waarom niemand iets van die aankoopfactuur afwist. “Ze kochten aan bij een zusterbedrijf, maar dat wisten ze zelf niet.”

Bio-aanduidingen

Het gebeurt regelmatig dat bio-aanduidingen op documenten, facturen en etiketten niet voldoen aan de wetgeving. In het ergste geval breng je andere ketenpartijen in de problemen. Via brondocumenten geven de schakels aan elkaar door of iets biologisch is of niet. Mocht er één niet kloppen, hoe dat nog niet rampzalig te zijn. “Staat op de aankoopfactuur van bijvoorbeeld aardappelen niet dat het om een biologisch product gaat, maar staat dat bijvoorbeeld wel op het etiket van de jutezakken, dan kan ik die zakken linken aan de vrachtbrief. Die moet dan overeenkomen met de code op het etiket.” Maar het kan ook helemaal fout gaan. “Bij een importeur van biologische olijfolie stond wel biologisch op de verkoopfactuur, maar niet op de aankoopfactuur. Ook op de vrachtbrief was niets terug te vinden”, vertelt Berg. Bovendien was de leverancier wel gecertificeerd, terwijl de importeur geen certificering kon overleggen, aldus de inspecteur. “Maar ik heb niet het gevoel dat dit allemaal bewust is bekokstoofd. We hebben hier niet te maken met een boefje, maar het bedrijf heeft wel een gigaprobleem.”

Ketensamenwerking

Omdat voedselketens zich niet beperken tot de landsgrenzen, opereert Skal steeds internationaler. De toezichthouder participeert in internationale onderzoeken én initieert deze ook zelf. Zo werkt Skal voor import uit niet-EU-landen samen met andere Europese controleorganisaties. “Maar het is uiteindelijk aan de inkopers om ervoor te zorgen dat de vorige stap in de keten aantoonbaar biologisch is.” Die Europese samenwerking mag nog wel intensiever vindt Van Brakel: meer harmonisatie bij risicobepalingen en meer samen optrekken. “Je kunt van elkaar leren door bijvoorbeeld een uniforme manier te hanteren om risico’s te bepalen. Het zou zonde zijn om steeds opnieuw het wiel uit te moeten vinden.”

Meldplicht bedrijven

De internationale samenwerking resulteert in meer internationale meldingen van twijfel over de biologische status van producten die zijn geleverd door Nederlandse gecertificeerde producenten. Bedrijven hebben een meldplicht als ze denken dat er iets niet in de haak is met een product. Vorig jaar ontving Skal 306 meldingen, in 2014 waren dat er nog 191 en in 2016 staat de teller al op 185. Voor de snelle stijging zijn diverse redenen. Naast de toename van het aantal internationale meldingen, zijn er meer monster names, is de export toegenomen en stijgt de omzet van bioproducten, geeft Van Brakel aan. Ze vindt dit geen zorgwekkende ontwikkeling. “Want als je beter kijkt, vind je ook meer afwijkingen.” Omdat met biologische voedingsmiddelen veel geld valt te verdienen, is de sector kwetsbaar voor voedselfraude. De meldingen laten zien dat de sector scherp is in het constateren van eventuele onrechtmatig heden, benadrukt de directeur.

Risicogestuurd toezicht

Het aantal bij Skal gecertificeerde bedrijven neemt steeds verder toe en ligt nu op ongeveer vierduizend, waarvan het merendeel verwerkers en handelaren. De onafhankelijke toezichthouder kan de groei behappen, maar de inspecteurs kunnen niet overal tegelijk zijn, bevestigt Van Brakel. Skal zet daarom in op risicogestuurd toezicht. “Je wilt rotte appels uit de mand halen en de gave exemplaren met rust laten.”

Om de risico’s goed in te schatten, gebruikt de organisatie de laatste analysetechnieken om authenticiteit te bepalen. Ook houdt Skal in zijn prioriteitstelling rekening met de actualiteit. Zo lag quinoa tijdens de hype onder het vergrootglas. “Dit was een aandachtspunt omdat er schaarste zou komen. Dat geeft bedrijven wellicht meer redenen om met het product te rommelen. We kijken altijd scherp als ergens tekorten dreigen te ontstaan”, aldus de Skaldirecteur. Dierenwelzijn is eigenlijk ieder jaar wel een prioriteit. “Omdat dit een motivatie is voor consumenten om biologisch te kopen.”

Packagedeal

Van Brakel is afkomstig uit de voedingsindustrie. Ze was onder meer plantmanager bij Pickwick. Ze wijst op het belang van het op orde hebben van de interne traceerbaarheid in fabrieken. “Maak je bijvoorbeeld zowel biologische als reguliere theeën, dan kan het aardig complex worden. Het is dan zaak je biologische beheerspunten goed te borgen. We schrijven hier veel afwijkingen op.” Inspecteur Berg onderschrijft het wezenlijke belang van interne traceerbaarheid. “Bedrijven zijn te veel productgericht en vergeten soms de administratie eromheen. Factuur, vrachtbon en product: dit is de packagedeal om biologisch aan te tonen.”

Groei biologisch

In 2015 groeide de omzet biologische voedingsmiddelen met 18,5 procent tot 1,3 miljard euro. Daarmee groeide biologisch harder dan de reguliere markt die een groei behaalde van 3 procent, blijkt uit het Bionext Trendrapport biologisch 2015 – juni 2016. Ook in 2016 verwacht Bionext een verdere omzetstijging.

Stichting Skal Biocontrole*

Skal Biocontrole is een zelfstandig bestuursorgaan (ZBO). Het is door het ministerie van Economische Zaken aangewezen om toezicht te houden op de naleving van EU-regelgeving voor biologische productie. Het toezicht bestaat uit drie hoofdonderdelen:

  • Informatievoorziening
    Skal informeert geregistreerde bedrijven over regelgeving en procedures.
  • Inspecteren en certificeren
    Waarnemen en beoordelen van het bedrijfsproces. Certificatie is de beslissing of de ondernemer de aanduiding ‘biologisch’ mag voeren.
  • Handhaven
    Toezicht houden op de naleving van de wetgeving.

*Bron: Skal-jaarverslag 2015

Top-3 ernstige afwijkingen**

De top-3 ernstige afwijkingen bij verwerkers en importeurs 2015 ziet er als volgt uit:

  1. Ingangscontrole: controle op de biostatus van binnenkomende producten is niet structureel aantoonbaar uitgevoerd. Registratie ontbreekt soms deels (143 afwijkingen).
  2. Bio-aanduidingen: aanduidingen op etiketten, begeleidende documenten en facturen voldoen niet aan wetgeving (100 afwijkingen).
  3. Interne productstromen van grondstof tot eindproduct zijn niet volledig inzichtelijk (49 afwijkingen).

**Bron: Skal-jaarverslag 2015

Reageer op dit artikel