artikel

SVA pleit voor Vital en symbolen

Algemeen

SVA pleit voor Vital en symbolen

Stichting Voedselallergie maakt de voedingmiddelenindustrie een groot compliment. Maar alertheid blijft geboden, zegt ze.

De ruim dertig jaar geleden opgerichte patiëntenvereniging is sterk voorstander van VITAL, doet mee aan het iFAAM-project, juicht AlleRiC-meldingen toe en wil graag symbolen op verpakkingen.

Vorig jaar waren er opmerkelijk veel allergenenrecalls. Het doorgeven van de waarschuwingen verloopt rommelig. Soms gaan meldingen via de Stichting Voedselallergie of via het Nederlands Anafylaxis Netwerk (NAN), soms via de krant, of combinaties hiervan. De rol daarin van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) blijft een grijs gebied. De autoriteit speelt geen actieve rol in de bekendmaking van recalls voor allergische consumenten. Na overleg verschijnt sinds kort wel een melding op haar website, maar die wordt niet verder verspreid naar de doelgroep. Gelukkig functioneert de allergenen-alert via de patiëntenorganisaties wel en worden er via sociale media waarschuwingen doorgegeven. Toch mist een aantal allergische patiënten al deze meldingen. Daar is nog een slag te slaan. Een adequaat en helder meldings beleid op korte termijn is een belangrijke SVA-wens.

Boodschappen doen tijdrovend

Doordat Verordening 1169/2011 van kracht is geworden, is informatie op etiketten van verpakkingen duidelijker te lezen en te interpreteren. Voor allergische consumenten is boodschappen doen daardoor een stuk aangenamer. Toch kost hen dit per week nog altijd 40 procent meer tijd – gemiddeld twee uur – dan niet-aller gi – sche consumenten. Etiketten lezen blijft een essen tieel onderdeel van het allergisch dagelijks leven. Het blijft lastig een etiket te maken dat goed leesbaar is en niet voor verwarring zorgt, zeker als er meerdere talen worden gebruikt of teksten voor een deel onzichtbaar zijn door de vorm of vouw van de verpakking.

Nieuwe receptuur onvoldoende

Vaak kiezen SVA-leden voor vertrouwde producten. De trouw aan grote (A-)merken is bij hen groot. Als ze een bepaald product van een fabrikant veilig kunnen eten, zal dit in het koopgedrag ingesleten raken – ook als de ingrediënten worden aangepast in de receptuur. Dat laatste leidt soms tot nare allergische reacties. Blijkbaar moet in dat geval een verpakking visueel echt anders zijn: de vermelding ‘nieuwe receptuur’ is niet duidelijk genoeg voor een groep consumenten. Een voorbeeld daarvan is een bekend merk chips met paprikasmaak dat jaar in jaar uit veilig werd gegeten. Tot de receptuur van het kruidenmengsel veranderde. De chips bevatten toen ineens melk.

Het vertrouwen in deze chips was zo groot dat een aantal allergische consumenten de waarschuwing niet als alarmbel herkenden. Iets dat je jaren eet, gaat toch snel in het winkelmandje. Natuurlijk is er een eigen verantwoordelijkheid, maar het lezen van etiketten van vertrouwde producten lijkt toch te verslappen.

Sporen bevatten

De grootste ergernis en verwarring voor de allergische consument is absoluut het aanvullend etiketteren, zoals ‘kan sporen bevatten van …’ en ‘geproduceerd in een fabriek waar ook …’. De afweging om deze producten wel of niet te kopen is divers: van ‘ik kan dit product altijd veilig eten’ tot totale vermijding van producten met deze waarschuwing. Dergelijke vermeldingen kunnen de keuze voor voedingsmiddelen dus dramatisch beperken. Ook hiervan zijn vele voorbeelden van overetiketteren gemeld, soms hilarisch beschreven in de pers en sociale media.

Uit de medische hoek worden verschillende adviezen gegeven, variërend van: ‘vermijden alle producten met deze aarschuwingsvormen’ tot ‘ach, het valt wel mee in de praktijk; allergenen zitten in deze producten niet vaker dan in producten zonder deze waarschuwing’.

Op dit moment voert de SVA een stevige discussie met de NVWA over aanvullend etiketteren. Nieuwe regelgeving is gemaakt, waardoor het beleid van Nederland zou afwijken van de voorstellen die nu worden geformuleerd op Europees niveau. De SVA is een sterke voorstander van het VITAL-systeem. De grenswaarden voor diverse allergenen zijn goed onderzocht en aangetoond. Onnodige vermijding van voedingsmiddelen wordt zo voorkomen en terechte vermijding wordt zo mogelijk.

Grootste allergenenonderzoek ooit

De SVA draait mee als co-coördinator ethiek in het Europees project iFAAM (integrated approaches to Food Allergen And Allergy Risk Management). Doel van dit grootste onderzoek ooit is op wetenschappelijk bewijs gebouwde benaderingen en tools ontwikkelen voor het managen van allergenen in voedsel. Een onderdeel van iFAAM is klinische validatie van de drempelwaarden voor melk, ei, pinda, hazelnoot en selderij. Dit gebeurt door een eenmalige dosis die gecheckt wordt bij de meest allergische groep patiënten.

De AlleRiC (Allergic Reactions in the Community)-studie is een ander iFAAMonderdeel. Groepen allergische patiënten in Groot-Brittannië die in hun dagelijkse leven worden gevolgd, melden alle allergische reacties die ze meemaken. De verdachte voedingsmiddelen worden onderzocht op de aanwezigheid van het allergeen. Het kan gaan om zowel verpakte als onverpakte levensmiddelen. Ook worden producten in onder meer horeca en kantines meegenomen in het onderzoek.

De meldingen kunnen online worden doorgegeven via een wetenschappelijk onderbouwde vragenlijst. Deze tool is inmiddels in vijf landen geïmplementeerd onder de aangepaste naam AlleRisc. Over een eventuele introductie in Nederland wordt overlegd.

iFAAM stopt per 1 maart 2017. Het einddoel is geharmoniseerde benaderingen te ontwikkelen voor allergenenmanagement in de hele voedselketen en wetenschappelijk onderbouwde managementplannen te ontwerpen voor de allergische consument en zijn dieet.

Symbolen op etiket

Een andere discussie is het toepassen van symbolen voor allergenen op het etiket. Ook hierin speelt de EU een rol. De symbolen voor de etiketten variëren namelijk nogal in ontwerp per lidstaat. Allergische consumenten hebben grote behoefte aan duidelijk herkenbare symbolen die het boodschappen doen aanzienlijk vereenvoudigen, ongeacht in welk land men is. Een werkgroep van de European Federation of Asthma & Allergy Associations (EFA) agendeerde dit bij het Europees Parlement. EFA vertegenwoordigt ruim 50 patiëntenorganisaties in 25 landen. Daarbij is 30 procent van alle Europese allergische patiënten aangesloten. Een aantal leden van het Europees Parlement hebben een actieve interne allergieen astmawerkgroep opgezet, die april dit jaar een driedaags eveevenement heeft georganiseerd. Als besluit moet absoluut een groot compliment naar de voedingsindustrie worden gemaakt. Veilig boodschappen doen is zoveel verbeterd. Valkuil blijft de overetikettering en formulering van duidelijk alert beleid. Daar is een slag te slaan. De stichting denkt graag mee.

Reageer op dit artikel