artikel

Gekwalificeerde werknemers hard nodig

Algemeen

De vraag naar gekwalificeerd personeel blijft onverminderd groot. Ondanks dat de werkgelegenheid in de voedingsmiddelenindustrie afneemt, groeit de vervangingsvraag door het hoge aantal uittreders als gevolg van de vergrijzing. Vacatures zijn moeilijk in te vullen, zeker die op hbo-niveau.

Vooral de vraag naar hoogopgeleid personeel dat in staat is technologische en innovatieve ontwikkelingen te volgen is groot. Om in te kunnen spelen op veranderende eisen van consumenten, neemt het belang van innovatie en kennisontwikkeling daarbij toe.

Aequor, kennis- en communicatiecentrum voor voedsel en leefomgeving deed in het voorjaar van 2009 telefonisch onderzoek onder 272 bedrijven in de voedingsmiddelenindustrie. Dit is 40% van het aantal erkende leerbedrijven dat in het register van Aequor is opgenomen.

Het onderzoek is representatief voor bedrijven met personeel. Uit dit onderzoek blijkt dat 34% van de werknemers werkzaam is zonder startkwalificatie (een startkwalificatie is een diploma op minimaal mbo 2-niveau). Dit zijn met name uitvoerende medewerkers in de fabrieken. De benodigde kennis wordt tijdens het werk opgedaan of door middel van relevante cursussen. Bijna eenderde van de werknemers heeft een mbo-opleiding op niveau 3 of 4. Deze medewerkers hebben naast vaktechnische inbreng ook vaak een aansturende rol. Van de werknemers heeft vier procent een hbo- of universitaire opleiding gevolgd.

Grote vraag hbo’ers
Ruim de helft van de bedrijven met personeel geeft aan vacatures te hebben (gehad) in 2009. Gemiddeld per bedrijf met personeel waren er 4,6 vacatures. Opvallend is de grote vraag naar hbo’ers (zie figuur 1), vooral omdat in het huidige personeelsbestand slechts vier procent van de werknemers een opleiding op hbo-niveau heeft gevolgd. Uit het onderzoek blijkt ook dat in bijna de helft van de vacatures wordt gevraagd naar personeel zonder startkwalificatie.

Bij 12% van de bedrijven met vacatures wordt specifiek om een starter gevraagd en 43% van de bedrijven stelt de vacatures open voor zowel starters als mensen met werkervaring. Steeds meer bedrijven gebruiken uitzendbureaus als wervingskanaal voor productiepersoneel. Dit zijn met name niet-startgekwalificeerde mensen. De toename van een flexibele schil van medewerkers is een trend. Dit geldt vooral voor de lager ingeschaalde productiefuncties. Deze flexibele medewerkers hebben geen opleiding gevolgd in de voedingsbranche. Het uitzendbureau verzorgt steeds vaker de basistraining van de uitzendkrachten.

Bijna eenderde van de bedrijven geeft aan dat vacatures moeilijk in te vullen zijn. Bij 24% van de bedrijven staat een vacature langer dan drie maanden open. Vacatures waarin gevraagd wordt naar personeel dat niet mbo-gekwalificeerd is, zijn vrijwel direct te vervullen. Functies waarvoor een hoger opleidingsniveau vereist is, zijn veel lastiger in te vullen. Grote bedrijven kunnen moeilijk gekwalificeerde mensen vinden en zetten speciale acties in om jongeren te werven. Jongeren met een vmbo-diploma worden aangenomen in een opleidingstraject met baangarantie.

Voeding en (mbo-)onderwijs
Het aantal deelnemers dat landelijk een mbo-opleiding in de voedingsmiddelenindustrie volgt, wisselt sterk. Na een toename, is het aantal deelnemers het afgelopen jaar licht afgenomen. Onder voeding vallen de opleidingen tot assistent voeding, operator, allround operator, foodmanager en kwaliteitscoördinator. De meeste deelnemers zijn ingeschreven voor een opleiding op niveau 2. Voor de andere niveaus is het aantal deelnemers het afgelopen jaar afgenomen.

Het middelbaar beroepsonderwijs kent twee varianten, namelijk de beroepsopleidende leerweg (bol) die een praktijkdeel heeft van tenminste 20% en minder dan 60%. En de beroepsbegeleidende leerweg (bbl) waarin werken en leren gecombineerd worden. Het praktijkdeel is minimaal 60% en de deelnemer heeft een arbeidscontract. De opleidingen van voeding worden op niveau 1, 2 en 3 grotendeels in de bbl-variant gevolgd (tussen de 90 en 99%). Op niveau 4 echter, volgt tweederde van de deelnemers de opleiding in de bol-variant.

De voedingsmiddelenindustrie heeft een traditie opgebouwd in het ontwikkelen van eigen opleidingen en scholingstrajecten voor het personeel. Dit is mede ingegeven door het tekort aan gekwalificeerd personeel. De bbl-trajecten worden gebruikt om niet-gekwalificeerde medewerkers op te leiden. Ook wordt scholing ingezet om specifieke kennis over (de verwerking van) voedingsproducten te vergroten. Scholing wordt gezien als een van de instrumenten om de groei van de werknemers te koppelen aan de groei van de organisatie.

Mannenbolwerk
Van de deelnemers in de sector voeding is 80% man. Van de deelnemers is driekwart van de Nederlandse etniciteit. Ongeveer 22% behoort tot een niet-Nederlandse etniciteit (uitgesplitst in 15% niet-westers en 7% westers). Dit is in vergelijking met de andere sectoren in het domein voedsel en leefomgeving hoog. Ongeveer tweederde van de deelnemers die een opleiding volgen in de voeding is dertig jaar of ouder.

Het aantal behaalde mbo-diploma’s in de sector voeding wisselt per schooljaar. In 2005-2006 en 2006-2007 waren er ruim 750 gediplomeerden. In 2007-2008 waren dat er slechts 555 (zie figuur 5). Dit heeft te maken met het fluctuerende aantal bbl-trajecten dat gestart wordt. Het aantal bbl-trajecten is afhankelijk van het aantal leerling-werknemers dat aangenomen is en een opleiding wil volgen.

Afstemming vraag en aanbod
Jaarlijks komen er circa 550 mbo-gediplomeerden op de arbeidsmarkt, waarvan een deel voor vervolgonderwijs kiest. Een deel gaat in andere branches aan het werk. De instroom op de arbeidsmarkt is zeer klein. Temeer omdat 80% een bbl-contract heeft en dus al werkzaam is binnen de voedingsindustrie. Dit betekent dat de arbeidsmarkt voor mbo-gediplomeerden op alle niveaus gunstig is.

Gezien de grote behoefte aan hoogopgeleid personeel en de lage studentenaantallen, is de arbeidsmarkt voor hbo-gediplomeerden ook zeer gunstig. Bedrijven in de voedingsmiddelenindustrie staan te springen om goed gekwalificeerde mensen. Door de recessie zijn er meer sollicitanten dan gewoonlijk. Hierdoor zijn vacatures gemakkelijker in te vullen. Dit geldt nog niet voor de hogere functies, die gemiddeld lang vacant zijn. Kortom, de vraag naar kwalitatief goed personeel blijft groot. Geconstateerd kan worden dat het aantal gediplomeerden al jaren veel te laag is om aan de vraag van de arbeidsmarkt te voldoen.

Kansen
Dit onderzoek bevestigt nog eens het beeld zoals uiteengezet in de Human Capital Roadmap Food & Nutrition, in 2007. Gezien de grote urgentie op het gebied van personeel is het van groot belang om het werken in de voedingsmiddelenindustrie aantrekkelijker te maken. De voedingsmiddelenindustrie biedt baanzekerheid en goede arbeidsvoorwaarden. In economisch turbulente tijden liggen hier absoluut kansen voor de voedingsmiddelenindustrie om zich positief te onderscheiden.

Reageer op dit artikel