artikel

Veilige verpakking garanderen

Algemeen

Foodfabrikanten moeten voor alle voedselcontactmaterialen die zij gebruiken beschikken over een ‘Declaration of Compliance’. Via deze verklaring geeft de leverancier aan dat er geen stoffen in schadelijke hoeveelheden uit het materiaal migreren naar het voedingsmiddel. Samenwerking in de supply chain van verpakte producten is nodig om deze veiligheid te garanderen, want het verpakte product en behandelingen die het ondergaat, beïnvloeden migratie.

Alhoewel de ‘Declaration of Compliance’ – in het Nederlands Verklaring van overeenstemming – al jaren verplicht is, is het onderwerp migratie van schadelijke stoffen uit verpakkingsmateriaal of andere voedselcontactmaterialen (inclusief de inkt van de bedrukking!) momenteel actueel. Het congres Risico’s van Verpakken, dat VMT samen met het Nederlands Verpakkingscentrum (NVC) in april organiseerde, was dan ook druk bezocht.

Incidenten kunnen een verklaring zijn voor de aandacht, maar ook de controles van de VWA (Voedsel en Waren Autoriteit). Ook de Belgische evenknie FAVV stelt vragen naar de veiligheid van voedselcontactmaterialen. Bedrijven hebben de benodigde documentenstroom (nog) niet altijd op orde. Dagvoorzitter Michaël Nieuwesteeg, directeur NVC, noemde de explosie aan documenten die nodig is om de veiligheid te onderbouwen misschien wel het grootste risico.

Uitgebreide wetgeving
Voor voedselcontactmaterialen is uitgebreide wetgeving van kracht, vertelde TNO-manager Verpakkingsonderzoek Karl Ehlert tijdens het VMT-congres. Onder voedselcontactmaterialen valt verpakkingsmateriaal, maar bijvoorbeeld ook de transportbanden, afsluitringen en kratten die de industrie gebruikt.

Centraal in de wetgeving staat de kaderrichtlijn (EC)1935/2004, met in artikel 3 een algemene veiligheidsnorm die zegt dat de fabricage van elk materiaal dat met voedsel in aanraking komt, volgens GMP moet gebeuren. Uit de materialen mag geen migratie optreden van stoffen in hoeveelheden die gevaarlijk zijn voor de mens of geur, smaak dan wel samenstelling van het voedsel wijzigen. Verder zijn er voorschriften voor de etikettering, traceerbaarheid en de verplichte Verklaring van overeenkomst, waarmee de leverancier moet aangeven dat het materiaal veilig is.

Onder richtlijn 1935/2004 valt verder regelgeving (zie figuur 1). Belangrijk is de Plasticrichtlijn 2002/72/EC voor kunststof contactmaterialen met amendementen. Deze richtlijn geeft migratie-eisen en regels voor het uitvoeren van migratietesten, inclusief de keuze van de juiste simulant waarin overigens binnenkort wijzigingen optreden.

Veel andere voedselcontactmaterialen dan kunststof zijn op EU-niveau niet geregeld, maar er is wel aanvullende regelgeving op nationaal niveau. Nederland kent via Bijzondere Maatregelen voor veel materialen positieve lijsten en migratielimieten. Alleen kleefstoffen, harsen met ionenwisselaars en drukinkten zijn in ons land niet gereguleerd. Goedgekeurd door de FDA geeft geen enkele garantie dat het materiaal mag worden gebruikt, weerlegde FNLI-deskundige Geert de Rooij een wijdverbreid misverstand. Duitse wetgeving wijkt eveneens vaak af. “Het vraagt veel nazoeken, zeker voor een internationaal opererend bedrijf”, aldus De Rooij.

Aanpak foodproducent
Hoe gaat een foodfabrikant nu te werk om te bewijzen dat de verpakking die hij gebruikt, voldoet aan de wetgeving? Allereerst moet de vraag worden beantwoord hoe de verpakking is samengesteld. Ehlert liet zien wat een complex beeld dat al kan opleveren. Hij noemde het voorbeeld van een kunststof materiaal, waarop met lijm een barrièrelaag is aangebracht en die vervolgens uit nog een kunststof laag bestaat. Bovendien is de verpakking bedrukt. Inclusief de inkt vijf lagen en materialen. Voor de afzonderlijke componenten moet bekeken worden hoe ze in de EU-wetgeving zijn geregeld en of er aanvullende nationale wetgeving geldt in de landen waar de verpakking op de markt komt.

Vervolgens moet de relatie met het te verpakken product worden gelegd. Is het een vet, zuur, droog of melkproduct? Mag het materiaal hiervoor worden gebruikt en zijn er aanvullende temperatuurcondities, zoals een pasteurisatiestap of opwarming in de magnetron? De foodverpakker moet dan bezien of hij de Verklaring van overeenstemming van de leveranciers van de materialen heeft en of die documenten het beoogde gebruik afdekken. Is die informatie onvoldoende, dan worden aanvullende gegevens gevraagd en eventueel testen uitgevoerd om de benodigde migratiedata te verkrijgen. FrieslandCampina en Coca-Cola vertelden hoe zij in de praktijk te werk zijn gegaan.

FrieslandCampina: samenwerking ‘must’
Foodfabrikanten en leveranciers van verpakkingsmaterialen leven in verschillende werelden. De foodfabrikant weet weinig van het verpakkingsmateriaal, karakteristieken, functies en ontwikkelingen. De leverancier is onbekend met het product dat wordt verpakt, de producteigenschappen, mogelijke interactie en bewaarkarakteristieken, constateerde Rob Herfkens toen FrieslandCampina de foodcontactmaterialen binnen het concern nader onder de loep nam. Incidenten onderstreepten de noodzaak verandering te brengen in deze situatie. Als voorbeeld noemde Herfkens de migratie door een drie-laags polyethyleenverpakking van benzofenon uit de inkt op een OPP-etiket dat aan de binnenzijde was bedrukt.

FrieslandCampina heeft nu raamcontracten met leveranciers, die daarin aangeven te voldoen aan de wetgeving en dit desgevraagd ook kunnen aantonen. Richting leverancier wordt door FrieslandCampina het beoogd gebruik van het verpakkingsmateriaal aangegeven en de Verklaring van overeenstemming opgevraagd, inclusief het initiële migratierapport. Op basis van deze informatie wordt een eerste risicoanalyse gemaakt. Eventueel volgt dan een tweede vragenlijst naar gedetailleerdere informatie. Zo nodig wordt daarna de dialoog opgestart en samen een ketenanalyse gemaakt. Tijdens leveranciersaudits wordt ook geaudit op voedselcontactmaterialen.

Coca-Cola: partners wereldwijd
Coca-Cola kent een vergelijkbare aanpak, vertelde Jan Burger. Complicerende factor is dat het concern niet alleen internationaal opereert, maar ook werkt met zogenoemde bottling partners. Deze (zelfstandige) partners mogen alleen goedgekeurd verpakkingsmateriaal kopen van goedgekeurde leveranciers. Voor die goedkeuring is er een intern autorisatieproces, conform ISO 22000. Waar onduidelijkheid bestaat over de risico’s, volgen migratietesten en worden risicostudies met de toeleveranciers gedaan.

Regelmatig zijn er ook zogenoemde ‘quality review meetings’. De leveranciers worden geaudit met een frequentie die varieert van eens per drie jaar tot jaarlijks, afhankelijk van de risico-inschatting. Alle informatie wordt verzameld in een centrale database. Heeft het verpakkingsmateriaal op groepsniveau goedkeuring verkregen, dan wordt op businessunitniveau nog gekeken naar de daadwerkelijke samenstelling in combinatie met het product. Ook Coca-Cola heeft een eigen Verklaring van overeenstemming ontwikkeld en eist onderbouwde migratiedata van haar leveranciers.

Hulp en verantwoordelijkheid
Veel bedrijven zijn echter niet zo ver als FrieslandCampina en Coca-Cola. De FNLI is hen dan ook behulpzaam en heeft naar Belgisch voorbeeld een eenvoudige template gemaakt van de Verklaring van overeenstemming. Europa-breed wordt door de CIAA aan een template gewerkt. “Ideaal is”, aldus De Rooij, “een IT-tool waarin ook alle internationale wetgeving is vastgelegd.” Voorlopig is dat helaas toekomstmuziek. “Fabrikanten moeten zich realiseren dat het hun eigen verantwoordelijkheid is om de documentatie rond de gebruikte verpakkingsmaterialen op orde hebben. Weet wat er wordt verpakt en vertel het de verpakkingsleverancier. Vraag van de verpakkingsleverancier specificaties van het verpakkingsmateriaal, inclusief de benodigde testrapporten”, aldus de FNLI-manager.

Veilige inkten
Drukinkten zijn ook voedselcontactmaterialen en oorzaak van incidenten in het (recente) verleden. Wettelijk zijn ze niet gereguleerd. Toch kreeg Coca-Cola in België van de FAVV een vraag over de voor etiketten gebruikte lijmen en inkten voor codering. “Bovendien”, merkte De Rooij terecht op, “ook als er geen regels zijn, neemt dat niet weg dat inkten veilig moeten zijn.” De verwachting is dat de eerstvolgende Europese harmonisatie op dit terrein is. Vooruitlopend daarop hebben Europese drukinktfabrikanten verenigd in de EUPIA zich vrijwillig geconformeerd aan (enkele) eigen regels.

Complexe keten
Op het VMT-congres gaven inktleverancier Siegwerk en diens toeleverancier van componenten Cytec, inzicht in de complexe wereld van de inkten. Migratie is van veel factoren afhankelijk. Natuurlijk is de samenstelling van de inkt en de keuze van de grondstoffen bepalend, maar ook de grootte van de verpakking, het type product dat wordt verpakt, de omstandigheden waaronder het product in de verpakking wordt verwerkt en bewaard, druktechniek, tijd en druk in de stapel na drukken. Dit maakt dat elke schakel in de keten zijn verantwoordelijkheid heeft en samenwerking onontbeerlijk is.

Het start met de juiste specificaties van de voedingsmiddelenproducent. De verpakkingsconvertor moet daar het verpakkingsconcept op afstemmen. De inktproducent zorgt voor de juiste samenstelling van de inkt en adviseert de drukker hoe de inkt te gebruiken. De verantwoordelijkheid van de drukker ligt bij de grondstofkeuze, het ontwerp, de inkthoeveelheid en de controle op het drukproces.

Bovenop dit complexe geheel komen de markteisen. Sneller drukken om de drukkosten te verminderen. Er worden andere materialen en daardoor druktechnieken gebruikt. Flexo is in opkomst. De drukkwaliteit moet omhoog voor een nog mooiere verpakking. Dat kan met UV-inkten op basis van geselecteerde grondstoffen (LEO resins, speciale additieven en foto-initiatoren) die onder GMP zijn geproduceerd.

Het alternatief voor UV zijn EB uitdrogende harsen die geen foto-initiatoren bevatten. Verwerking daarvan vraagt weer grotere investeringen. “Nieuwe ontwikkelingen in geacryleerde materialen gaan het migratierisico verkleinen en UV/EB uitdrogende harsen aanvaardbaar maken voor een voedselverpakking”, stelde Björn Torfs van Siegwerk. Ook dit vereist ketensamenwerking.

rPet tekort
Gerecycled PET valt eveneens onder richtlijn 1935/2004. Sinds 2008 is het gebruik van gerecyled PET voor voedseltoepassingen Europees geregeld. Voldaan moet worden aan de voorwaarden in verordening 282/2008. Zo moet het afkomstig zijn van een gesloten systeem of dient de voedselveiligheid via een challengetest te zijn aangetoond. Voor elke locatie en elk proces dient bij de EFSA goedkeuring aangevraagd te worden. Hoe dit uitpakt, is nog niet bekend omdat nog geen van ingediende files is beoordeeld.

Marco Brons, directeur Cumapol, voorziet echter een groot tekort aan recycled PET (rPET). In een gesloten systeem kan tot 50% van een nieuwe PET-fles uit recycled materiaal bestaan. Van de huidige 2,7 miljoen ton PET-flessen in de EU-markt komt slechts 10% beschikbaar als rPET voor flessen. “De uitdaging is goede inzamelsystemen op te zetten. Tevens is het zaak verpakkingen te ontwerpen voor hergebruik. Laat de verpakkingsontwikkelaar nadenken over het aantal lagen. Gebruik monomateriaal”, aldus Brons. Seallagen op basis van PET en een barrièrepolyester zijn in ontwikkeling.

Biologisch afbreekbaar veilig
Ook in de biologisch afbreekbare verpakkingen ligt een uitdaging, vertelde WUR-onderzoeker Ulphard Thoden van Velzen. Het gaat dan vooral om de milieu-effecten en minder om de veiligheid. Door de bijzondere eigenschappen van biologisch afbreekbare verpakkingen lijkt de veiligheid niet vanzelfsprekend. Toch moet bijvoorbeeld ook een PLA-verpakking aan de migratie-eisen voldoen. Praktijkervaringen tot dusverre geven echter weinig reden tot zorg, mits de verpakkingen verstandig worden toegepast. “Het spreekt voor zich dat composteerbare verpakkingen door labels en bedrukkingen geen zware metalen mogen bevatten”, aldus Thoden van Velzen.

Geur en smaak
Een voedselcontactmateriaal moet niet alleen veilig zijn, het mag ook geen geur- of smaakafwijking veroorzaken. Restanten van monomeren uit het verpakkingsmateriaal kunnen daar wel toe leiden. Ook is opname uit de omgeving van het verpakte product tijdens opslag of transport mogelijk. Pallets zijn een bekende bron van chloorfenolen en chlooranisolen. Jan Jetten, specialist op dit terrein bij TNO, waarschuwde dat de barrière wordt bepaald door de zwakste schakel. “Denk aan een lek in de sluiting of seal, vouwen en cracks of een flessenhals waarvan de schroefsluiting niet is gecoat.”

Figuur 1. Overzicht van de EU-wetgeving voor voedselcontactmaterialen.

Reageer op dit artikel