artikel

Ketendenken cruciaal bij terugdringen verspilling

Algemeen

Veel verse voedingsmiddelen verdwijnen niet in de maag, maar bij het afval. Door beter samen te werken in de keten, kan deze verspilling sterk worden teruggedrongen. AKK-projecten toonden dat overduidelijk aan. Maar ketenpartners hebben veel van de verbetermogelijkheden niet structureel ingebed in ketenprocessen. Het wordt daarom tijd voor duurzame afspraken.

Vers is bijna per definitie niet lang houdbaar en dus moet de consument en in het verlengde daarvan de gehele voortbrengingsketen verliezen accepteren. De keten spreekt vaak over derving, de maatschappij over verspilling. Vaak wordt hetzelfde bedoeld, namelijk het voedsel niet optimaal benutten/verwaarden. Een vers brood dat na een dag niet is verkocht, kan nog worden gegeten, maar wordt niet meer verkocht, en gaat – hoewel het nog kan worden vergist, verbrand, gecomposteerd – dan toch als verspilling de boeken in.

Als programmamanager Duurzame Voedselketens bij Wageningen Universiteit & Research Centrum zit Toine Timmermans als een spin in het onderzoeksweb rond efficiënter en duurzamer met voedsel omgaan. Duurzame Voedselketens vormen samen met de programma’s Gezond Voedsel en Biobased Producten het onderzoek van Food & Biobased Research, de met ingang van dit jaar nieuwe naam van A&F dat destijds ontstond uit het ATO. Andere namen, zelfde locatie.

De gehele voortbrengingsketen van voedsel is maar liefst voor 30% verantwoordelijk voor de CO2-uitstoot. Timmermans: “Behalve winst voor de ketenpartners betekent dit dus ook winst voor het milieu.”

Super(s)
Supermarktketens gooien op jaarbasis voor vele tientallen miljoen euro’s aan onverkocht voedsel weg. Een belangrijke reden is hun keuze om niet ‘nee’ te willen verkopen. “Daarnaast is de kwaliteit en houdbaarheid van vooral versproducten vaak ondergeschikt aan de inkoopprijs”, aldus Timmermans. “Dat geldt overigens ook voor inkoopprocessen bij producenten. Goedkope andijvie uit Egypte krijgt regelmatig de voorkeur boven een kwalitatief hoogwaardige krop uit Nederland die een langer houdbaar gesneden product oplevert.”

Dit gebrek aan inzicht in de meerwaarde van kwaliteit vormt tevens een belangrijke belemmering voor het invoeren van innovaties die producten langer houdbaar maken. Fabrikanten passen deze nauwelijks toe omdat zij de hogere kostprijs van hun product niet kunnen doorberekenen.

Oplossing
De oplossing voor deze patstelling ligt volgens Timmermans bij de retailers. “Als ketenregisseur moeten zij integraal kwaliteitsmanagement doorvoeren dat de processen in de gehele keten optimaliseert. Nu is ieder onderdeel – van inkoop tot category management – verantwoordelijk voor zijn eigen doelstellingen. Niemand lijkt echt verantwoordelijk voor het managen van het beperken van uitval.”

Volgens hem zou die bij de logistieke afdeling van de retailer moeten liggen. “Traditioneel zijn zij samen met inkoop de belangrijkste schakel van het gehele proces rondom afspraken met leveranciers en planning. Maar ook afdelingen als marketing, finance, HRM en de CEO zouden hier meer aandacht voor moeten hebben.”

Het integrale kwaliteitsdenken dient goed in de retailketen te worden verankerd, is de les van tien tot vijftien AKK-projecten die vijf tot tien jaar geleden hebben plaatsgevonden. Verminderen van derving en betere verwaarding van grondstoffen waren vaak aandachtpunt in deze projecten. Efficiencyverbeteringen van soms 25% (en meer) werden in de keten behaald. Timmermans: “De doorbraak van de MAP-verpakking voor vlees kwam nadat er inzicht was verkregen in de kosten en baten in de keten en er hierover ketenbreed afspraken konden worden gemaakt. Inmiddels wordt ruim de helft van al het vlees in een MAP-verpakking verkocht.”

Verankeren
“We merken dat veel van de toen opgedane inzichten en verbetermogelijkheden niet structureel zijn ingebed in ketenprocessen”, vertelt Timmermans. “Daarbij gaat het niet altijd om nieuwe kennis. Ook het uitdragen, testen, opschalen en verankeren van kennis en ervaringen is belangrijk. In 2010 is GreenCook, een grootschalig Europees project, gestart dat zich via dergelijke aspecten vooral richt op het tegengaan van voedselverspilling en het ontwikkelen van een model voor duurzaam voedselbeheer in Noordwest-Europa.”

De onderzoeker ziet bij ketenpartijen (opnieuw) een toenemende interesse voor meer ketengericht denken in relatie tot duurzaamheid. Als voorbeeld noemt hij Albert Heijn dat met zijn recent opgerichte innovatieteam werkt aan pilots om nieuwe concepten te testen op de winkelvloer. Zo start binnenkort een pilot in een AH-winkel in Amersfoort om op basis van innovatieve technologie via een gedifferentieerd prijs- en promotiesysteem te sturen op minder derving binnen AGF. Dit systeem is ontwikkeld samen met CapGemini en Toshiba Tec.

Beleid LNV
“Na bespreking in een LNV-consumentenplatform hebben we in 2008 aan stakeholders gevraagd wat zij vonden van verspilling. Het antwoord luidde: Dat heeft geen prioriteit”, blikt Roland Thönissen, beleidsmedewerker bij het ministerie van LNV, terug. “Vandaar dat we – waar mogelijk – hebben geprobeerd het onderwerp te agenderen en mee te liften met andere initiatieven.”

Sinds drie jaar coördineert hij bij het ministerie het beleid rond derving dat inmiddels is omgedoopt tot voedselverspilling. “Daarmee appelleren we behalve aan de kosten ook aan het maatschappelijke aspect. Het heeft iets moralistisch; verspillen, dat moet je niet willen. We gaan niet goed genoeg met ons voedsel om, zeker als je kijkt naar het gebruik van grondstoffen, inclusief energie, en water.”

Een verkennende studie naar derving van begin 2009 (‘Voedselverspilling, waarden van voedsel in de keten’)’ leert dat ‘in de totale voedselketen van producent tot consument eenderde van het voedsel verloren gaat. De Factsheet ‘Food Waste in the Netherlands’ van november 2009 rept zelfs over een schade van €3,6 miljard per jaar (zie kader).

Driedelige aanpak
Door de toenemende aandacht voor duurzaamheid is de aandacht voor voedselverspilling gestegen op de maatschappelijke ladder en daarmee op die van LNV. Het volledig vrijmaken van Thönissen en enige anderen voor dit onderwerp, is daarvan het levendige bewijs.

LNV wil verspilling op drie aspecten aanpakken. In de eerste plaats voorkomen dat keten en consument daadwerkelijk voedsel weggooien, bijvoorbeeld door betere bewaarmethoden en logistiek, maar ook door voedsel langer houdbaar te laten blijven.

In de tweede plaats willen ze het weggegooide voedsel zo hoogwaardig mogelijk hergebruiken. Storten is daarbij het sluitstuk, behoud voor menselijke consumptie het vertrekpunt. Derde plan van aanpak is ketenefficiëntie; de schakels beter op elkaar laten aansluiten zodat door het tegengaan van inefficiënties in de ene schakel wordt voorkomen dat in latere schakels onnodig voedsel moet worden weggegooid. Uiteraard hoort daar een verrekening van de kosten en baten bij.

“We zijn met deze aanpak redelijk uniek”, vertelt Thönissen. “In de UK richt men zich vooral op de consument en via hem op de retail, maar nog weinig op de schakels daarvoor. De industrie blijft daar dus nog voor een groot deel buiten beeld. Ook zetten zij nog niet in op hoogwaardig hergebruik van voedsel.”

Ambitieus
Minister Verburg heeft in haar vorig jaar verschenen nota Duurzaam Voedsel een ambitieuze doelstelling voor verspilling geformuleerd. In 2015 moet de verspilling met 20% zijn teruggedrongen. “We zijn druk bezig om hiervoor een uitvoeringsagenda op te stellen”, aldus de beleidsmedewerker.

LNV zal zijn beleid ondersteunen met voorlichtingscampagnes richting consumenten via het Voedingscentrum, een eigen LNV-campagne en investeringssubsidies voor kansrijke projecten en voor onderzoek naar betere samenwerkingsmodellen, nieuwe conserveringsmethoden, enzovoorts. Zo kunnen ook veel initiatieven worden ondersteund door het eind oktober 2009 opgerichte Platform Verduurzaming Voedsel.

“We zitten in een enorm transitieproces”, aldus Thönissen. “We weten nog niet waar we uitkomen. We denken niet alleen in innovatieve projecten, maar uiteindelijk gaat het om het opschalen van de daarin opgedane kennis binnen sectoren en over sectoren heen.”

Een belangrijke motor voor projecten is het bedrijfsleven zelf. Dat moet ervoor zorgen dat er genoeg waardevolle projecten van de grond komen. We denken ook aan een SBIR(-achtige)-regeling die kleine bedrijven ondersteunt bij het opzetten van innovatieve projecten en bijvoorbeeld ook de gelden van Food & Nutrition Delta. “Daarmee leggen we het initiatief veel meer bij het bedrijfsleven. Daar hebben we al verschillende mooie voorbeelden van. Verder gaan we de kennisagenda verder ontwikkelen en we willen op alle niveaus in het onderwijs aandacht vragen voor voedselverspilling.”

Meten
Wageninger Toine Timmermans gaat voor LNV een monitoringinstrument ontwikkelen waarmee de voortgang op het gebied van verspilling kan worden gemeten. Thönissen: “Zij meten daarbij niet hoeveel voedsel er wordt weggegooid, maar meten op gezette tijden in de gehele keten of deze opschuift in de gewenste richting.”

Desgevraagd geeft Timmermans enkele voorbeelden van oplossingsrichtingen. Als Food & Biobased Research kunnen we met simulatiemodellen de gevolgen van allerlei parameters, van inkoopkwaliteit tot (af)prijsbeleid op derving doorrekenen. “Je ziet hier en daar al retailers experimenteren”, aldus Timmermans. “Als je als retailer weet dat je nog veel producten in het schap hebt die bijna over de THT gaan, kun je bijvoorbeeld met behulp van elektronische schaplabels tijdig je prijzen daarop aanpassen.”

Een ander voorbeeld is de RFID-chip die zijn waarde bij het terugdringen van voedselverspilling zal bewijzen. “We participeren in Pasteur, een groot Europees project waarin de RFID-chip van de toekomst wordt ontwikkeld. Voor ieder onderdeel van de chip participeert de beste expert in dit project.”

Met de nieuwe chip zal niet meer gerekend worden met de geschatte houdbaarheid van producten, maar op basis van de werkelijke houdbaarheid. Deze laatste wordt afgeleid van de oogstkwaliteit en gemeten waarden als temperatuur, luchtvochtigheid, zuurstofgehalte bij groenten en fruit, zuurgraad bij vlees en vis en microbiële omzettingsproducten. “We verwachten hier erg veel van”, aldus Timmermans.

Reageer op dit artikel