artikel

‘We moeten met EFSA in gesprek blijven’

Algemeen

Het Europese beoordelingsproces van gezondheidsclaims is complex en verloopt traag. Tot grote frustratie van voedingsmiddelenbedrijven die vaak niet weten waar ze aan toe zijn. Dit geldt ook voor Danone. “Het is een nieuw proces zonder heldere spelregels.”

In juni vorig jaar dreigde Danone even verstrikt te raken in het ondoorzichtige web van het Europese goedkeuringsproces van gezondheidsclaims. Het zuivelconcern reageerde door drie ingediende claims (twee van Actimel en een van Activia) terug te trekken, om ze maanden later weer opnieuw en gescheiden van elkaar in te dienen.

De rolverdeling van de EFSA en de Europese Commissie was Danone destijds niet duidelijk. Nu wel. De EFSA analyseert de wetenschappelijke onderbouwing van de claim, terwijl de Commissie beslist over de vertaling van het gezondheidseffect naar een uiteindelijke consumentenclaim die op de verpakking komt.

“We weten nu dat je de tekst van de claim niet tegelijkertijd met het wetenschappelijk dossier hoeft in te dienen. Het kan ook 30 dagen na de uitspraak van de EFSA of op het moment dat de Europese Commissie haar oordeel gaat vellen of de claim op de Europese lijst van toegestane uitingen komt”, verklaart Paul Schreurs, Danone’s Senior Health Affairs marketing manager.

Zo diende Danone de claimtekst van Danacol gelijktijdig in met het wetenschappelijk bewijs (inmiddels goedgekeurd, red.). Voor Actimel deed Danone dat niet. “Danacol helpt het cholesterol te verlagen en dat is gemakkelijk meetbaar. De bewoording van de precieze gezondheidseffecten van Actimel zijn wat lastiger direct door te vertalen naar een consumentenclaim zoals ‘Actimel verhoogt de weerstand’, legt Schreurs uit. Het niet tegelijk indienen van wetenschappelijk dossier en claimtekst, ook wel consumentenbewoording, geeft Danone ruimte om een zo duidelijk en eerlijk mogelijke consumentenclaim te formuleren.

Probiotica
Het Franse concern wil geen enkel risico lopen. De EFSA kijkt streng naar wetenschappelijke onderbouwing. Niet voor niets wees de Europese voedselveiligheidsorganisatie tweederde van alle 500 ingediende claims tijdens de eerste batch in oktober af. Voornaamste redenen hiervoor: onvoldoende informatie en niet genoeg wetenschappelijk bewijs.

Alle andere 13.1 (generieke) claims van de in totaal 4185 komen in de drie volgende rondes aan bod. De eerste ‘wave’ richtte een waar slagveld aan onder probioticaclaims. De EFSA wees ze alle 181 af. Er zaten geen gezondheidsclaims van Danone bij.

Een bewuste keuze. “Ieder probioticum is uniek. Je weet wat ze individueel doen, maar heb je een cocktail van drie probiotica dan reageren ze vaak anders. Als je een beer, een olifant en een leeuw in een hok zet, dan weet je ook niet wat er gaat gebeuren. Dat was het euvel in de eerste batch van probioticaclaims.” Danone Zuivel diende in totaal twaalf gezondheidsclaims in, de EFSA oordeelde over zeven van hen (13.1 en 14) positief. De andere zitten nog in EFSA’s pijpleiding. Danone’s claims over probiotica vallen onder 13.5 en 14.

Bouwen van een claim
Danone bouwde in vier stappen zijn wetenschappelijke bewijs op voor gezondheidsclaims over probiotica. Bij iedere stap neemt het gewicht van de bewijslast toe. Als eerste bekijken Danone’s wetenschappers in klein labonderzoek welke probiotica een effect laten zien. Dit kunnen er duizenden zijn. Bij de volgende schifting kijken ze naar het wetenschappelijke effect van de probiotica: werken de bacteriën ook in kleine labdieren zoals ratten? “Er wordt gekeken of de micro-organismen het maagdarmkanaal overleven”, legt Schreurs uit.

In de derde fase van het onderzoek zijn er nog maar enkele tientallen probiotica over. Het fysiologische concept komt aan bod. De belangrijkste vraag luidt nu: doen de bacteriën wat ze behoren te doen. “Handhaving van de bacteriën in de maag en darmwand is leuk, maar sorteert hij het beoogde effect?” Bloedtesten bij ratten moeten uitwijzen of dit bijvoorbeeld zo is.

In de laatste fase van het onderzoek met nog een tot twee probiotica in de race, wordt het lab ingeruild voor de fabriek. Hier zullen zuivelproducten met probiotica op grote schaal proefdraaien. Ook test Danone zijn producten bij grote groepen mensen. “Wij brengen het product alleen op de markt als het 100% veilig is en het beoogde effect heeft”, verzekert Schreurs. Het stappentraject kan tussen de een en vijf jaar duren en kost miljoenen.

Spanningsveld
Ondanks het relatief hoge innovatiebudget, werkt het Brusselse besluitvormingsproces rondom de claims vertragend als het gaat om nieuwe introducties. Evenals het tot nu toe uitblijven van de definitieve voedingsprofielen. “Het is lastig”, verzucht Schreurs. Maar Danone doet niet minder aan innovatie, maar neemt er nu meer de tijd voor, bezweert hij. “De pijpleiding zit volledig vol. Je probeert innovaties te toetsen aan wetgeving. Nu er geen helderheid is rondom de claimswetgeving, is het moeilijk om dit te doen.”

De EFSA wijst de meeste claims af, is ze niet te streng? Nee, niet te streng, maar de manier waarop de voedselveiligheidswaakhond levensmiddelen beoordeelt als ware het medicijnen, vindt Schreurs overdreven. “Voeding mag geen bijwerking hebben en een medicijn wel. Dat is oneerlijk.” Maar is dit wel zo. Functionele voeding verbindt zich immers aan gezondheidseffecten? Schreurs geeft toe dat er een spanningsveld bestaat tussen food en farma. “Maar neem nou Activia dat de trage stoelgang verbetert. Dit is geen claim voor mensen met een ziekte, zoals obstipatie, maar voor mensen die klachten van een trage stoelgang ondervinden.”

Vertraging
De vertraging in de behandeling van de ingediende claims zorgt ervoor dat het vertrouwen van consumenten in claims onder druk komt te staan. Schreurs geeft een voorbeeld van een bericht in een Belgische krant. “Nadat tijdens de eerste batch alle 181 probioticaclaims waren afgewezen, stond er in dat dagblad: ‘Claims Actimel afgewezen’. Terwijl Actimel helemaal geen artikel 13.1-claim is. Consumenten zien door de bomen het bos niet meer.”

In theorie kunnen de zes ingediende claims nog steeds een negatieve beoordeling krijgen van de EFSA. “Dan moeten de claims eraf. Dat is best heftig.” Op papier staat hiervoor een overgangstermijn van bijna zes maanden. Maar in de praktijk? “De EFSA heeft zoveel vertraging dat niemand dit eigenlijk goed weet.” De reden van het oponthoud in de behandeling van de claims is dat EFSA nooit zo’n grote toestroom had verwacht.

“Het is een nieuw proces zonder heldere spelregels.” Handhaving van claimwetgeving moet daarom pas beginnen als straks iedereen weet waar hij aan toe is, meent Schreurs. Nu is dat zeker nog niet het geval, ook niet bij Danone. “Activia verwachten we in maart, zegt Schreurs. En de andere producten? In 2010. Maar wanneer, geen idee.” Het is een kwestie van in gesprek blijven met de EFSA om ze te wijzen op weeffouten in het goedkeuringsproces, aldus Schreurs.

Zo zet hij vraagtekens bij de behandeling van gezondheidsclaims in vier batches. Dit kan gezien worden als concurrentievervalsing. Bedrijven in de laatste batch kunnen langer hun claim voeren. Danone zelf is niet bang dat de claims van de verpakkingen zullen verdwijnen. Schreurs vertrouwt erop dat ze allemaal worden goedgekeurd.

Reageer op dit artikel