artikel

Wat brachten BRC en IFS?

Algemeen

De eerste versie van de Engelse BRC code is van 1998. Zo’n tien jaar later kunnen we in Nederland bij de certificatie van bedrijven in de levensmiddelenindustrie bijna niet meer om de British Retail Consortium code (BRC), en die andere retail code: de Duits/Frans/Italiaanse International Food Standard (IFS), heen. Wat hebben deze standaarden de voedingsmiddelenindustrie gebracht en welke veranderingen zullen nog volgen?

Een bedrijf dat zijn producten aan een retailorganisatie of groothandel wil leveren, kan dit vrijwel alleen als het in bezit is van een voedselveiligheidscertificaat. Het Global Food Safety Initiative (GFSI) heeft vijf standaarden goedgekeurd.

Hoewel enkele internationale retailers (Carrefour, Tesco, Metro, Migros, Ahold, Wal-Mart en Delhaize) in 2007 hebben gecommuniceerd dat zij alle GFSI goedgekeurde certificaten accepteren, hebben producenten vandaag nog steeds te maken met specifieke afnemerseisen voor met name een BRC- of IFS-certificaat. In het afgelopen jaar lieten de organisaties achter juist deze twee standaarden zien dat ze de certificatie als instrument voor leveranciersselectie en leveranciersbeoordeling verder willen verbeteren. Het ligt daarom voor de hand dat de specifieke eis voor een BRC- of IFS-certificaat niet snel zal verdwijnen.

Vijfde versie
Inmiddels geldt de vijfde versie van zowel de BRC als de IFS. Wanneer je naar de criteria waaraan bedrijven moeten voldoen kijkt, valt op dat de beide standaarden inhoudelijk niet veel van elkaar verschillen. In de opeenvolgende versies zijn wettelijke ontwikkelingen opgenomen, maar de inhoud is niet significant gewijzigd.

Met de publicatie van de laatste versies zijn de beide standaarden wel volwassen geworden. De HACCP-criteria zijn conform de twaalf stappen van de Codex Alimentarius opgezet. Daarnaast zijn de criteria voor het management in één hoofdstuk samengevoegd en aangescherpt.

Protocollen
De meeste ontwikkelingen in de opeenvolgende versies van BRC en IFS hebben betrekking op het audit- en certificatieprotocol: de BRC is bij versie 3 (april 2002) van een inspectiesysteem gewijzigd in een certificatiesysteem (EN 45011). Bij beide standaarden is de auditfrequentie minimaal één keer per jaar geworden. Deze aanpassingen zijn gedaan om een GFSI goedkeuring te verkrijgen. Daarnaast hebben beide standaardeigenaren voor tien belangrijke aspecten kerncriteria (zogeheten KO’s/Fundamentals) benoemd.

Zowel de BRC als de IFS kennen verschillende niveaus van certificatie waarbij de criteria voor het hoogste niveau in de laatste versies flink zijn aangescherpt. Bedrijven die de tien kernaspecten nog onvoldoende hebben geregeld, mogen niet langer in aanmerking komen voor een certificaat.
Duitse retailers hebben de IFS speciaal ontwikkeld om bedrijven beter te kunnen vergelijken: het IFS-protocol heeft extra eisen voor auditoren en rapportage. Ze zijn echter nog steeds niet tevreden en voeren de druk op bij de certificerende instellingen. Ook bij Nederlandse retailers groeit het besef dat het beter moet: certificerende instellingen moeten selectiever zijn bij het verstrekken van een certificaat.

Competentie auditor
De IFS heeft al sinds de eerste in Nederland operationele versie (versie 3 van januari 2003) eisen opgesteld voor auditoren. Inmiddels besteden zowel de IFS als de BRC diverse pagina’s aan het formuleren van criteria voor de auditor met betrekking tot opleiding, werkervaring, auditvaardigheden, kennis van de standaarden en sectorkennis.

De verschillen tussen (internationale) certificatie-instellingen en auditoren zijn echter nog groot. Standaardeigenaren hebben dan ook toenemende belangstelling voor de kwaliteit van de audit(or). De IFS loopt hiermee voorop. Door zelf trainingen en eigen examens voor auditoren te organiseren, probeert zij een minimaal geharmoniseerd niveau te realiseren. Bedrijven moeten niet vreemd opkijken dat een auditor binnenkort bij een audit in de praktijk zal worden beoordeeld door iemand van de IFS, als onderdeel van het examen.

De BRC heeft inmiddels diverse interpretatiedocumenten gepubliceerd met nuttige details en achtergrondinformatie die richting geven aan de inhoud en diepgang van de audit. Het is echter vooral de auditor die met goede auditvaardigheden en scherpe afwegingen het verschil maakt.

Database
Beide standaardeigenaren hebben tegenwoordig een eigen database. Daarin worden de audits, de auditrapporten en certificaten vastgelegd. Deze registratie heeft twee functies.

In de eerste plaats biedt het de standaardeigenaar de mogelijkheid om toezicht te houden op de certificatie (bijvoorbeeld tijdige vernieuwing van het certificaat, competente auditor) en op de inhoud van de audit (bijvoorbeeld de opvolging van eerder geconstateerde afwijkingen en de juiste weging van bevindingen). De database is daarmee een instrument voor de beoordeling van de certificatie-instelling en de auditor. Om dit mogelijk te maken, dienen tegenwoordig belangrijke delen van het BRC- en IFS-rapport in het Engels te worden gerapporteerd.

In de tweede plaats is communicatie een belangrijke functie van de database. Deze geeft inzicht in de certificatiestatus van bedrijven. De IFS-database is alleen toegankelijk voor de aangesloten retailorganisaties; de BRC-database is voor iedereen toegankelijk: http://www.brcdirectory.com/. Door middel van de certificatie kunnen bedrijven zich via deze database internationaal presenteren.

Goed bezig?
Naast de prijzenoorlog zien we de eis van enkele afnemers dat hun toeleveranciers het A/hoger niveau certificaat hebben. Bovendien is er de druk van de diepgaande audit van de certificatie-instelling (CI), die zelf onder druk staat van de BRC en de IFS.

Levert dit nu het gewenste resultaat op? Ja en nee!

Ja, omdat dit auditoren stimuleert om bedrijven niet alleen te beoordelen op het feit dat zij weten hoe zij veilig voedsel moeten produceren en dat men dat ook daadwerkelijk kan, maar ook of een bedrijf steeds aan de certificatiecriteria wil/zal voldoen en zodoende een betrouwbare leverancier is. Het helpt bedrijven om structureel te verbeteren. Dit verhoogt de waarde van het certificaat.

Nee, omdat de druk om op A/hoger niveau gecertificeerd te zijn, te veel van het goede lijkt. Met de strenge criteria van versie 5 is de kans groot dat een producent op B/basisniveau wordt gecertificeerd, waar deze voorheen het A/hoger niveau had behaald, terwijl de praktijk bij deze bedrijven niet slechter is geworden, soms zelfs verbeterd is.

Shoppen
IFS en de BRC willen meer grip op de certificatie-instellingen en de kwaliteit van hun audits. Kennelijk is dit nodig. Net als de gecertificeerde bedrijven zullen ook alle CI’s hun verantwoordelijkheid moeten nemen. Doen zij dat niet, dan komen bedrijven vaker dan nu al het geval is, in de verleiding om te gaan ‘shoppen’ voor het certificaat op A/hoger niveau.

De waarde van het A/hoger certificaat wordt daardoor uitgehold. Standaardeigenaren zullen als reactie daarop aanvullende maatregelen gaan voorschrijven. Deze zullen de kosten onnodig verhogen. Laten we als CI’s en bedrijven voorkomen dat we in een onnodige, geldverslindende spiraal terechtkomen. Niemand is daar uiteindelijk bij gebaat.

Reageer op dit artikel