artikel

Van duurzame producten naar duurzame bedrijfsvoering

Algemeen

Hoewel fabrikanten al veel duurzame initiatieven ontplooien, moet de sector als geheel de grote draai naar een structureel duurzame bedrijfsvoering nog maken. Met behulp van de nieuwe ISO 26000 richtlijn op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) kan verduurzaming werkelijk verder worden geprofessionaliseerd. Ook zal daarmee de dialoog met de consument en het maatschappelijke middenveld beter op gang komen.

Stakeholders (belanghebbenden) van ondernemingen, zoals klanten, investeerders, medewerkers, non-gouvermentele organisaties en media, stellen steeds duidelijkere eisen aan de foodsector ten aanzien van een duurzame bedrijfsvoering. Recent nog mengde de Stichting Natuur en Milieu zich in de discussie tussen Superunie en één van haar leveranciers en stelde dat Superunie het product Beemster kaas van duurzame zuivelproducent Cono weer terug in de schappen van haar supermarktleden moet leggen. De toegevoegde waarde voor MVO van deze nieuwe internationale ISO 26000 richtlijn (geen norm!) is dat het de stakeholderdialoog centraal stelt. Duurzaam ondernemen, afgestemd op stakeholderverwachtingen, elimineert immers risico’s, creëert kansen en werkt uiteindelijk kostenverlagend.

Retail
Supermarktketens als Jumbo/Super de Boer, Albert Heijn (‘Puur en Eerlijk’) en Dekamarkt breiden het aandeel duurzame producten in hun assortiment uit. Internationaal zijn Whole Foods, Tesco, Wal-Mart en Sainsbury’s koplopers. De Nederlandse overheid wil dat in 2010 40% van de ingekochte catering duurzame producten betreft. Grote cateraars als Sodexho en Albron zijn dan ook actief bezig hun duurzaamheidsbeleid vorm te geven. Vaak werken zij daarbij samen in publiek/private combinaties. De invoering van ISO 26000 vormt voor hen wellicht de volgende stap.

Deze ontwikkelingen hebben grote invloed op de huidige duurzaamheidsactiviteiten in de toeleverancierketen. Denk aan het productaanbod, waarbij zaken spelen als biologische producten, principes van eerlijke handel en streekaanbod. Hetzelfde geldt voor bijvoorbeeld een duurzame bedrijfsvoering, zoals transport, energieverbruik, waterverbruik, verpakking, derving, arbeidsomstandigheden en maatschappelijke betrokkenheid. De ISO 26000 richtlijn structureert de bestaande activiteiten en vult ze verder aan met nieuwe onderwerpen. Nederland is in Europa één van de koploperlanden op het gebied van duurzaam inkopen. Op Europees niveau wordt gewerkt aan het Green Public Procurement programma. Op termijn zal er een ‘level playing field’-situatie ontstaan rond het duurzaam inkopen en aanbesteden.

Wat is duurzaam
De ISO 26000 geeft antwoord op de vraag: wat is nu precies duurzaam en wanneer onderneemt een bedrijf duurzaam? Bedrijven kiezen namelijk ieder hun eigen invalshoeken en speerpunten, denk aan de Eco-footprints van Wal-Mart. De FNLI, Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie, signaleert een duidelijke behoefte in de sector aan meer vergelijkingsmogelijkheden op het gebied van MVO. Daarvoor dient het proces van verduurzaming inzichtelijker te worden gemaakt, aldus de FNLI. DHV ziet de ISO 26000 als een nieuwe mijlpaal in de ontwikkeling en professionalisering van MVO die aan de behoefte aan meer standaardisatie gehoor kan geven. Fabrikanten als Ben & Jerry’s zouden via implementatie van de ISO 26000 hun koploperspositie op het gebied van duurzaamheid kunnen aantonen.

Scope van MVO
De ISO 26000 richtlijn legt de scope van MVO eenduidig vast. Het biedt een complete kapstok bij het verankeren van duurzaamheid in de bedrijfsvoering van een organisatie. Daarmee is de ISO 26000 geschikt voor ieder type organisatie. De norm is opgebouwd uit 7 kernonderwerpen met daaronder maar liefst 37 aandachtspunten. Daaromheen zijn 7 algemeen geldende principes van kracht (figuur 1). De ISO 26000 vervangt niet de bestaande normen, zoals de ISO 9000 voor kwaliteitsmanagement en de ISO 14000 op het gebied van milieuzorgsystemen, maar vult deze juist aan met het brede scala aan duurzaamheidsonderwerpen. Enkele bedrijven hebben er al voor gekozen met de richtlijn aan de slag te gaan. In de foodsector heeft Bavaria de ISO 26000 als einddoel van haar huidige MVO-traject op de agenda gezet.

Een cruciaal aspect bij de implementatie van de ISO 26000 in een organisatie is een effectieve vertaling van de richtlijn naar de specifieke bedrijfs- en marktsituatie van de eigen onderneming. Deze vertaling voert een organisatie zelf uit. De 7 principes zijn algemeen geldend en toepasbaar op alle besluitvorming en gedrag van een organisatie. De 7 kernonderwerpen met hun bijbehorende principes en overwegingen zijn specifiek en de onderliggende 37 aandachtspunten moeten worden getoetst op hun relevantie voor het bedrijf dat de richtlijn wil gaan invoeren. Voor elk aandachtspunt staat beschreven wat de gerelateerde acties en verwachtingen voor de organisatie zijn.

Goed bestuur
Het kernonderwerp ‘Goed bestuur’ handelt over het creëren van een interne structuur met betrekking tot besluitvorming en uitvoering, waarin de MVO-principes structureel worden toegepast. Hierbij hoort bijvoorbeeld het continu signaleren van duurzaamheidsverwachtingen van de stakeholders. Het kernonderwerp ‘Mensenrechten’ richt zich op het erkennen van de fundamentele rechten en het doorlichten van de eigen operaties en de keten op risicosituaties. Hierbij hoort tevens het scheppen van de mogelijkheid om schendingen ervan aan de orde te stellen.

Arbeidsomstandigheden
Het kernonderwerp ‘Arbeidsomstandigheden’ gaat over alle beleidsvormen en praktijken met betrekking tot arbeid binnen en namens de organisatie. Hieronder valt het voeren van een goed personeelsbeleid met onder meer aandacht voor veiligheid, gezondheid, diversiteit, inspraak en vertrouwenskwesties.

Het kernonderwerp ‘Milieu’ spitst zich toe op het reduceren van de milieu-impact van al het doen en laten van een organisatie. Dit resulteert onder meer in het sturen op alle vormen van verbruik, uitstoot en afval in de voortbrengingsprocessen. Maar ook het structureel zoeken naar duurzame oplossingen en het selecteren van leveranciers op hun duurzaamheidsprestaties. Onder dit kernonderwerp valt ook het aandachtspunt ‘duurzaam gebruik van hulpbronnen’, wat onder meer het meten en rapporteren over waterverbruik, implementeren van gebruiksefficiëntie maatregelen en managen van een eerlijke toegang tot waterbronnen betreft.

Eerlijk en integer
Het kernonderwerp ‘Eerlijk en integer handelen’ gaat over het voorkomen van corruptie en politieke betrokkenheid, maar ook over het respecteren van intellectueel eigendom. Bij het kernonderwerp ‘Consumenten’ moet een bedrijf bij het communiceren richting consumenten, bijvoorbeeld met betrekking tot gezondheidsaspecten, verder gaan dan de wetgeving. Binnen het aandachtspunt ‘Duurzame consumptie’ gaat het bijvoorbeeld over het aangeven van de milieu- en sociale impact van het product, zodat consumenten hun aankoopbeslissingen mede daarop kunnen baseren. Het kernonderwerp ‘Maatschappelijke betrokkenheid en ontwikkeling’ tot slot, gaat over de relatie met de gemeenschappen waarin een onderneming opereert, en haar invloed op de ontwikkeling daarvan.

Dierenwelzijn niet
Binnen het genoemde thema van biologische producten, speelt het dierenwelzijn een belangrijke rol in de foodsector. Hier kan een kritische noot ten aanzien van de richtlijn geplaatst worden. De ISO 26000 onderkent het belang van dierenwelzijn wel; het onderwerp wordt concreet vermeld binnen de beschrijving van het algemene principe van ethisch gedrag, en van de kernonderwerpen milieu en consumenten. Maar het thema heeft het niet tot een van de 37 aandachtspunten weten te schoppen. En daarmee wordt slechts een beperkte noodzaak tot handelen afgedwongen. Dit betekent dat een voedingsmiddelenbedrijf met dierenwelzijn als belangrijk onderwerp binnen haar context, bij de vertaling van de kernonderwerpen en aandachtspunten van de richtlijn naar de eigen situatie, er zelf op moet letten het onderwerp voldoende uit te lichten.

Formalisering
Als onderdeel van een ISO 26000 implementatietraject kunnen de kernonderwerpen en relevante aandachtspunten uiteindelijk worden verankerd in beleidsdocumenten, gedragscodes, (inkoop- en verkoop) voorwaarden en contracten, checklists, werkprocedures (managementsystemen) en overleg-, rapportage-, review-, en besluitvormingstructuren. Vervolgens moeten er per discipline kernprestatie indicatoren (KPI’s) worden afgesproken.

Referentiemanual
De ISO 26000 is een richtlijn en geen norm, en dus niet certificeerbaar. Daarom pleit DHV voor het hanteren van een referentiemanual. Hierin kan de koppeling tussen de ISO 26000 richtlijn enerzijds en de MVO activiteiten, functionele afdelingen en werkprocedures binnen de organisatie anderzijds, nauwkeurig worden vastgelegd. Op deze wijze vergroot een implementatie van de ISO 26000 de geloofwaardigheid van claims op het gebied van MVO naar buiten toe. Dit heeft een grote marktwaarde richting klanten en andere stakeholders.

De foodsector zou de stap van een duurzaam productaanbod naar een structurele duurzame bedrijfsvoering dus hoog moeten inzetten. Verduurzaming kan dan werkelijk verder worden geprofessionaliseerd en de dialoog met de consument en het maatschappelijke middenveld echt gevoerd. Deze sector is als geen ander bekend met het werken volgens procedures. Denk aan kwaliteitsmanagement en voedselveiligheid. Waarom dan niet ook het voortouw nemen in het bedrijfsleven als het gaat om de ISO 26000 richtlijn op het gebied van MVO?

Reageer op dit artikel