artikel

ISO 22000 familie krijgt structuur

Algemeen

Tijdens de eerste vergadering van de ISO subcommissie voedselveiligheid is afgesproken dat ISO 22000 de basisnorm voor managementsystemen van voedselveiligheid in de agro-foodketen is. Voor de voedingsmiddelenproductie, aquacultuur, verpakking en diervoeder komen aanvullende sectorspecifieke richtlijnen. De CIAA onderschrijft deze aanpak volmondig.

Het is tamelijk ongebruikelijk dat een minister deelneemt aan een vergadering van de International Standardization Organization (ISO). Toch was Eva Kjer Hansen, de Deense minister van Voeding, Landbouw en Visserij, bereid om in Kopenhagen op 17 september de eerste vergadering van de nieuwe ISO subcommissie voor managementsystemen voor voedselveiligheid te openen. Daarmee onderstreepte zij het belang daarvan.

Familieverhoudingen
ISO heeft haar nieuwe subcommissie (voluit: ISO/TC 34/SC 17, Food Safety Management Systems) medio 2009 opgericht. Deze heeft als doel om meer structuur aan te brengen in de normen die ISO tot nu toe heeft ontwikkeld voor het managen van voedselveiligheid(systemen) op een internationaal niveau. Behalve de vrij recente ISO 22000:2005 (eisen aan managementsystemen voor voedselveiligheid), zijn dat inmiddels ISO/TS 22003:2007 (auditing en certificatie), ISO/TS 22004:2005 (gids hoe ISO 22000 te gebruiken), ISO 22005:2007 (traceerbaarheid) en ISO 22006:2009 (ISO 9001 in de agrarische sector). Al deze normen zijn in afzonderlijke werkgroepen onder de ISO paraplu opgesteld, waardoor de inhoudelijke afstemming soms beter had gekund.

22000 de basis
De voorzitter van SC 17, de Deen Jacob Færgemand van BVQI, kwam tijdens de vergadering al snel met een voorstel voor de structuur waarbinnen deze nieuwe commissie kan werken (zie figuur 1). Hoewel een aantal onderdelen nog verder moet worden uitgewerkt, schaarde naar schatting 90% van de 50 deelnemers zich erachter. In de nieuwe structuur vormt ISO 22000 als generieke- en ketengerichte norm de basis. Daarnaast is er de mogelijkheid tot het ontwikkelen van basisvoorwaardenprogramma’s voor specifieke sectoren, die in combinatie met ISO 22000 kunnen worden gebruikt.

Een derde groep normen stelt eisen aan geaccrediteerde certificatie van managementsystemen voor voedselveiligheid. ISO/TS 22003 is in dit kader de belangrijkste norm; andere zijn ISO 19011 (richtlijnen voor het uitvoeren van managementsysteem audits), ISO/IEC 17021 (eisen voor instellingen die audits en certificatie van managementsystemen uitvoeren) en ISO/IEC Guide 65 (algemene eisen aan organisaties op het gebied van productcertificatie).

ISO fitness checker
De structuur biedt ook ruimte voor het ontwikkelen van informatieve documenten die het gebruik van normen toelichten. Zo wordt ISO/TS 22004 met informatie over hoe ISO 22000 toe te passen, al gebruikt. De ‘ISO fitness checker’ is een nieuwe ontwikkeling. De fitness checker is een praktische en gemakkelijk te gebruiken checklist die mkb-bedrijven kunnen gebruiken om te bepalen of ze klaar zijn om het ISO 22000 certificaat te behalen. SC 17 heeft in de septembervergadering een ad hoc groep opgericht onder voorzitterschap van Frankrijk om dit onderdeel ‘informatieve documenten’ nader in te vullen.

Aanvullingen per sector
Misschien wel het meest interessante onderdeel van de nieuwe structuur is de mogelijkheid voor het ontwikkelen van basisvoorwaardenprogramma’s, of ‘pre-requisite programmes’ (PRP’s) voor specifieke sectoren in de agro-foodketen als aanvulling op ISO 22000. Bij het opstellen van deze PRP’s stelt SC 17 als uitgangspunt dat er een duidelijke behoefte aan moet zijn en dat ze vanuit de sector zelf worden aangeleverd of, indien nog niet bestaand, opgesteld. De voedingsmiddelenindustrie heeft al geanticipeerd op dit onderdeel door het opstellen van BS PAS 220 (Prerequisite programmes on food safety for food manufacturing).

Dit Britse normalisatiedocument met basisvoorwaarden voor voedselproductie is op initiatief van Kraft, Unilever, Danone en Nestlé in 2008 opgesteld met ondersteuning van de Europese brancheorganisatie CIAA (Confederation of the Food and Drink Industries of the EU). Door dit ‘voorwerk’ kan PAS 220 relatief snel tot een ISO Technical Specification worden omgezet. ISO verwacht zelf al begin 2010, maar dan moet wel de zogenaamde ‘fast track’ procedure worden gevolgd.

Mkb
Als andere sectoren waarvoor een sectorspecifieke invulling meerwaarde heeft, zijn genoemd aquacultuur, verpakkingen en diervoeder. Maar ook een specifieke invulling voor mkb-bedrijven kwam aan de orde. Japan en Thailand vinden namelijk dat veel eisen in PAS 220 te gedetailleerd en te hoog gegrepen zijn voor mkb-bedrijven en organisaties uit ontwikkelingslanden, en stellen voor om voor deze groep een aparte sectorspecifieke invulling te ontwikkelen. Er was support bij meerdere landen tijdens de vergadering voor dit voorstel. Pas wanneer een land een officieel voorstel voor een mkb-document bij ISO indient, zal duidelijk worden of dit voorstel kans van slagen heeft.

Vis en diervoeder
SC 17 heeft besloten een nauwe samenwerking aan te gaan met de in 2007 opgerichte ISO/TC- Fisheries and aquaculture’ 234 om de activiteiten van beide commissies optimaal op elkaar aan te laten aansluiten en te waarborgen, zodat ook in de visserijsector de ISO 22000 aanpak zal worden gevolgd. Zoals al aangegeven, heeft de ISO commissie ook de diervoedersector genoemd als sector waar een specifieke invulling op ISO 22000 een meerwaarde heeft. Dit is met name voor Nederland een interessante uitspraak.

De Nederlandse diervoedersector speelt met het GMP+-systeem een vooraanstaande rol bij managementsystemen voor diervoederveiligheid en heeft veel kennis op dit gebied ontwikkeld (en beschikbaar). GMP+ sluit aan op de systemen gebruikt door de internationale levensmiddelenindustrie, en dus op ISO 22000. Vastleggen bij ISO van (een deel van) deze Nederlandse aanpak voor diervoederveiligheid in de vorm van ISO-publicaties, zal de internationale status en acceptatie van het systeem verhogen. NEN heeft contact gelegd met het Productschap Diervoeder om de mogelijkheden en wensen op dit gebied verder te onderzoeken.

Certificatie
De set van internationale normen die ISO ontwikkelt en al heeft ontwikkeld op het gebied van managementsystemen voor voedselveiligheid zijn op zichzelf staande documenten met afspraken over voorwaarden waar organisaties in de voedselketen aan moeten voldoen. Deze afspraken zijn vrijwillig; in principe verplicht niemand een bedrijf om zich aan een norm te houden. ISO SC 17 is niet actief op het gebied van certificatie, maar de opgestelde normen kunnen door anderen wel worden gebruikt in het kader van certificatie. Regelmatig gebruiken opstellers van certificatieschema’s (ISO) normen als bouwstenen van hun schema. Zo gebruikt het FSSC 22000 schema voor voedselveiligheidsmanagement bijvoorbeeld de normen ISO 22000, PAS 220, ISO/TS 22003 en ISO Guide 65.

De nieuwe ISO subcommissie voor managementsystemen voor voedselveiligheid en de voorgestelde werkstructuur zullen zorgen voor een betere afstemming van de al bestaande normen en zijn een prima voedingsbodem voor het ontwikkelen van nieuwe normen in de ISO 22000 familie. Dit zal ongetwijfeld een positieve uitwerking hebben op de internationale acceptatie en invoering van de ISO 22000 systematiek.

Reageer op dit artikel