artikel

Harmonisatie standaarden nog ver weg

Algemeen

De huidige situatie rond voedselveiligheidsstandaarden is niet zoals de GFSI-retailers van het eerste uur destijds beoogden. Standaarden worden ten onrechte niet geaccepteerd of ingezet als concurrentiemiddel. Uitdagingen zijn een mondialer gebruik door retailers, fabrikanten en overheden. Ervaringen kunnen worden benut bij het invoeren van milieu- en arbostandaarden.

Tien jaar geleden deelden de CEO’s van een tiental grote internationale retailers waaronder Ahold, Carrefour, Tesco en Metro, hun zorgen over voedselveiligheidsschandalen en de groeiende onzekerheden zoals BSE, dioxinevervuiling in de keten en een snel groeiend aantal microbiologische besmettingen met ondermeer E. coli en Salmonella.

Destijds voerden de meeste ketens een harde strijd om een vooraanstaande positie in een snel groeiende wereldeconomie te veroveren. Desondanks besloten de heren te gaan samenwerken om de veiligheid van hun assortiment en het vertrouwen van de klant optimaal te waarborgen.
Binnen een maand zaten de topmensen op het gebied van voedselveiligheid bij elkaar.

Binnen slechts één dag werd deze unieke vergadering het unaniem eens: de grootste bijdrage die zij aan voedselveiligheid konden leveren, was het waarborgen van op HACCP-gebaseerde en onafhankelijk te certificeren, geharmoniseerde veiligheidseisen voor de productiefase van vooral private labelproducten.

160 standaarden
Het initiatief was niet nieuw. EurepGap bestond al een paar jaar voor versproducten en voor voorverpakte producten hadden de Britse retailers elkaar al gevonden in de BRC Standard. Ook elders in de wereld had het fenomeen van private standaarden en ‘third party certification’ in de levensmiddelensector een behoorlijke vlucht genomen, getuige de ruim 160 door retailers gevraagde of in de industrie gebezigde private standaarden.

Het aanvankelijke doel van wat inmiddels de Global Food Safety Initiative (GFSI) was gaan heten, was te komen tot slechts één wereldwijde standaard. Die doelstelling bleek al gauw onhaalbaar vanwege commerciële belangen, cultuurverschillen en taalproblemen.

De op een na beste optie was het opzetten van een zogenaamd benchmark model: een ‘best of the best’ referentiestandaard, gebaseerd op HACCP, Good Manufacturing Practices, een gestandaardiseerd managementsysteem, traceerbaarheid en mondiale eisen voor audits en accreditatie.

Binnen twee jaar hadden de retailers dit voor elkaar, tot grote verbazing van de grote levensmiddelenbedrijven die het vooral zagen als een public relations exercitie en een nieuwe aanval van de grote retailers op hun A-merken.

Nu, tien jaar verder, hebben de grote fabrikanten zich bij de GFSI aangesloten en zal de vooral door hen gewenste ISO 22000 standaard, verenigd met het PAS 220 basisvoorwaarden (pre-requisite) programma in de nieuwe FSSC standaard, binnenkort definitief groen licht krijgen van de GFSI.

Eindpunt?
Heeft de ‘third party’ certificering op basis van private standaarden daarmee haar eindpunt bereikt? Nee! Allereerst moet het principe van ‘once certified, accepted everywhere’ nog veel breder worden doorgevoerd. Als eerste voorzitter van de GFSI (2000-2004) vind ik het een drama dat een aantal grote retailers vasthoudt aan slechts één van de GFSI-erkende standaarden. Ook het stellen van aanvullende voedselveiligheidseisen, vooral ingegeven met de bedoeling om toch voedselveiligheid als concurrentiemiddel te gebruiken, is een droevige zaak.

Uitdagingen
De meer positieve uitdagingen voor de komende jaren liggen op twee gebieden. Ten eerste moet de gewoonte van retailers om uitsluitend te gaan onderhandelen met een fabrikant over kwaliteit en prijs, ervan uitgaand dat de veiligheid via certificatie aantoonbaar is ge(waar)borgd, op nog veel grotere schaal worden doorgevoerd. Daarbij denk ik niet alleen aan gebieden als China of Vietnam, Zuidoost-Azië of Afrika. Ook in de Verenigde Staten staan retailers en fabrikanten eigenlijk nog maar aan het begin van deze manier van optimalisatie van voedselveiligheid.

Ten tweede moet er een brug worden geslagen tussen het systeem van private standaarden en certificatie enerzijds en de controletaken van de overheid anderzijds. In nagenoeg alle landen met een omvangrijke levensmiddelenproductie beschikt de overheid over onvoldoende middelen om de voedselveiligheid adequaat te controleren aan de bron. Gelukkig wordt de noodzaak van verregaande symbiose tussen publieke en private controle erkend door ondermeer de OESO, de WHO/FAO en de Europese Unie. De goede ervaringen die daarmee in Nederland zijn opgedaan, bijvoorbeeld in de zuivelsector, hebben daar zeker aan bijgedragen.

Ketenaanpak
Voorts zullen de door de GFSI erkende standaarden meer aansluiting moeten vinden in een geïntegreerde ketenaanpak. Het is op zijn minst opmerkelijk dat er nog geen GFSI-erkende mondiale standaard is voor de levensmiddelendetailhandel. Meer stroomopwaarts in de keten zou FSSC/ISO 22000 een prachtige ruggengraat kunnen vormen om sectorspecifieke modules te integreren voor ondermeer distributie, opslag en diervoeding.

Een doorlopende koppeling ten slotte met GFSI erkende ‘pre-farm standards’ als GlobalGap en SQF 1000 zou zeker leiden tot verdere kostenreductie, betere traceerbaarheid en harmonisatie van audits.

Gemiste kans
Nog verder weg in de toekomst zie ik prima mogelijkheden om de goede ervaringen opgedaan met voedselveiligheid door te trekken naar de harmonisatie van milieu- en arbostandaarden als de SA 8000 en BSCI. Binnen de moederorganisatie van de GFSI, het Consumer Product Platform (tot voor kort de CIES) is al een harmonisatie-initiatief ontstaan.

Maar in dit ‘Global Social Compliance Program’ is, voor zover ik het kan overzien, geen sprake van echte harde benchmarking op basis van de wil om uiteindelijk te komen tot wederzijdse erkenning van certificaten. Een gemiste kans, want teveel retailers en fabrikanten gebruiken het milieu en sociale eisen als vermeende mogelijkheid om zich richting de consument te onderscheiden in de concurrentiestrijd. De klant snapt er intussen niets meer van. Misschien moet iemand de CEO’s van de retailers die de ‘founding fathers’ waren van de GFSI maar eens wakker schudden.

Reageer op dit artikel