artikel

Harmonisatie standaarden dichterbij dan ooit

Algemeen

Recente ontwikkelingen hebben de kans op echte harmonisatie van zowel standaarden als certificaten sterk doen toenemen. Het is een kwestie van het ineen slaan van de handen door de diverse marktpartijen.

De levensmiddelenketen snakt al meer dan een decennium naar harmonisatie van standaarden en certificatie in de levensmiddelenketen. Maar nog steeds is het Nederlandse, maar ook internationale levensmiddelenveld, bezaaid met standaarden, certificaten en keurmerken. En er is nog steeds veel overlap in deze standaarden.

Dit resulteert in doublures in audits en auditrapporten en onnodige tijdbelasting en kosten voor fabrikanten. De prijs/kwaliteitverhouding van audits komt onder druk te staan en daarmee de kwaliteit van de audits en in het verlengde daarvan de certificaten. En uiteindelijk moet iemand in de keten hiervoor de rekening betalen.

Positief
Toch zijn er ook een aantal positieve ontwikkelingen in de markt te signaleren. Gedacht kan worden aan:

  • De ontwikkeling van ISO 22000 en PAS 220;
  • Het nieuwe certificatieschema FSSC 22000 dat ISO 22000 en PAS 220 combineert;
  • De acceptatie van systeemcertificatie door het GFSI;
  • De oprichting van een permanente ISO-werkgroep voor levensmiddelenstandaarden;
  • De acceptatie van alle door GFSI goedgekeurde certificaten door grote retailers als Wal-Mart;
  • De belangstelling van grote internationale levensmiddelenbedrijven voor ISO 22000 en PAS 220;
  • De sterk groeiende belangstelling van overheden in de Europese Unie en de Verenigde Staten, maar ook China, voor het gebruiken van private audits in hun rol als toezichthouder;
  • De beslissing van ISO, de International Standardisation Organisation, om de PAS 220 om te zetten in een ISO ‘Technical Specification’ en het voornemen om ook voor andere sectoren dergelijke aanvullingen te ontwikkelen.

Retailers
Het GFSI (Global Food Safety Initiative) heeft via haar benchmark model voor de certificatie van voedselveiligheid(systemen) inmiddels vijf systemen en bijbehorende certificaten geaccepteerd. Maar er zijn nog steeds retailers die niet alle GFSI goedgekeurde certificaten accepteren. Een positieve uitzondering hierop zijn Ahold, Carrefour, Tesco, Metro, Migros, Wal-Mart en Delhaize die in een persbericht in 2007 hebben verklaard alle GFSI goedgekeurde certificaten te accepteren.

Er zijn echter ook bedreigingen voor het goede initiatief van de GFSI. Het blijkt dat Tesco weer is gestart met een eigen auditsysteem voor haar leveranciers. Ook liggen momenteel zeven nieuwe certificatieschema’s te wachten op een beoordeling en goedkeuring door de GFSI. Dit kan resulteren in een nieuwe uitbreiding van het aantal certificaten en het risico dat afnemers weer een specifiek certificaat gaan eisen. Daarnaast zijn er nog veel sectoren in de keten die niet binnen de scope van het GFSI vallen. Denk aan de diervoeder- en verpakkingsmaterialensector. Ook in deze sectoren worden diverse certificatieschema’s gebruikt en is veel behoefte aan harmonisatie.

Producenten
Een duidelijke trend is dat veel levensmiddelenproducenten, verenigd in de CIAA (European Food and Drink Association) en de GMA (Groceries Manufacturing Association uit de Verenigde Staten), overduidelijk kiezen voor ISO 22000 en PAS 220. Dit blijkt wel uit het feit dat vier grote levensmiddelenproducenten, Unilever, Kraft, Danone en Nestlé, aan de wieg hebben gestaan van de ontwikkeling van PAS 220. De CIAA heeft geparticipeerd in de ontwikkeling van FSSC 22000, het certificatieschema voor ISO 22000 en PAS 220.

Overheden
De belangstelling van overheden voor het gebruiken van private certificatie audits in hun rol als toezichthouder groeit. Concrete voorbeelden zijn het auto-controlesysteem in België en het project in Nederland, waarbij de VWA de resultaten van HACCP-certificatie gebruikt bij het uitoefenen van haar toezicht.

Maar ook de Europese Commissie toont serieuze belangstelling. In juni dit jaar discussieerde de ‘Working Group on Public and Private Partnerships’ van de Europese Commissie over de mogelijkheden om gebruik te maken van private certificatieschema’s door toezichthouders. Deze discussie zal leiden tot uitwerking van een model en advisering van de Europese Commissie en haar lidstaten. Ook in de Verenigde Staten blijkt de belangstelling in private certificatieschema’s sterk toe te nemen.

Verenigde Staten
In de VS is een grote verandering gaande ten aanzien van audits en certificatie. Tot een paar jaar geleden is onafhankelijke, geaccrediteerde certificatie daar nooit populair geweest. Een goedkeuring door de Amerikaanse overheid, de FDA (Food and Drug Authority), stond daar altijd gelijk aan certificatie. Daarnaast werd er in de VS gebruikgemaakt van diverse ongeaccrediteerde certificatieschema’s die door certificatie- instellingen of supermarktketens samen met levensmiddelenbedrijven zijn ontwikkeld.

Een groot aantal calamiteiten, met als triest hoogtepunt de recente ‘peanut butter’-affaire, heeft het inzicht daar echter sterk gewijzigd. Zowel retailers als fabrikanten beginnen het GFSI benchmark model te accepteren. Zo heeft Wal-Mart vorig jaar richting haar leveranciers, inclusief producenten van A-merken, aangegeven dat zij tegen één van de GFSI goedgekeurde certificatieschema’s moeten zijn gecertificeerd. Ook de Amerikaanse overheid realiseert zich dat het een onmogelijke taak is om alle levensmiddelenbedrijven zelf op een effectieve wijze te controleren. Vandaar dat zij zich ook beraadt om private certificatieresultaten te gaan gebruiken bij haar toezichthouders rol.

Azië & Australië
Azië en Australië zijn traditioneel meer verdeeld in hun beleid en aanpak van voedselveiligheid. Veel landen volgen de internationale ontwikkelingen, al dan niet aangevuld met specifieke eisen. De internationale retailers en fabrikanten hebben een belangrijke invloed op het beleid van deze landen. Maar we zien ook een groeiende belangstelling en participatie van Aziatische landen in de internationale ontwikkeling en harmonisatie van voedselveiligheidsstandaarden en certificatie. Een groot aantal landen is bijvoorbeeld lid van de recent opgerichte permanente ISO werkgroep voor levensmiddelenstandaarden.

Harmonisatie binnen handbereik?
De hiervoor geschetste ontwikkelingen brengen internationale harmonisatie van standaarden en certificatie een significante stap dichterbij. Vooral de combinatie van ISO 22000 met sectorspecifieke ‘Technical Specifications’ blijkt internationaal op veel draagvlak van de industrie te mogen rekenen.
Als de PAS 220 wordt omgezet in een ISO technical specification en er ook voor de andere sectoren dergelijke specifications ontwikkeld worden, ontstaat er een serieuze kans voor internationale harmonisatie van voedselveiligheidsstandaarden en certificatie voor de gehele levensmiddelenketen.

Hierbij kan ISO 22000 gebruikt worden als generieke standaard voor voedselveiligheid managementsystemen in de gehele keten. En zijn de aanvullende sectorspecifieke eisen beschreven in deze technical specifications. Dit zal leiden tot een vereenvoudiging van standaarden en normen in de levensmiddelenketen, een verlaging van het aantal audits en van de kosten. En het leidt uiteindelijk zelfs tot een verbetering van de kwaliteit van de audits.

Reageer op dit artikel