artikel

Certificatie en toezicht VWA

Algemeen

De Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) heeft het Nederlandse HACCP-certificaat geaccepteerd als zelfcontrolesysteem. Blijft het daarbij, of zijn er nog ontwikkelingen te verwachten rond BRC of IFS? Wat gaat dit in 2010 betekenen voor producenten en toezicht?

Zelfcontrolesystemen, zoals certificatie van HACCP-systemen, zijn private initiatieven waar bedrijven vrijwillig aan deel kunnen nemen. Inmiddels staan op de website van de VWA tien geaccepteerde zelfcontrolesystemen in de levensmiddelen- en diervoedersector. De VWA voert bij deelnemende bedrijven niet langer zelf alle controles uit, maar gaat deels vertrouwen op de resultaten uit de zelfcontrolesystemen. Noem het een vorm van toezicht op controle.

Een zelfcontrolesysteem moet voldoen aan vier principes:

  • 1. Er moet sprake zijn van een norm die (een deel van) de wetgeving omvat.
  • 2. Een externe beoordeling moet plaatsvinden met voldoende kwaliteit en diepgang.
  • 3. Het zelfcorrigerend vermogen van het systeem moet voldoende groot zijn, dat wil zeggen dat bedrijven die niet aan de norm voldoen niet meer gecertificeerd worden.
  • 4. Het systeem moet voor de VWA voldoende transparant zijn.

Deze vier principes zijn feitelijk terug te voeren tot twee dimensies: de mate van beheersing van de processen en de mate van openheid van het systeem. In beide dimensies moet de VWA voldoende vertrouwen hebben voordat zij het systeem zal accepteren.

Dutch HACCP
In 2005 heeft de VWA het Centraal College van Deskundigen HACCP gevraagd of het Nederlands HACCP-certificaat een geaccepteerd zelfcontrolesysteem kon worden. Het college heeft een project opgezet om te kijken in hoeverre het certificatieschema het vertrouwen van de VWA zou kunnen krijgen.

Onder voorzitterschap van het college hebben certificatie-instellingen FNLI en VWA gekeken naar de beheersing van de voedselveiligheid en de transparantie van het systeem. Geconstateerd werd dat de inhoudelijke kwaliteit en diepgang van de audit beter moest. Ook ontbrak er een centraal register van gecertificeerde bedrijven zodat de VWA geen inzicht had in welke bedrijven nu eigenlijk HACCP-gecertificeerd waren.

Register
De certificatie-instellingen hebben, na consultatie van hun klanten, gegevens aangeleverd voor het register. Van de Stichting Certificatie Voedselveiligheid (SCV), de eigenaar van de ‘Dutch HACCP’, heeft de VWA in oktober 2009 de eerste versie van het register van HACCP-gecertificeerde bedrijven ontvangen. Per certificatie-instelling zijn de naam- en adresgegevens van het bedrijf en de scope van het certificaat te zien. Deze eerste versie van het register is om allerlei redenen nog niet compleet. Naar schatting bevat het zeventig procent van de certificaten. Desondanks is het een eerste grote stap richting openheid.

De VWA kiest steekproefsgewijs bedrijven uit het register en kijkt of het certificaat klopt met de audit- en inspectiegegevens uit de VWA-database. Doel is om aan de hand daarvan vast te kunnen stellen of er nog grote manco’s in het certificatieschema zitten en zo ja, hoe het Centraal College van Deskundigen HACCP, deze kan verhelpen.

Systeemtoezicht
In 2010 gaat de VWA ook tijdens de eigen audits en inspecties meer gerichte aandacht besteden aan certificatie. Daarbij zal een werkmethode voor het systeemtoezicht worden ontwikkeld waarmee de VWA minder het bedrijf inspecteert, maar meer de werking van het zelfcontrolesysteem beoordeelt.
De VWA gaat de komende tijd ook het eigen systeemtoezicht kritisch evalueren. Enerzijds omdat zelfcontrolesystemen zich verder ontwikkelen, anderzijds omdat bij de fusie van VWA, Algemene Inspectie Dienst en Plantenziektekundige Dienst ook de toezichtmethoden van deze diensten opnieuw zullen worden bekeken.

Terugtreden
Het ligt voor de hand dat bedrijven die HACCP-gecertificeerd zijn, dit gaan merken in de mate en vorm van toezicht. De VWA blijft verantwoordelijk voor het toezicht, dus de vraag doet zich voor hoe ver je als toezichthouder kunt terugtreden. Een uitgangspunt dat gehanteerd zou kunnen worden, is dat de VWA de productiebedrijven minimaal éénmaal per jaar wil beoordelen. Voor erkende bedrijven geldt daarbij een wat zwaarder regime.

Een logische gedachte zou zijn dat de VWA daarbij niet opnieuw het HACCP-systeem beoordeelt, maar bijvoorbeeld via één of meer speerpunten beoordeelt of de certificatie nog op orde is (inclusief de afspraken over de corrigerende maatregelen). Met een dergelijke methode sluit de VWA beter aan bij het private systeem en kan de toezichtlast tot een minimum beperkt blijven. De VWA streeft er naar om deelnemende bedrijven in de groene zone van de VWA-toezichtpiramide te plaatsen.
Het is natuurlijk niet zo dat direct na acceptatie de VWA volledig terugtreedt. Het vertrouwen moet groeien en geleidelijk kan de VWA meer afstand gaan nemen.

Andere schema’s
Voor de VWA lag destijds de keuze voor het Nederlandse HACCP-certificaat voor de hand. Het betreft een Nederlands niet-commercieel schema, waarbij de VWA tevens een adviserende rol heeft in het Centraal College van Deskundigen en het betreft een relatief klein aantal certificaten. Dit maakte het project beheersbaar.

Andere voedselveiligheidsstandaarden zullen ook beoordeeld gaan worden. Hoewel een definitieve keuze nog niet is gemaakt, lijkt de ISO 22000 (inclusief PAS 220) goed aan te sluiten bij het lopende project en de ontwikkelingen in de markt. Producenten zijn meer en meer geïnteresseerd in een wereldstandaard in plaats van in verschillende commerciële standaarden.

Daarnaast valt dit schema onder beheer van de in Nederland gevestigde Food Safety System Certification scheme 22000 (FSSC 22000) dat net als het Dutch-HACCP gefaciliteerd wordt door de Stichting Certificatie Voedselveiligheid. Ook in Europees verband is er interesse bij toezichthouders om ISO 22000 te gaan beoordelen. De VWA gaat hierin een actieve rol spelen.

BRC en IFS
Bij de andere gangbare, met name commerciële certificaten als BRC, IFS en SQF, zet de VWA meer vraagtekens, zowel bij de beheersing als bij de openheid. Hoewel deze audits vaak worden uitgevoerd door dezelfde certificatie-instellingen met dezelfde auditoren als bij het Dutch HACCP en ISO 22000 ligt het accent van deze audits anders. Vooral de tijd die een auditor kan besteden aan het beoordelen van de voedselveiligheidsaspecten is van cruciaal belang bij een audit.

Als een groot gedeelte van de beschikbare tijd, tijd die de kostprijs van het certificaat bepaalt, nodig is voor administratieve handelingen, dan gaat dat waarschijnlijk ten koste van de diepgang van de audit. Daarmee is niet gezegd dat de VWA deze certificaten nooit als zelfcontrolesysteem zal accepteren. Het zal een kwestie van tijd zijn. Prioriteit heeft nu het ontwikkelen van de juiste toezichtmethode op de geaccepteerde zelfcontrolesystemen. Eventuele uitbreiding met andere certificaten komt daarna.

Reageer op dit artikel