artikel

Routinematig labwerk juist nu uitbesteden

Algemeen

Voedingsmiddelenbedrijven overwegen in deze tijd (nog) vaker outsourcing van analyses bij contractlaboratoria als kostenbesparend alternatief voor het eigen bedrijfslab. Het aantal analyses dat tijdens de recessie wordt uitbesteed is wel minder. Oorzaken zijn het geringere productievolume en een lagere analysefrequentie voor routinebepalingen. Wetgeving en ontwikkelingen in de voedingswaardedeclaratie bepalen de kwalitatieve vraag bij de contractlaboratoria.

Voedingsmiddelenbedrijven kiezen steeds vaker voor een contractlab in plaats van een (eigen) bedrijfslab, zo constateerde VMT ongeveer anderhalf jaar geleden in het artikel over uitbesteden van labwerk (VMT 2008, nr. 10, pag. 14-16). Het huidige sobere economische klimaat heeft daar niets aan veranderd. Sterker nog, op zoek naar kostenreductie komt outsourcing van het labwerk juist in beeld.

Lagere bemonsteringsfrequentie
Ook contactlaboratoria voelen de gevolgen van de recessie. Het aantal routinematige analyses is het afgelopen jaar teruggelopen. “Dat geldt dan zowel voor fysisch-chemische als microbiologische bepalingen”, geeft directeur Hans van Wijk van Labco (zie kader) aan. “Waar wij voorheen elke week of elke maand monsters ophaalden, gebeurt dit nu eenmaal per twee weken of maanden. Dan gaat het wel om meer monsters, maar per saldo is het aantal analyses afgenomen.”

Ook Marc van Hulst, general manager Eurofins Food Nederland (zie kader), onderschrijft deze bevinding. “Het productievolume is afgenomen en daarmee werd ook het aantal analyses minder, in combinatie met een lagere bemonsteringsfrequentie.” Van Hulst constateert echter wel dat de grootste ‘dip’ voorbij is. “We komen langzaam weer op het oude niveau terug. Een verbetering, maar nog altijd een teruggang, want voor de recessie was er sprake van een groeimarkt.”

Peter Platteschor, directeur van Nutrilab (zie kader), beaamt eveneens dat bedrijven voorzichtiger zijn met het aantal routinematige bepalingen dat wordt verricht. “Het neemt niet weg dat er nog altijd volop wordt geanalyseerd.”

Kostenbewust
Dat bedrijven uitermate kritisch naar de kosten kijken, wordt door de drie directeuren onderschreven: “Maar dat is niet nieuw. De foodbranche was altijd al zeer kostenbewust”, aldus Platteschor. “Terecht. Supermarkten blijven met prijzenoorlogen elkaar het leven zuur maken en dat wordt afgewenteld op de voedingsmiddelenfabrikant. Als laboratoria zitten wij dan onder in de ‘pikorde’. Wij controleren en voegen geen waarde meer toe.”

“De vraag ‘waar kan het goedkoper?’ werd altijd al gesteld, beaamt ook Van Wijk en Van Hulst geeft aan dat de contractlaboratoria hun eigen ‘prijzenoorlog’ voeren om analyses met een groot productievolume.

Aanvragen
Van massaal ‘shopgedrag’ is volgens de Nutrilab-manager geen sprake. Platteschor: “Ik krijg meer aanvragen dan voorheen van bedrijven omdat zij prijzen van laboratoria willen vergelijken maar niet veel meer aanvragen. Wisselen van contractlaboratorium brengt immers ook kosten met zich mee.”
Bovendien gaat het foodbedrijven niet uitsluitend om de prijs. “Kwaliteit speelt een grote rol en dat houdt in kwalitatief goede analyses, maar gaat ook om service, snelheid en aanvullende advisering”, aldus Van Wijk.

Van Hulst adviseert bedrijven zelfs om eenmaal in de drie tot vijf jaar de uitbesteding van laboratoriumwerk onder de loep te nemen. “Dan betreft het de benodigde kwaliteit en expertise en natuurlijk ook de prijs. Het laatste vooral bij de ‘day-to-day’ routinematige analyses.”

Eigen lab versus uitbesteden
Contractlaboratoria onderling vergelijken is belangrijk. Daarnaast wijst Van Hulst op een benchmark tussen het eigen laboratorium en outsourcing van analyses. “Gemiddeld is outsourcing van routine-analyses twintig procent goedkoper. Bovendien worden de vaste kosten van een eigen laboratorium met mensen in dienst variabel gemaakt. Wij zien bedrijven daar nu nog meer naar kijken. De overweging is om alleen voor de dagelijkse productiecontrole faciliteiten aan te houden en daarnaast het labwerk uit te besteden.”

Bedrijven worden dan weliswaar meer afhankelijk van het contractlab, ook wat expertise betreft, maar dat hoeft geen reden tot zorg zijn, zo meent de Eurofins-manager. “Zeker op de langere termijn is het ook ons belang de klant zorgvuldig te adviseren over de nodige maar ook onnodige bepalingen.” Daarnaast worden technieken steeds geavanceerder, wat het operationeel houden van een eigen laboratorium relatief steeds duurder maakt.

Aanval en verdediging
Zo’n 70% van de activiteiten van Eurofins heeft betrekking op de routinematige analyses. Van Hulst noemt dit in voetbaltermen ‘het middenveld’. Een andere 5% betitelt hij als ‘aanval’: “Het gaat hier om R&D en productontwikkeling. Grotere bedrijven willen dit zelf doen omdat het van strategisch belang is voor het concern. Specifieke vragen in een R&D-programma legt men dan bij ons neer omdat wij over die expertise beschikken.”

De overige 25% van de labactiviteiten van Eurofins schaart Van Hulst onder de term ‘verdediging’ en vat daaronder samen de analyses die noodzakelijk zijn voor dossiervorming, bijvoorbeeld voor wetgevergedreven issues, en monitoring, zoals contaminantenonderzoek. Deze laatste groep van analyses moet de foodbranche volgens Van Hulst uitbesteden. “Het betreft eenmalige programma’s waarmee bedrijven zekerheden inbouwen. In geval van vragen, of in het uiterste geval een claim, wil men een onafhankelijk analysecertificaat laten zien.”

Voedingswaardebepalingen
Hoe zeer bedrijven ook op de kosten letten, op wettelijke verplichtingen zoals in relatie tot HACCP wordt niet beknibbeld. Ook nieuwe ontwikkelingen leiden tot fors meer uitbesteden van labanalyses. Zowel Eurofins, Nutrilab als LabC o noemen een sterke stijging in voedingswaardebepalingen als gevolg van de invoering van het ‘Ik kies bewust’-logo en het Groene klavertje van Albert Heijn. “Er is een sterke toename in de bepaling van voedingstoffen als vet, eiwit, zetmeel en koolhydraten ten behoeve van de etikettering”, constateert Platteschor.

Eurofins heeft specifieke expertise op het gebied van voedingsvezels. “Wij kunnen voedingsvezels zelfs in vruchtensappen bepalen, op het niveau dat ‘Ik kies bewust’ eist. De industrie past ook nieuwe voedingsvezels toe, waarvoor specifieke technieken en de bijbehorende kennis nodig is. Verder is de wetgeving voor vezeldetectie en de voedingswaardebepaling van voedingsvezels veranderd en dat leidt tot een beduidend grotere vraag naar analyses”, vertelt Linda Tilman. Tilman is key accountmanager bij Eurofins.

Meer kwalitatief
Van Wijk meldt ook een toename in de meer kwalitatieve analyses, eveneens opgelegd vanuit wetgeving. “Wij verrichten meer bepalingen van bijvoorbeeld mycotoxines, pesticiden en zware metalen.”

Er dienen zich tevens nieuwe trends aan. Het allergenenonderzoek “begint te komen”, aldus Platteschor. En zodra de nieuwe wetgeving rond de voedingswaardeclaims zijn definitieve vorm krijgt, zal dit naar verwachting tot een toename in de vraag bij contractlaboratoria leiden. Wat werkelijk een ‘hausse’ in analyses teweeg brengt, is volgens Van Hulst een calamiteit.

“Maar na de melamine-affaire vorig jaar is het rustig gebleven”, zo constateert hij. In moeilijke tijden zou het een opsteker zijn geweest voor de contractlaboratoria, maar voor de foodbedrijven was het een zegen.

Reageer op dit artikel