artikel

Alles over selenium

Algemeen

Een sober boek dat met de deur in huis valt. Dat is Current advances in selenium research and applications vol. 1 van Ed. P.F. Surai en Jules A. Taylor-Pickard.

Het gaat om dertien overzichtsartikelen die op de een of andere manier te maken hebben met selenium in de voeding of in voer. Daaraan toegevoegd een trefwoordenlijst, een band erom heen en dat is het dan. Wie zich echter wil verdiepen in de rol van selenium in de voeding van mens en dier, vindt in dit boek een schat aan informatie.

Giftig element
Selenium – of seleen – kreeg in de dertiger jaren van de vorige eeuw enige bekendheid als een giftig element dat de oorzaak was van vergiftigingsgevallen bij paarden en vee. De vergiftiging ontstond door het eten van bepaalde planten die het element sterk kunnen cumuleren.

Het heeft tot 1957 geduurd voor er werd ontdekt dat seleen ook een essentieel element is. In tegenstelling tot bijvoorbeeld jodium, dat – voorzover wij weten – in het lichaam maar één functie vervult, is seleen in veel systemen noodzakelijk. Seleen komt voor in een tweetal aminozuren, bekend als de zwavelhoudende aminozuren (cysteïne en methionine) maar waarin het zwavelatoom door een seleenatoom is vervangen.

Deze aminozuren zijn in allerlei eiwitten aanwezig, die hun functie in het lichaam van mens en dier vervullen. Seleengehalten in het voedsel of voer van 0,05 tot 0,1 mg per kg zijn voldoende. Seleengehalten van 3 tot 4 mg per kg zijn soms al toxisch, maar toch is de kans op een seleenvergiftiging uiterst klein. Een groter probleem is dat tekorten aan dit element waarschijnlijk vaak optreden.

Seleenvoorziening
De eerste drie artikelen in Current advances in selenium research and applications behandelen tekorten aan seleen in Europa, Rusland en de Oekraïne; gebieden waar de seleenvoorziening marginaal of, zo men wil, suboptimaal is. De Oekraïne is hierbij onder andere van belang omdat seleen beschermt tegen radioactieve straling (Tsjernobyl!). En passant worden in deze overzichtsartikelen ook andere aspecten van seleen genoemd, zoals bescherming tegen kanker en hart- en vaatziekten. Een panacee dus? Tekorten liggen eerder voor de hand.

In de daaropvolgende hoofdstukken worden speciatie (splitsing) en analyse van seleen uitvoerig besproken; ook zijn er hoofdstukken over een reo-virus dat door de aanwezigheid van seleen minder pathogeen wordt; de relatie tussen seleen en mycotoxinen, andere contaminanten, en de relatie tussen seleen en meervoudig onverzadigde vetzuren.

In de laatste vier artikelen wordt beschreven hoe seleen functioneert in de voeding van schapen, pluimvee, varkens en rundvee. Aan de orde komen aspecten als de relatie tussen seleen en tocoferol (vitamine E), de noodzaak van seleen bij het in stand houden van een goede fertiliteit en de melkproductie.

Eieren

Surai en Taylor-Pickard noemen in het boek bovendien de mogelijkheid om de seleenvoorziening via eieren veilig te stellen (eieren worden immers in veel producten en gerechten gebruikt). Geen nieuw idee overigens: genoemd wordt dan ook dat eieren eveneens worden gebruikt om de hoeveelheid linoleenzuur (omega-3) in voedsel te verhogen.

Het boek is voorzien van uitvoerige literatuurlijsten en veel extra informatie over de functies van seleen. De omslag van het boek vermeldt de aanduiding volume 1. Blijkbaar kan een vervolg worden verwacht, maar daarover wordt nergens iets vermeld. Uitgever en editors zijn niet scheutig met algemene informatie. Verder kan dit boek uitstekend bijdragen aan onze kennis van het element selenium in voer en voeding.

Reageer op dit artikel