artikel

We verkiezen gemak boven functioneel

Algemeen

De eettrends gemak, biologisch, functionele voeding en regionale productie spelen in heel Europa. Maar in welke mate? De EVD vergeleek acht Europese landen met elkaar om te kijken hoe sterk deze trends zijn.

In veel West-Europese landen genieten gekoelde gemaksmaaltijden de voorkeur boven diepvries. Zo niet in Polen, waar het precies andersom is. Het vertrouwen in regionale productie doet de Pool voor traditionele Poolse diepvriesgerechten kiezen. Dit is maar een van de conclusies uit de landenvergelijking food 2009 met als titel ‘Menu’. De EVD – een onderdeel van het ministerie van Economische Zaken dat zich bezighoudt met internationaal ondernemen en samenwerken – voerde een trendanalyse uit in Nederland, België, Duitsland, Frankrijk, Ierland, het Verenigd Koninkrijk, Spanje en Polen.

“De EVD wil voedingsmiddelenbedrijven met de landenvergelijking een breder beeld geven van trends op het gebied van gemaksvoeding, biologische producten, functionele voeding en regionale productie op buitenlandse markten in vergelijking met thuismarkt Nederland” , legt Corien Boelstra, accountmanager food bij de EVD en nauw betrokken bij het rapport uit. Aan de hand van het onderzoek kunnen bedrijven kijken naar welk land ze bijvoorbeeld willen exporteren. “Maar de ondernemer neemt zelf de beslissing”, zegt Boelstra.

Geen China en India
De EVD gebruikte voor haar rapport data van de Euromonitor en putte uit haar internationale netwerk. Het document kwam tot stand in samenspraak met Food & Nutrition Delta (FND) en Food Valley. Zij hadden invloed op de keuze van de acht landen. Opmerkelijk genoeg ontbreken de opkomende economieën China en India. Waarom zijn die buiten beschouwing gelaten in de landenvergelijking?

Het onderzoek is vooral op Europa en de Europese samenwerking gericht, meent Boelstra. Negatieve verhalen over intellectueel eigendom in China speelden mee om de economische grootmacht buiten de landenvergelijking te laten. Het kopiëren van functionele voedingsmiddelen is een veel gehoorde klacht over Chinese bedrijven, aldus Boelstra. “Alleen zuivel en babyvoeding zijn interessant in China. Dat heeft alles te maken met de melaminecrisis van eind 2008, begin 2009. India is, evenals China, voor leveranciers van machines voor de voedingsmiddelenindustrie op dit moment wel een interessante markt.

Over het algemeen is exporteren naar India en China net een stap te ver voor een mkb-bedrijf. Kansen zijn er wel degelijk”, vervolgt ze, “maar vaak zijn de risico’s hoger. En meestal liggen de mogelijkheden meer op het vlak van export dan van innovatie.”

Een andere opvallende afwezige in de landenvergelijking is Italië. Toch een culinaire grootmacht. “Dit is een moeilijk land voor de export en zeker voor de voedingsmiddelenindustrie een vrij gesloten markt. Dat komt omdat grote nationale spelers de markt in handen hebben”, verduidelijkt Boelstra. “Op het gebied van innovatieve samenwerking gebeurt er bovendien weinig.” De lijn in de landenkeuze is duidelijk. De gekozen EU-lidstaten in de landenvergelijking werken op technologisch gebied veel samen. Een grote Europese nieuwkomer als Polen kan in de trendanalyse afgezet worden tegen de gevestigde orde.

Functionele voeding
Het naast elkaar leggen van alle onderzochte landen levert enkele opzienbarende constateringen op. Zo kwam de Ierse markt voor functionele voeding later op gang dan de Belgische maar is deze al wel groter, €635,7 miljoen (omzet) in 2007 tegenover €411,7 miljoen. De Ieren liften waarschijnlijk mee op de Britse markt die grotendeels verzadigd is, denkt Boelstra. Uit een recent rapport blijkt dat Ierse voedingsbedrijven fors investeren in gezonde producten.

Het vertrouwen van de Belgen in de gezondheidseffecten van functionele voeding daalt. Onze zuiderburen zijn steeds minder bereid smaak op te offeren voor gezondheid. In Duitsland staan functionele voedingsmiddelen nog volop in de belangstelling en genieten een groot consumentenvertrouwen.

Duitsers zijn bereid flink in de buidel te tasten voor functionele voeding.
Europeanen zoeken naar verschillende gezondheidsbevorderende eigenschappen. Zo zoekt de Duitse consument vooral voedingsmiddelen die cholesterol-verlagend zijn of de spijsvertering verbeteren, terwijl onder Fransen en Spanjaarden producten die obesitas terugdringen populair zijn. Ieren richten hun aandacht op de welzijnsbevorderende eigenschappen van probiotica en de positieve effecten die de bacteriën hebben op het immuunsysteem.

Functionele voeding is een groeimarkt, zo staat in het EVD-onderzoek, die in 2010 een geldelijke waarde zal bereiken van ruim €23 miljard. Of dit daadwerkelijk gaat gebeuren is de vraag. Na jaren van forse groei, neemt de verkoop van drankjes met probiotica in Nederland af. In Polen staat het functionele voedingssegment nog maar in de kinderschoenen. “Ze krijgen het in Polen nog niet echt goed van de grond”, aldus Boelstra.

Gemaksproducten
Gemaksproducten nemen in Polen al wel een enorme vlucht en dan vooral diepvries. Dit heeft onder meer te maken met de logistiek. “Ze krijgen het gewoon niet vers in de winkel”, licht Boelstra toe. Gemaksvoeding, en dan met name kant-en-klaar-maaltijden, groeit in alle geanalyseerde landen. Maatschappelijke veranderingen als een groeiend aantal alleenstaanden en meer werkende vrouwen dragen bij aan deze toename. In Groot-Brittannië speelt een dalende kookkennis een grote rol in de groei van het gemaksvoedingsegment.

In tegenstelling tot Polen doen in West-Europa gekoelde maaltijden het goed, met Nederland als uitschieter naar boven. In Duitsland valt voor voedingsmiddelen nog veel te winnen. Hier is veel onbenut marktpotentieel, zo blijkt uit het onderzoeksrapport. In Spanje zijn gekoelde kant-en-klaarmaaltijden het snelst groeiende segment. De Franse en mediterrane keuken domineren de gemaksmaaltijden. Maar in het Verenigd Koninkrijk zijn ook de huisgemaakte producten erg in trek.
In de foodservicemarkt komen gezonde afhaalgerechten sterk op. De gezondheidstrend binnen fastfood geldt minder voor het Verenigd Koninkrijk en Ierland. Vooral jongeren houden er een ongezonde leefstijl op na. Een verrassende ontwikkeling gezien het feit dat de Ierse markt voor functionele (gezonde) voeding snel groeit, zoals blijkt uit het rapport.

Biologische producten
Biologische voeding vormt een Europese groeimarkt. De consumentenvraag in de acht geanalyseerde Europese landen overstijgt het aanbod. Of er op korte termijn meer biologische producten op de markt komen, valt gezien de economische crisis te bezien. Biologisch kent nog te veel beperkingen: te weinig aanbod, gebrek aan keuze en bovendien te duur.

In Groot-Brittannië is de prijs van biologische producten zelfs de grootste belemmering om tot aankoop over te gaan. In Polen en Spanje verhinderen de hoge prijzen uitbreiding van het marktaandeel biologisch dat maar een heel klein deel uitmaakt van de totale binnenlandse voedingsmarkt. “Spanje exporteert veel biologische voeding, maar consumeert weinig”, verbaast accountmanager Boelstra zich. In Duitsland, Nederland, Ierland en het Verenigd Koninkrijk groeit het marktaandeel biologisch. Een trouwe groep kopers in deze landen trekt graag de portemonnee om de meerprijs voor biologische voedingsmiddelen te betalen.

De redenen voor consumenten om bio in het winkelmandje te leggen verschillen per land. Zo geeft het aspect smaak in Nederland, Polen en Frankrijk de doorslag. Maar de Fransen associëren biologisch ook met vertrouwen en kwaliteit. Bij de Britten staan gezondheid en dierenwelzijn op nummer één. “Britten hadden in het recente verleden veel te maken met dierziektes als BSE en mond- en klauwzeer”, verklaart Boelstra.

Regionale productie
De vierde trend die de EVD onder de loep nam, regionale productie, staat nog maar aan het begin. Dit kan te maken hebben met de strenge wetgeving omtrent regionaal geproduceerd voedsel. Sinds 1992 gelden Europese regels. De Europese Commissie creëerde een keurmerksysteem met beschermde geografische oorsprongsbenamingen. Zo moet parmaham daadwerkelijk uit de omgeving van de Italiaanse stad Parma komen. Mediterrane landen als Frankrijk en Spanje zijn het sterkst in regionale productie.

Regionale producten zijn goeddeels onontgonnen gebied. Er zijn veel kansen als het gaat om deze producten. “Het verhaal om het product heen wordt belangrijker. En een keurmerk geeft een kwaliteitsimago”, aldus Boelstra. Groot-Brittannië ziet de mogelijkheden van regionale productie. Het Britse milieuministerie wil dat meer bedrijven een beschermde oorsprongstatus aanvragen voor hun voedingsmiddelen. Regionale productie moet in lijn komen met landen als Frankrijk en Italië, die ieder meer dan 300 beschermde producten hebben, tegen 38 voor het Verenigd Koninkrijk.

Invloed recessie
De gebruikte data voor het EVD-onderzoek dateren van voor de economische crisis. De recessie is dus niet meegenomen in het rapport over eettrends. Boelstra beaamt dat. Maar stelt dat de conclusie grotendeels overeind blijven. De groei van dubbele cijfers van biologisch voedsel in voorgaande jaren zal vertragen vanwege wereldwijde lagere consumentenbestedingen, zo laten gegevens van de Organic Monitor zien.

Toch blijft er, ondanks de recessie, nog altijd sprake van groei. In het Verenigd Koninkrijk ligt die naar verwachting in 2009 op 2%. In Nederland steeg de omzet van biologische producten in het eerste kwartaal met 10% ten opzichte van dezelfde periode in 2008, rapporteert de Task Force Marktontwikkeling Biologische Landbouw.

Gemaksproducten doen het in dit slechte economische tij beter dan functionele producten. “Consumenten kiezen eerder voor de relatief goedkope gemaksmaaltijden en niet voor functional foods.” Bij de laatste vindt er ook nog veel discussie plaats of er daadwerkelijk gezondheidseffecten zijn of niet. “Mensen zijn dus nog niet zo geneigd om functionele producten te kopen”, besluit Boelstra.

Reageer op dit artikel