artikel

Energie besparen in de keten

Algemeen

Via ketenkaarten wil SenterNovem het energieverbruik per sector in kaart brengen. Het resultaat is een waaier aan kaarten met het energieverbruik van elke schakel in de keten. Binnen de voedingsmiddelenindustrie is de groente- en fruitverwerkende industrie ver gevorderd met het opstellen van de kaarten. De zuivelindustrie en koffiebranderij Neuteboom zijn al zover. De resultaten zijn niet altijd verassend, maar wel verhelderend.

Het idee van de ketenkaarten is ontstaan in de melkverwerkende industrie. De zuivelproducenten zochten naar een manier om het energieverbruik in de keten te bepalen. Ze waren bekend met het eigen verbruik, maar wisten niet hoe het zich tot de andere schakels in de keten verhield.

De verbredingsthema’s van het MJA-programma van SenterNovem boden een oplossing. Projecten binnen deze thema’s die energie besparen in de keten, mogen voor een gedeelte aan het bedrijf dat het project heeft geïnitieerd worden toegerekend. Dat kan interessant zijn als de besparingsmaatregelen op het gebied van procesefficiency binnen de poort uitgeput dreigen te raken.

Samenwerken
“Het concept ketenkaarten is vergelijkbaar met een LCA-analyse, maar dan voor een sector in plaats van een product of materiaalsoort”, legt Stefan Schuurmans Stekhoven van SenterNovem uit. Een Life Cycle Analysis (LCA) wordt onder andere gebruikt om de milieubelasting van een product te bepalen door alle fasen vanaf de productie tot en met de afbraak van het product door te rekenen. Consultants die kennis hebben van agrarische ketens en van LCA-analyses voeren de ketenstudies uit.

Bedrijven leveren gegevens aan en andere benodigde cijfers worden uit bestaande documenten gehaald. De systeemgrenzen worden in overleg bepaald, maar in principe betreft de studie de gehele keten van teelt via industriële verwerking tot en met de consument. Ook derving van product wordt meegenomen. “Als de consument minder product weggooit, levert dat een hoge energiebesparing op”, aldus Schuurmans Stekhoven.

Wat kan een bedrijf met de ketenkaarten? “Ze kunnen strategische beslissingen nemen, zoals het al dan niet aangaan van samenwerkingsverbanden met andere ketenpartijen.” Vanwege de energiebesparing, maar ook omdat het financieel aantrekkelijk is. Schuurmans Stekhoven geeft een paar voorbeelden: “De verwerkende agro-industrie kan met de primaire sector of met de retail samenwerken. Het kan ook betekenen dat een kaasfabriek zelf elektriciteit opwekt en de warmte aan een woonwijk levert.”

Glas
Na de zuivelindustrie was Hak het eerste bedrijf in een andere sector van de voedingsmiddelenbranche dat de energie in de keten in kaart bracht. “Voor ons was het interessant om te weten hoe de keten tot en met de consument eruit zag”, legt Adri Boom, directeur productie, uit. “Het meest verassende resultaat was dat meer dan de helft van het energieverbruik voor rekening komt van de verpakking en de teelt van de grondstof.”

De producent van groenteconserven wist wel dat de glasverpakking veel energie kost. De verpakkingsindustrie is echter al jaren bezig om het energieverbruik terug te dringen door bijvoorbeeld dunner glas te produceren via een efficiënter proces, maar veel rek zit er daar niet meer in. Bovendien kan Hak niet zomaar overstappen naar een andere verpakking. “Groenten in glas heeft een premiumuitstraling richting de consument.”

Bij geïmporteerde producten, zoals witte en bruine bonen, speelt het gebruik van kunstmest bij de teelt een belangrijke rol in het energieverbruik. Met de inkoop zou Hak hierin kunnen sturen. “Maar die flexibiliteit hebben we niet altijd”, verduidelijkt Boom. Wat wel uit de resultaten volgt is dat de CO2-footprint van de verwerkte groenten laag is, omdat die niet ver van de productielocatie worden geteeld. “Deze informatie kunnen we goed communiceren naar bewuste consumenten.”

Diepvries
Groenteverwerker Oerlemans Food voert nu de ketenanalyse uit. Anders dan Hak produceert het bedrijf diepvriesgroenten. Gerard Busser, manager Manufacturing services, legt uit waarom Oerlemans mee doet. “We wilden inzichtelijk maken wat onze rol in de keten is. Daarnaast willen we weten hoe het energieverbruik in onze keten zich verhoudt tot andere ketens.” Busser doelt op andere groenteverwerkingsketens, zoals die van conserven en gedroogde groenten.

“Tot het blancheren zijn de processen ongeveer hetzelfde”, legt Busser uit. Maar daarna vriest Oerlemans de groenten in. Deze processtap is energie-intensief vergeleken met de conserven, waar na het pasteuriseren of steriliseren geen extra energiestap nodig is om het product te bewaren. Diepvriesproducten moeten tot en met de consument thuis ingevroren blijven. Als in de ketenanalyse ook de verpakking, glas ten opzichte van folie, wordt meegenomen, kan volgens Busser het totale energieverbruik in de hele diepvriesketen wel meevallen. Hij is in ieder geval heel benieuwd naar de resultaten.

Koffie
Binnen de koffiebranche heeft koffiebrander Neuteboom een ketenanalyse laten uitvoeren. “We zijn al twintig jaar bezig met duurzame koffie, de ketenanalyse paste daar goed in”, vertelt Jan Willem Top, die zich als directielid onder andere bezighoudt met duurzaamheid. Omdat Neuteboom al langer bezig is met een thema als energieverbruik waren de resultaten uit de ketenstudie niet verassend. “Maar het is fijn om te weten dat het idee wat je hebt, klopt.”

De grootste belasting in hun koffieketen ligt bij de consument. De consument die heel de dag zijn koffieapparaat aan heeft staan en geen gebruik maakt van groene stroom, verbruikt de meeste energie.

Neuteboom nam een aantal stappen om het eigen verbruik te reduceren. Zo is de koffiebrander overgegaan op het gebruik van groene elektriciteit en aluminiumvrij kunststof verpakkingsmateriaal. Voor het kunststof wordt nog gezocht naar een afbreekbare variant, die geen zuurstof doorlaat. Daarnaast is het bedrijf in de productie overgegaan op gas uit biomassa, in dit geval uit landbouwafval. Gas, dat wordt gebruikt voor het branden, is de grootste energievreter van een koffiebranderij. En ten slotte worden de koffieboonvliesjes, die vrijkomen tijdens het branden, niet meer weggegooid maar geperst en als organische meststof gebruikt.

De klimaatbelasting die vervolgens overblijft, wordt aan het eind van het jaar berekend. Neuteboom wil dat restant compenseren door deelname aan een erkend CO2-reductieproject in koffieproducerende landen. Het gaat dan bijvoorbeeld om een project voor de aanschaf van efficiënte houtovens. De huidige methode van verbranding zorgt in de landen waar de koffieboon wordt geteeld voor veel milieu- en gezondheidsproblemen.

Reageer op dit artikel