artikel

Zoutreductie: meer ambitie en snelheid gevraagd

Algemeen

Een groeiend aantal partijen in de voedings en gezondheidswereld houdt zich bezig met zoutreductie in voedingsmiddelen. Critici vinden dat het sneller en beter kan. “Een 40% zoutreductie in 2010 is mogelijk.”

Zoutreductie: meer ambitie en snelheid gevraagd

Een groeiend aantal partijen in de voedings en gezondheidswereld houdt zich bezig met zoutreductie in voedingsmiddelen. Critici vinden dat het sneller en beter kan. “Een 40% zoutreductie in 2010 is mogelijk.”

Te veel zout is over de gehele linie ongezond, waarschuwt Marianne Geleijnse, zoutexpert van Wageningen Universiteit (WUR), tijdens een zoutsymposium van het Voedingscentrum in Den Haag. Het verhoogt het risico op hart- en vaatziekten en zorgt voor een hoge bloeddruk.
FSA
De Food Standards Agency (FSA) bijt zich sinds 2003 vast in het thema zoutreductie. De Britse voedselautoriteit werkt nauw samen met industrie, catering en retail om zout in voedsel te verminderen en monitort de resultaten. In 2004 begon het Britse overheidsorgaan een bewustwordingscampagne om Britten te waarschuwen voor de gevaren van een hoge zoutconsumptie. Aan de campagne is ook een website verbonden: www.salt.gov.uk. “Onze regering heeft echt een speerpunt gemaakt van te veel zout”, zegt FSA-voedingskundige Victoria Targett. De zoutinname in het Verenigd Koninkrijk daalde van 9,6 gram per persoon per dag in 2003 naar 8,6 gram. De mate van zoutreductie hangt af van het product – of de productgroep. Uiteindelijk streven de Britten, net als de Nederlanders, naar een zoutinname van 6 gram per dag op lange termijn. Voor kinderen jonger dan elf jaar stelt de FSA door hun geringere lengte en lichaamsgewicht, lagere innames.
Stapsgewijze zoutreductie
Daar waar Groot-Brittannië al ruim zes jaar actief bezig is met het thema zoutreductie, zette Nederland ruim twee jaar geleden pas de eerste stappen. In 2007 richtte de Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI) de Taskforce Zout in Levensmiddelen op. Volgens uiteenlopende schattingen krijgen Nederlanders dagelijks gemiddeld tussen de 9 en 12 gram zout per dag binnen. Het merendeel – zo’n 70 tot 80% – is afkomstig van de voedingsmiddelenindustrie. De FNLI wil met haar Actieplan Zout uit 2008 stapsgewijs een zoutafname van 12% bereiken in 2010. De Nederlandse vleeswarenindustrie (VNV) heeft haar eigen actieplan met als doel een zoutvermindering van 10% in haar producten eind volgend jaar.
Vervolgstappen
Ook na 2010 blijft de Nederlandse voedingsindustrie zich inzetten voor verdere zoutvermindering. De brancheorganisaties van retail en cateraars, CBL en Veneca, zijn in overleg met de FNLI om in een joint taskforce een bijdrage te leveren aan zoutreductie in voeding. Verder komt de FNLI in de tweede helft van dit jaar met een online ‘zoutzichtboek’ met informatie over zoutreductie door de voedingsindustrie. In de tweede fase van het actieplan streeft de koepelorganisatie naar een zoutafname van 25 tot 30%. In welk tijdsbestek en hoe de FNLI dit precies denkt te bereiken is nog niet duidelijk. Net als de FSA al langer doet, gaat ook de FNLI de dagelijkse zoutinname van kinderen onder de loep nemen.
Weinig ambitieus
De Consumentenbond is blij met alle initiatieven om zout te reduceren. Maar het gaat allemaal niet snel genoeg en de doelen kunnen veel ambitieuzer. De bond rept over een noodzakelijke reductie van 40 tot 50%. “Zelfs bewuste eters zitten met gemak boven de norm van 6 gram”, aldus beleidsadviseur voeding Henri Uitslag. Een vermindering van 40% natriumchloride is mogelijk, vindt Uitslag. Dit bewijst Unilever dat eind 2010 een zoutinname van 6 gram per persoon met zijn producten wil bereiken en in 2015 zelfs 5 gram. WUR-wetenschapper Marianne Geleijnse ziet een vermindering van 40% in vijf jaar als realistisch. De technologische kennis hiervoor is aanwezig, geeft ze aan. Maar dit is maar één aspect. “Wie gaat de consument bewust maken dat te veel zout slecht is?”, vraagt Geleijnse zich af. “Er moet meer reclamegeld komen voor de boodschap dat te veel zout slecht is en weinig goed.” Niet alleen de industrie, maar ook de overheid moet deze boodschap uitdragen.
Overheid
Wat betreft het reduceren van natriumchloride in voeding loopt Nederland achter bij landen als Finland en het Verenigd Koninkrijk, meent Geleijnse. De Consumentenbond vindt deze vergelijking niet helemaal terecht. De FSA heeft als overheidsorganisatie immers een miljoenenbudget tot haar beschikking. Daarom zou de Nederlandse overheid een actievere rol moeten spelen rondom zoutvermindering. Waar blijft het stappenplan dat minister Ab Klink van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) in het voorjaar van 2007 aankondigde om de zoutconsumptie in te perken, vraagt de Consumentenbond zich af? Dat komt er niet, reageert Wieke Tas, hoofd voeding van het ministerie. “Het is de verantwoordelijkheid van de industrie zelf.”
De FNLI bevestigt dit. “Maar de overheid houdt ons wel kritisch in de gaten”, zegt directeur Philip den Ouden. Volgens hem is het efficiënter en beter als de industrie zelf zorgt voor zoutvermindering in producten. Dat Nederland achterop loopt op dit gebied ten opzichte van het Verenigd Koninkrijk, bestrijdt hij. De FSA is langer bezig, maar ze moesten dan ook van heel ver komen, reageert Den Ouden, daarmee de grootte van het Britse zoutprobleem aangevend. Ook komt er geen campagne die waarschuwt tegen overmatig zoutgebruik. We werken hier liever in stilte aan, en vooral stap voor stap, aldus Den Ouden. Door de stapsgewijze aanpak krijgen consumenten de tijd om aan de veranderende smaak te wennen.
Europese aanpak
Ook belangrijk te weten is wat de rest van de Europese Unie doet aan zoutreductie. De Italianen zijn nog lang niet zo ver als Nederland met zoutreductie, geeft algemeen secretaris van de VNV Richard van der Kruijk een voorbeeld. “Als de Nederlandse consument zoute buitenlandse importproducten blijft kopen dan is er een probleem.” Een oplossing in Europees verband is dringend nodig, vindt Van der Kruijk, want er zijn wel degelijk verschillen in de lidstaten als het gaat om het zoutgehalte in levensmiddelen. “We moeten hierover met de retail in overleg gaan.” Het in 2008 opgerichte samenwerkingsverband ‘The EU Salt Reduction Initiative’ werkt aan een Europese oplossing.

[kader]
Taskforce Zout in Levensmiddelen (2007)
In 2008 presenteerde de FNLI haar actieplan met als doelstelling een 12% zoutreductie in 2010 in negentien productgroepen. Het uiteindelijke doel is een zoutinname van 6 gram per dag bereiken (advies Gezondheidsraad).
Zoutreductieplan FSA (2006 en een herziene versie in 2009)
De FSA wil een zoutvermindering realiseren in tachtig productgroepen. Per product of productgroep wordt bekeken wat haalbaar is. Bij brood was dit bijvoorbeeld 16%tussen 2004 en 2008. Het uiteindelijke doel is een zoutinname van 6 gram per dag per persoon bereiken.
The EU Salt Reduction Initiative (2008)
Twintig landen, waaronder Nederland, sloten zich aan bij het Europese zoutinitiatief. Het doel is een zoutreductie bereiken van 16% in 2012. De nadruk in de vermindering ligt op twaalf productcategorieën. Vooral brood en kant-en-klaarmaaltijden, vleesproducten en kaas worden genoemd. Het is aan de individuele lidstaten hoe de zoutreductie te bereiken. De EC streeft naar een dagelijkse zoutinname van 5 gram per dag (WHO-advies) of 6 gram (aanbeveling in veel lidstaten).

Reageer op dit artikel