artikel

Ook norovirus is bedreiging

Algemeen

Virussen zijn een onderschat probleem in de voedselketen. Jaar na jaar verantwoordelijk voor een aanzienlijk deel van de voedselinfecties en toch afwezig in het collectieve bewustzijn van voedselbereiders. Dat moet anders, maar hoe? Hygiëne, en een goed uitgevoerd ziekte- en herstelbeleid zijn essentiëel. Werkdruk mag hierbij geen rol spelen.

Als in de zomer van 2006 op 13, 14 en 17 juli in totaal 47 mensen op verschillende locaties in Nederland ziek worden na het eten van gebak leidt het spoor al snel naar één onfortuinlijke bakker. En inderdaad: deze bakker was op 12 juli ziek thuisgebleven met verschijnselen van gastroenteritis; diarree en braken.

Dapper had hij de 13e een aantal uren gewerkt en op de 14e was hij de enige die de bestelde exclusieve bruidstaart kon maken. Die dag zullen 26 van de 32 bruiloftsgasten niet gauw vergeten. Zo kan het gaan als voedselbereiders een norovirusbesmetting onderschatten. Bovenstaand voorbeeld kwam aan bod tijdens het symposium ‘Virussen’ dat de Nieuwsbrief VoedselVeiligheid op 17 april in Maarssen organiseerde.

Onderschat probleem
Marion Koopmans, RIVM, vat de cijfers samen: alleen al in Nederland zorgt het norovirus (NoV) jaarlijks voor 70.000 tot 90.000 voedselinfecties. Dat zijn aantallen vergelijkbaar met Campylobacter (80.000) en Salmonella (50.000) en komt neer op 30-40% van het totale aantal infecties. Nu is de mortaliteit voor NoV lager dan voor bijvoorbeeld Salmonella, maar met name bij ouderen en jonge kinderen kan een besmetting ernstige gevolgen hebben. Alle reden om dit probleem serieus te nemen.

De algemene onderschatting van NoV in de voedselketen heeft een aantal oorzaken. Het virus is niet zichtbaar en leidt niet tot bederf van voedingsmiddelen. NoV is lastig te detecteren. In patiënten lukt het omdat hun feces enorme aantallen virusdeeltjes bevatten. Het herleiden naar de besmettingsbron (bronopsporing) is echter niet eenvoudig. Voedingsmiddelen bevatten meestal slechts lage concentraties virusdeeltjes.

In tegenstelling tot bacteriën zijn virussen als het norovirus niet kweekbaar. Detectie vindt met name plaats met PCR-technieken, waarbij de matrix van het voedingsmiddel verstorend kan werken. Ontwikkeling van gevalideerde analyseprotocollen is dus per type product noodzakelijk.

Op zoek naar de bron
Al enkele jaren werkt de VWA in samenwerking met GGD’s en het RIVM aan verbetering van bronopsporing. Door scholing van alle betrokkenen, betere selectie van de meldingen, maar ook gerichte bemonstering is de kans op het vinden van besmettingsbronnen inmiddels vergroot. Volgens projectleider Ingeborg Boxman, VWA, blijkt dat de meeste besmettingen via voedselbereiders worden verspreid. Personeel moet zich veel beter bewust zijn van de transmissieroutes van NoV.

Een VWA steekproef in (groot)keukens laat verontrustende cijfers zien. Ongeveer één op de vijf werknemers meldt zich níet ziek bij diarree of braken. Verder is de kans dat een nieuwe (tijdelijke) medewerker zonder handenwas-instructie aan de slag gaat rond 50%. En dat terwijl een meerderheid van de geënquêteerden wel weet dat een virus buikgriep kan veroorzaken.
Henk Bijlmer, Bronovo Ziekenhuis Den Haag, laat zien dat ook in de zorgsector een betere aanpak van NoV noodzakelijk is.

Zo is bekend dat instellingen pas alarm slaan als meerdere patiënten ziekteverschijnselen vertonen. Heel vaak blijkt achteraf dat onder personeel al dagen daarvoor de eerste ziektegevallen waren. Soms wordt het probleem nog verder verspreid door personeel dat tijdelijk invalt. Er is dan een tweede uitbraakpiek zichtbaar, zie figuur 1. Het is niet ondenkbaar dat dit in een voedingsmiddelenbedrijf ook kan gebeuren.

Risicoproducten
Diverse voedingsmiddelen staan bekend als risicoproduct voor NoV-besmetting. Schelpdieren raken besmet door kweek in faecaal vervuild water. Ieder product met handmatige bewerkingsstappen tijdens productie of bereiding kan door gebrek aan hygiëne besmet raken. Bij onverhitte consumptie (oesters, salades, belegde broodjes, gebak) blijven de virusdeeltjes infectieus.

Ook zacht fruit, zoals framboos, is een potentieel risicoproduct. Dit fruit is kwetsbaar en vraagt om handmatige verwerking, vaak in het land van herkomst. Bovendien vragen klanten om minimale processing voor behoud van textuur en smaak. Een eventuele besmetting met NoV kan gemakkelijk overleven tot bij de consument. Bewustwording van deze transmissieroutes is een eerste stap om besmetting te voorkomen.

Decontaminatie?
Voor fruit, maar ook gesneden groente, kan decontaminatie bijvoorbeeld via waswater, een mogelijkheid zijn om risicoproducten veiliger te maken. Dit is aan Europese regelgeving gebonden. Nationale verschillen in interpretatie van deze regels maakt toepassing van decontamintatie in de praktijk nog lastig. In Nederland is momenteel geen enkel chemisch middel voor dit doel geregistreerd.

Onderzoeker Leen Baert, Universiteit Gent, laat met modelstudies echter goed zien dat decontaminatie heel effectief kan zijn, juist voor virusbesmettingen. Uit haar promotieonderzoek komt opnieuw naar voren dat verwijdering van actieve virusdeeltjes een specifieke aanpak vraagt. Decontaminatie met behulp van hypochloriet of perchloorazijnzuur in het waswater kan een goede methode zijn om het aantal actieve virusdeeltjes te verlagen. Uiteraard blijft het voorkomen van besmetting de eerste prioriteit.

Nieuwe dreigingen in de voedselketen
Dat virussen een actueel onderwerp zijn behoeft geen nadere toelichting. De recente uitbraak van Mexicaanse griep heeft iedereen wakker geschud. Voor alle virussen geldt dat begrip van de transmissieroutes essentieel is voor inschatting van het gevaar voor de volksgezondheid. Echte dreigingen moeten tijdig onderkend worden. Erwin Duizer, RIVM, gaf de stand van zaken over de mogelijke nieuwe virusdreiging door het Hepatitus E virus (HEV), één van de veroorzakers van virale hepatitis.

Dit virus komt in ongeveer 30% van de jonge varkens voor. Momenteel wordt bewijs gezocht voor de mogelijke verspreiding van dit virus via de voedselketen. Voor de vogelgriepvirussen (zoals H5N1 en H7N7) gaf Guus Koch, WUR aan dat verspreiding in de voedselketen naar de mens in Europa geen aantoonbaar risico vormt. De grootste schade voor bedrijven komt voort uit de negatieve publiciteit die op een (vermeende) besmetting volgt. Dit laatste is wellicht nog een extra niet te onderschatten risico van virussen voor de voedingsmiddelensector.

Reageer op dit artikel