artikel

Mist trekt op rond biociden

Algemeen

In Nederland worden naar schatting duizend niet officieel toegelaten biociden gebruikt in onder andere ontsmettings-, conserverings- en ongediertebestrijdingsmiddelen. Producenten kunnen de middelen nog tot 15 juli 2009 aanmelden, daarna halen VROM Inspectie en VWA ze van de markt. Welke gevolgen dit heeft voor de voedingsmiddelenindustrie is volstrekt onduidelijk.

Voedselveiligheid
Thema: Hygiëne
[Kwaliteitszorg/Hygiëne]

Hans Damman

Mist trekt op rond biociden

In Nederland worden naar schatting duizend niet officieel toegelaten biociden gebruikt in onder andere ontsmettings-, conserverings- en ongediertebestrijdingsmiddelen. Producenten kunnen de middelen nog tot 15 juli 2009 aanmelden, daarna halen VROM Inspectie en VWA ze van de markt. Welke gevolgen dit heeft voor de voedingsmiddelenindustrie is volstrekt onduidelijk.

Of je nu belt met de FNLI, grote broer VNO-NCW, het ministerie van VROM of met het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden, niemand kan zeggen of de registratieplicht voor biociden gevolgen heeft voor de individuele fabrikant van voedingsmiddelen. Niemand weet namelijk welke middelen er niet zijn geregistreerd, laat staat in welke mate en voor welke toepassingen deze worden gebruikt. Op basis van de werkzame stoffen worden de risico’s voor de volksgezondheid laag ingeschat; vaak betreft het stoffen die voor andere toepassingen al wel zijn goedgekeurd.
Alleen over het aantal illegale producten bestaat enige duidelijkheid. Volgens een rapport van Royal Haskoning uit 2007 zouden dit er naar schatting tussen de 800 en 1.000 zijn. Ter vergelijking: het aantal in Nederland toegelaten middelen bedraagt 812.

Wetgeving
De Europese Commissie stelde in 1998 de Biocidenrichtlijn (98/8/EG) op. Deze wordt via verordeningen stapsgewijs ingevoerd. Bij de introductie van de richtlijn is gekozen voor een overgangstermijn van tien jaar, eindigend op 14 mei 2010. Gedurende deze periode mogen lidstaten biociden volgens hun eigen regelgeving blijven goedkeuren. Volgend jaar zal de Europese wetgeving echter nog niet voldoende zijn uitgewerkt, zodat de Commissie heeft voorgesteld de overgangsperiode met vier jaar te verlengen. Verwacht wordt dat het zogeheten Standing Committee on Biocides in 2015 voor alle biociden in Europa heeft bepaald of deze middelen veilig zijn en dus geplaatst worden op een van de bijlagen van de Biocidenrichtlijn.

VROM
Biociden worden per lidstaat toegelaten. In Nederland heeft het ministerie van VROM dit geregeld via de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) in Wageningen beoordeelt de aanvragen.
Gezien het uitstel van Europese harmonisatie heeft VROM zijn beleid voor biociden herzien. “We willen een einde maken aan de huidige gedoogsituatie”, zegt persvoorlichter Jan-Jaap Eikelboom. “Vandaar dat wij producenten, importeurs en leveranciers tot 15 juli gelegenheid geven om hun middelen aan te melden en vervolgens via een verkorte en vereenvoudigde procedure te laten toetsen. Daarmee moet een eind komen aan alle onduidelijkheid.”
Die aanmelding moet worden ingediend bij het Ctgb. Bij twijfel of een biocide wel of niet is toegelaten, kan een toeleverancier de helpdesk raadplegen. Ook is veel informatie op de website te vinden (zie onder).

Prioriteren
“We zullen de aangemelde biociden eerst op basis van de gebruikte stoffen indelen en de daaropvolgende beoordeling afhankelijk van het mogelijk schadelijke karakter voor mens en milieu prioriteren”, aldus Eikelboom van VROM. Het Ctgb onderscheidt vier risicocategorieën: zwart (in EU verboden), rood (hoog risico), oranje (risico) en geel (laag risico). Voor biociden in de rode categorie kan een leverancier uiterlijk tot 15 december 2010 een aanvraag tot toelating indienen. Het Ctgb heeft vervolgens uiterlijk 18 maanden de tijd om over deze aanvragen een besluit te nemen. Voor biociden in de oranje en gele categorie moet uiterlijk 15 juni 2012 respectievelijk 15 mei 2013 een aanvraag zijn ingediend, waarna het Ctgb in beide gevallen binnen elf maanden zal beslissen.
Wanneer in 2015 voor alle Europees verdedigde stoffen een besluit tot plaatsing is genomen, zal pas de echte harmonisatie gaan plaatsvinden. “Over zeg tien jaar zullen we weten welke biociden door het hele harmonisatietraject heen zijn gekomen”, meent Jan Willen Andriessen die bij het Ctgb de aangemelde biociden beoordeelt. “Dan zal duidelijk zijn of dit totale pakket voldoende is om in Nederland de bestrijding, desinfectie, enzovoort goed uit te voeren zonder dat bijvoorbeeld de volksgezondheid risico loopt.”

Middelen
De biociden die moeten worden aangemeld, bestrijken een breed terrein. Onder biociden verstaat het Ctgb namelijk ‘elk middel dat een werkzame stof bevat en dat bestemd is om schadelijke of ongewenste organismen te vernietigen, af te weren, onschadelijk te maken of de effecten ervan te voorkomen’. In totaal zijn er 23 toepassingsgebieden voor biociden. Voor de voedingsmiddelenindustrie zijn vooral van belang de producttypen (PT) 4 (ontsmettingsmiddelen) en 20 (conserveringsmiddelen die niet vallen onder 89/107/EEC (additieven), 88/388/EEC (aroma’s) en 95/2/EC (overige additieven met uitzondering van kleurstoffen en zoetstoffen)). Ook PT 14, 18, 19 en 23 (ongediertebestrijding) kunnen van belang zijn. Overigens zijn bij deze laatste voor professioneel gebruik wel veel uitzonderingen voor de aanmeldingsplicht.
De voedingsmiddelenindustrie mag na het sluiten van de aanmeldingstermijn, dus vanaf 15 juli 2009, alleen nog middelen gebruiken met een reguliere toelating dan wel middelen waarvoor een aanmelding is geaccepteerd.

Industrie
De biociden die officieel zijn toegelaten, zijn te herkennen aan het toelatingsnummer (vier of vijf cijfers gevolgd door een hoofdletter N) op de verpakking. Fabrikanten doen er verstandig aan de door hen gebruikte middelen hierop te controleren en zonodig hun leverancier te vragen de biociden alsnog voor 15 juli aan te melden bij het Ctgb. Zelf kunnen fabrikanten de aanmelding niet controleren bij gebrek aan een centrale lijst. Deze zal VROM pas in september bekendmaken en dan op de site van het Ctgb publiceren.
Illegale middelen waarvoor een aanmelding is ingediend, mogen fabrikanten dus blijven gebruiken totdat het Ctgb het dossier heeft beoordeeld en een besluit over toelating heeft genomen.

Ingrijpend
Hoewel het overzicht over de gevolgen van de maatregelen ontbreekt, kan het niet aanmelden van biociden grote gevolgen hebben voor de industrie. Neem natronloog, een biocide dat geen toelatingsnummer heeft. Indien deze stof niet wordt aangemeld, dan zal deze na 15 juli van de markt verdwijnen. Zeker voor het reinigen en desinfecteren van stallen en in de voedingsmiddelensector bij het reinigen van (gesloten) procesinstallaties betekent dit een gevoelig verlies. Toch blijkt de soep niet zo heet te worden gegeten, blijkt uit het relaas van Ctgb-er Andriessen. “Als desinfectant is voor natronloog een officiële toelating nodig, maar als reinigingsmiddel niet. Natronloog wordt pas gezien als biocide als de gebruiksconcentratie een pH heeft van 13,0 of hoger.”

Informatie
In de Staatscourant van 3 april (nr. 65) is het Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden gepubliceerd. Hierop zal binnenkort nog een rectificatie volgen.
Op de site van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (www.ctgb.nl) zijn behalve veel informatie ook het formulier voor het aanmelden van een biocide en de eisen waaraan een aanvraagdossier moet voldoen te vinden.
Het Beleidsprogramma Biociden, de prioritering van risicovolle biociden en kamerstukken staan op de site van het ministerie van VROM (www.vrom.nl).
Via de wetgevingssite van de Europese Commissie (http://eur-lex.europa.eu/nl) zijn alle Europese wetteksten over biociden te raadplegen.

Reageer op dit artikel