artikel

Keurmerk plaagdierbestrijders

Algemeen

Bij de bestrijding van plaagdieren moet de focus meer op preventieve maatregelen van de fabrikant liggen zodat de ingehuurde plaagdierbestrijder minder biociden hoeft te gebruiken. Om deze omslag in denken te realiseren, heeft het Kenniscentrum Dierplagen een keurmerk voor plaagdierbestrijders ontwikkeld. De eerste twee certificaten zijn inmiddels uitgereikt.

Voedselveiligheid
Thema: Hygiëne
[kwaliteitszorg/hygiëne]

Arno W.H. Berg, adviseur Kenniscentrum Dierplagen, Wageningen, 0317-419660, aberg@kad.nl

Beheersmaatregelen moeten biocidengebruik terugdringen
Keurmerk plaagdierbestrijders

Bij de bestrijding van plaagdieren moet de focus meer op preventieve maatregelen van de fabrikant liggen zodat de ingehuurde plaagdierbestrijder minder biociden hoeft te gebruiken. Om deze omslag in denken te realiseren, heeft het Kenniscentrum Dierplagen een keurmerk voor plaagdierbestrijders ontwikkeld. De eerste twee certificaten zijn inmiddels uitgereikt.

Bij problemen met ongedierte binnen levensmiddelenbedrijven schakelt de fabrikant doorgaans een extern bedrijf in dat de overlast met gif te lijf zal gaan. Ieder zijn vak en ieder zijn eigen werkveld, zo denkt de fabrikant. Hij raadpleegt de ‘Gouden Gids’ en pleegt een telefoontje. Na een goed gevoel bij het eerste gesprek krijgt de bestrijder het vertrouwen en gaat ieder aan zijn eigen werk. Het probleem is opgelost, of althans er wordt gewerkt aan een oplossing van het probleem. De bestrijder stapt kordaat door het bedrijf en zet een imposante hoeveelheid lokdoosjes neer, goed gevuld met, naar hij zegt, het ‘sterkste spul’ dat er maar te koop is. Maanden verstrijken, jaren gaan voorbij. De bestrijder is getrouw gebleken en komt maar liefst acht, tien of zelfs twaalf keer per jaar langs om alle doosjes weer te vullen. Het ongedierteprobleem is hardnekkig, maar de bestrijder doet zijn best.

Schokkend
Vanuit mijn ervaring als senior controleur bij de Voedsel en Waren Autoriteit was het vaak schokkend om te zien hoe groot een ongedierteprobleem in een levensmiddelenbedrijf kon zijn. Vooral de gemakzuchtige houding van deze bedrijven die, ondanks een jarenlang contract met een ongediertebestrijder, nog steeds niet van de problemen waren verlost. En dat terwijl de levensmiddelenfabrikant te allen tijde zelf verantwoordelijk is voor de plaagdierbeheersing binnen zijn eigen bedrijf! Velen ontbrak het aan kennis om een SLA (service level agreement) op te stellen en de kwaliteit van het geleverde werk van een bestrijder te kunnen beoordelen.

Gezamenlijk
In plaats van ieder voor zich zouden fabrikant en plaagdierbestrijder moeten samenwerken; beiden hebben immers hetzelfde doel, namelijk plaagdieren bestrijden en liever nog weren. In dat geval dient de fabrikant dan wel enige kennis van plaagdieren te bezitten. Hij wordt daarmee een betere sparringspartner voor de plaagdierbestrijder en beseft dat de prijs niet het allerbelangrijkste onderdeel van het contract is.
Een dergelijke fabrikant zal andere eisen stellen aan zijn plaagdierbestrijder en de manier waarop deze tegen het ongedierte ten strijde trekt. Net als bij voedselveiligheid zal hij de nadruk leggen op preventie en beheersmaatregelen. Gif wordt dan een sluitstuk in plaats van een vanzelfsprekend vertrekpunt voor de bestrijding. En in het verlengde daarvan wordt de plaagdierbestrijder een plaagdierbeheerser.

Wennen
Een dergelijke preventieve aanpak is wennen, voor de traditionele plaagdierbestrijder, maar zeker ook voor de fabrikant. Deze laatste zal de plaagdierbeheerser als erg lastig ervaren. Deze stelt vragen over de gang van zaken binnen het bedrijf. Hij wil plattegronden van de bedrijfsruime om daar alle lokazen in te tekenen. En misschien wel het moeilijkste: hij inspecteert en komt naar aanleiding daarvan vaak met een lange lijst tekortkomingen die de fabrikant zelf binnen zijn bedrijf mag gaan oplossen. Denk aan: schoonmaken, opruimen, gaten dichtmaken, oude voorraden verwijderen enzovoort. En voor dat alles moet de fabrikant volgens de offerte dan ook nog een hogere prijs betalen dan voor de diensten van de traditionele bestrijder. Hoe moeilijk kan een keus dan zijn?

Ondersteuning
Het KAD (Kenniscentrum Dierplagen) in Wageningen kan als onafhankelijke partij fabrikanten helpen. Behalve landelijke en gemeentelijke overheden, adviseert deze onafhankelijke organisatie ook de bestrijdingsbranche en haar opdrachtgevers. Fabrikanten kunnen adviezen krijgen over de aanbesteding van plaagdierbeheersplannen en indien gewenst kan de kwaliteit van het werk van een plaagdierbestrijder ter plaatse worden gecontroleerd/beoordeeld. Daarbij kunnen ook de bouwkundige, bedrijfsmatige en hygiënische tekortkomingen binnen het bedrijf worden aangegeven.

Keurmerk
Eind 2008 heeft het Kenniscentrum Dierplagen het KAD Keurmerk voor plaagdierbeheersbedrijven geïntroduceerd. Dit keurmerk is voor fabrikanten een waarborg voor de professionaliteit en kwaliteit van de in te huren plaagdierbeheerser.
De inhoud van het Keurmerk is gebaseerd op het IPM-model. Dit Integrated Pest Management model werd een aantal jaar geleden geïntroduceerd met als doel het terugdringen van het gebruik van biociden (bestrijdingsmiddelen). Het kan gezien worden als een soort HACCP-systeem voor de bestrijdingswereld. Binnen IPM wordt, via monitoring en advisering, gestreefd naar preventie in plaats van (alleen maar) het gebruik van biociden.
Binnen het KAD Keurmerk spelen beheerssysteem en preventiemaatregelen een essentiële rol. Plaagdierbeheersbedrijven die het Keurmerk behalen, zijn gemachtigd het logo van het KAD te voeren en worden vermeld op de website www.kad.nl/KAD-Keurmerk.html.

Reglement
Onder het KAD-keurmerk zijn een reglement, beoordelingscriteria in de vorm van checklists, non-conformiteiten en een klachtenprocedure ontwikkeld.
De eisen waaraan een plaagdierbeheersbedrijf moet voldoen om voor het keurmerk in aanmerking te komen én de verplichtingen voor zowel de aanvragers als houders van het Keurmerk, zijn vastgelegd in een reglement. Bij de ontwikkeling daarvan zijn medewerkers van twee internationaal opererende fabrikanten van zuivelproducten en flavours en een certificerende instelling betrokken. Mede hierdoor controleert de KAD-auditor ook of het bedrijf voldoet aan de kwaliteitsnormen ten aanzien van plaagdierbestrijding van onder andere AIB, M&S, IFS, BRC en GMP+. De auditors zijn opgeleid als lead-auditor en zijn in dienst van het KAD. Op termijn zullen ook externe auditors de controles kunnen gaan uitvoeren.
Het beoordelingssysteem is onderverdeeld in een aantal hoofdstukken waarin telkens een specifiek bedrijfsonderdeel wordt beoordeeld. Per hoofdstuk is een checklist met specifieke vragen gemaakt. Binnen de vragen is een weging aangebracht op basis van geringe tekortkomingen (minor), tekortkomingen (major) en ernstige tekortkomingen (critical).
Voor de tekortkomingen krijgt het bedrijf twee maanden de gelegenheid om deze te verbeteren. Bij ernstige tekortkomingen wordt het keurmerk niet verleend of direct ingetrokken.
Een andere voorwaarde voor het verlenen van het keurmerk is dat de plaagdierbeheerser op alle hoofdstukken/checklisten een voldoende scoort.

Reacties
Vanuit de plaagdierbestrijdingsbranche is positief gereageerd op het KAD-Keurmerk. Inmiddels bezitten twee plaagdierbeheersbedrijven het keurmerk en hebben twaalf bedrijven laten weten interesse te hebben.
Plaagdierbeheersers met het keurmerk worden jaarlijks beoordeeld, waarbij ook een aantal opdrachtgevers (fabrikanten) worden bezocht. Deze laatsten krijgen van te voren te horen dat zij mogelijk een audit krijgen, maar pas op de dag zelf bepaalt de auditor bij welke fabrikanten daadwerkelijk een audit wordt uitgevoerd.
Van belang is nog om te melden dat met ingang van dit jaar de bestrijding van plaagdieren binnen bedrijven die AIB gecertificeerd zijn (of willen worden) alleen mag worden uitgevoerd door personen die IPM zijn gecertificeerd. Het KAD heeft een training IPM ontwikkeld waarmee de bestrijdingstechnicus aan deze eis kan voldoen.

Reageer op dit artikel