artikel

Food houdt redelijk stand in recessie

Algemeen

General Motors staat op de rand van een faillissement. Banken lijden megaverliezen en ook de bouw en andere sectoren zuchten onder de wereldwijde economische malaise. En de voedingsmiddelenindustrie? De uitvoer neemt iets af, net als de omzetten en winsten. Van grote verliezen, massaontslagen en een fors inzakkende export is echter geen sprake. “Ik merk dat ze beperkt last van de crisis hebben.”

DSM boekte het afgelopen jaar recordresultaten, die vooral zijn te danken aan de voedingstak Nutrition. Het laatste kwartaal viel weliswaar tegen, maar dat kwam vooral door de niet-voedinggerelateerde onderdelen, zoals Performance Materials. Ook bedrijven als Unilever, Danone en Nestlé lieten betere cijfers zien dan in 2007. CSM, Heineken, Cosun en Wessanen deden het iets minder goed in vergelijking met datzelfde jaar.

Al met al doet de voedingsmiddelenindustrie het lang niet slecht in vergelijking met andere sectoren. Uit cijfers van het CBS komt naar voren dat food de best presterende sector is. De omzet in december 2008 was 3% hoger dan een jaar eerder. De productiedaling van 1% viel relatief mee. In bijvoorbeeld de chemische industrie was de neergang met 22% veel groter.

“Ik merk dat de voedingbedrijven beperkt last hebben van de crisis. In de transport en bij andere industrieën kukelt de omzet met soms wel 30% of meer naar beneden deze maanden. Dat is niet des foods”, zegt Sector Banker Agrifood van ABN AMRO Niels Dijkman. Bovendien heeft het merendeel van de voedingsbedrijven een relatief solide financiële positie. Maar de foodsector merkt wel degelijk iets van de crisis. Zo kampte Unilever in het vierde kwartaal van 2008 met een volumedaling van 1,6% door ‘stagnerende economieën en verminderde voorraden bij supermarkten’. Cosun zag vooral de vraag naar luxere ingrediënten en producten teruglopen. Voedingsbedrijven geven aan flink in de kosten te snijden door de verslechterde marktomstandigheden. Hierdoor durven ze ook nauwelijks voorspellingen te doen voor 2009.

Consumentenvertrouwen
De economische recessie en de gevolgen voor de consumptie hebben absolute prioriteit bij de mondiale voedingsmiddelenindustrie, zo blijkt uit onderzoek van het wereldwijde netwerk voor food & retail CIES onder 600 topmensen. Het consumentenvertrouwen heeft een absoluut dieptepunt bereikt, zo blijkt uit recente cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Eerdere CBS-cijfers gaven al aan dat de consumentenuitgaven voor voeding licht dalen. Uit onderzoek van marketingbureau FHV BBDO komt naar voren dat klanten niet zozeer minder kopen maar wel dat hun koopproces verandert. Ze plannen meer. Consumenten maken boodschappenlijstjes, pluizen folders uit en kijken op vergelijkingssites. “Het doel is om impulsaankopen te vermijden”, licht onderzoekster Hortence Koster toe.

Huismerken
Uit de Merken Top 100 van IRI Nederland blijkt dat huismerken harder groeien dan A-merken (5% ten opzichte van 7%) in 2008. Een niet erg prettige constatering voor A-merk fabrikanten nu het economisch tegenzit en de werkloosheid oploopt. Nestlé speelt hierop in met zijn zogenoemde Popularly Posititioned Product (PPP)- strategie. De Zwitserse multinational brengt een serie betaalbare basisproducten op de markt voor de laagste inkomensgroepen. Dit kan een verklaring zijn voor de goede resultaten die het concern op de Aziatische markt boekte. De A-merken van Unilever verloren afgelopen jaar terrein aan de huismerken in Frankrijk, Duitsland en Spanje.

Toch blijft het investeren in merken topprioriteit bij het concern. De investeringen waren toegenomen ten opzichte van 2007, meldt Unilever in zijn jaarverslag. Investeren in A-merken loont, bevestigt Koster. Klanten zijn erg gehecht aan hun A-merken en ruilen ze niet zomaar in voor een goedkoper (huis)merk. “Merken die een sterke positionering hebben binnen dagelijkse rituelen zullen naar verwachting minder last hebben van de recessie omdat ze zijn verankerd in de hoofden van consumenten.” De taak van het merk in tijden van crisis is de consumenten “even helpen ontsnappen door ze te laten genieten en ontspannen”. Het opkrikken van het consumentenvertrouwen impliceert het toevoegen van waarde aan het product. Als het voedingsmiddel hierdoor duurder wordt, leg dan ook uit waarom, zegt Koster. “Authenticiteit, ambachtelijkheid en duurzaamheid worden extra belangrijk om consumentenvertrouwen terug te winnen.”

Innovatie
Om economische groei te herwinnen is het nu de tijd voor een ‘push’ in de richting van innovatie en samenwerking in de nieuwe voedselsectoren, stelt hoogleraar Food & Agribusiness Siem Korver aan de Universiteit van Tilburg in een column in het blad Berichten Buitenland. Hierbij gaat het om nieuwe technieken ter verhoging van de productiviteit en het ontwikkelen van nieuwe producten. Nestlé haalde een bijna 70% hogere nettowinst dan in 2007. Dit komt volgens het concern door ‘de constante focus op innovatie en renovatie van merken en producten’. Ook Cosun zegt ondanks de tegenvallende resultaten te blijven investeren in R&D, zoals de ontwikkeling van de tweede generatie biobrandstoffen.

Ondanks de bereidheid van bedrijven om te blijven innoveren, gebeurt dit duidelijk minder de laatste drie maanden, constateert innovatiemakelaar bij de Food & Nutrition Delta Albert Zwijgers. Volgens hem maken door de economische onzekerheid veel bedrijven een pas op de plaats. “Ze proberen wel mee te denken over innovatieve producten en smeden plannen. Maar de uitvoering wordt opgeschort.” Volgens Zwijgers krijgt door de huidige situatie samenwerking en open innovatie een boost. Bedrijven krijgen minder makkelijk een lening bij de bank dus dient samenwerking ook om de financiële lasten te delen, redeneert hij. Om sterker uit de crisis te komen, blijft de hulp van de overheid bij innovatie nodig. “De subsidiepotten moeten blijven bestaan.”

Export
Een belangrijke graadmeter hoe het met de voedingsmiddelenindustrie gaat, is de export. Nederlandse voedingsbedrijven zijn sterk op het buitenland gericht. Ieder jaar exporteert de sector voor tientallen miljarden waarvan 80% binnen de EU. In een brandbrief aan de politiek maakt exportorganisatie Fenedex melding van de sterk verslechterde Nederlandse exportpositie vooral van de kapitaalgoederen. Echter: ‘Er gaat nog heel veel goed’, zoals bij de voedings- en genotsmiddelenindustrie. De laatste cijfers laten nauwelijks een terugval in de export van voedingsmiddelen zien. Nederland voerde in het laatste kwartaal van 2008 bijna net zoveel uit (een krimp van minder dan 1%) als in de laatste drie maanden van 2007. Over heel 2008 groeide de export zelfs.

“Als de koopkracht in het buitenland overeind blijft, loopt de export van voedings- en genotmiddelen niet zo snel een deuk op. Natuurlijk is door alle berichtgevingen de stemming ‘crisis’. Dat brengt met zich mee dat inkopers nog scherper worden”, zegt Fenedex-directeur Frank Hauwert. Toch is het voor de voedingsmiddelenindustrie moeilijk om export verzekerd te krijgen. Verzekeraars zijn niet happig om exportkredieten te verzekeren en brengen in rap tempo hun dekkingen terug, met als excuus de kredietcrisis. In de praktijk houdt dit in dat alleen kapitaalkrachtige bedrijven nog risico durven te nemen. Maar zo’n vaart zal het niet lopen denkt, Frank Hauwert.

Het beleid om een exportkredietverzekering te krijgen is weliswaar rigoureus veranderd, maar bedrijven vinden steeds beter hun weg om zonder een verzekering hun debiteurenrisico te beheersen, signaleert hij. “Hoe meer kennis van zaken bedrijven ter plekke hebben des te beter ze daarin slagen.” Volgens Hauwert gaat het minder goed met de export. Er moet dus harder aan getrokken worden en marges staan wellicht onder druk. Ook zijn er nog veel kosten te besparen. Exporteurs verwachten voor heel 2009 wel een krimp van de algehele export, maar een heel marginale, zo wijst de jaarlijkse enquête ‘Trends in Export’ van Fenedex en verzekeraar Atradius uit. Dit gaat tegen de voorspelling van het CBS in die uitgaat van een exportdaling van 12,5%.

Kostenbesparingen
Om zich te weren tegen de economische recessie focust de voedingsindustrie nadrukkelijk op kostenbesparingen. Daarbij is het belangrijk om alle kosten onder de loep te nemen, meent Dijkman. “Een accurate kostprijsbepaling geeft houvast in de onderhandelingen met de retail. Het hebben van een goede financiële man is onontbeerlijk, zeker in deze tijd.” In 2008 lukte het voedingsbedrijven nog redelijk om de grondstofprijzen door te berekenen in het product. Dit jaar zal dat meer moeite kosten.

De ondervraagden uit het CIES-onderzoek bevestigen dat ze het als een uitdaging zien om een balans te vinden tussen de hoge grondstofprijzen en het doorberekenen hiervan aan consumenten. Na een daling van de grondstofprijzen trekken ze sinds januari 2009 weer aan. Weliswaar zijn ze niet zo hoog als medio 2007, maar, zo verwacht hij, de voedingsindustrie zal aardig met de retail in de slag moeten om de kostenstijgingen doorberekend te krijgen dit jaar. De supers zijn druk met elkaar in conclaaf om de consument de beste prijs te bieden. Schuitema stunt bijvoorbeeld met goedkoop vlees. “Dit betekent voor de vleesverwerkers een lagere verkoopprijs terwijl de inkoopprijs stijgt”, zegt Dijkman.

Krediet
Net als bij andere branches heeft ook de voedingsindustrie meer moeite met het verkrijgen van krediet. Over het algemeen is de sector conservatief gefinancierd, dus met relatief veel eigen vermogen. Maar de laatste jaren vond er een concentratieslag plaats. Veel bedrijven werden overgenomen met vreemd vermogen. Meer vreemd vermogen op de balans betekent dat het minder ruimte biedt om extra leningen aan te trekken, legt Dijkman uit. Hij raadt voedingsbedrijven aan om, waar mogelijk, dus bij voldoende inbreng van eigen middelen, anti-cyclisch te investeren door juist nu overnames te doen en machines aan te schaffen. “In deze tijd koop je kennis en versterk je je positie relatief goedkoop.”

Korver meent dat met de stijgende wereldbevolking de vraag naar voeding alleen maar zal toenemen. En daar profiteert de verwerkende industrie ook van. Ook Zwijgers kijkt al over de crisis heen en ziet daarbij overigens alweer nieuwe problemen opdoemen. “Als alles aantrekt ben ik bang voor een tekort aan geschoold personeel voor de voedingsindustrie. Het valt te hopen dat de regering geld reserveert voor bijscholing.”

Reageer op dit artikel