artikel

DON in tarwe al op akker te bepalen

Algemeen

Het is mogelijk vroegtijdig het optreden van mycotoxinen te voorspellen. Een model berekent – al tijdens de teelt – de verwachte contaminatie van tarwe met Deoxynivalenol bij de oogst. De voorspellingen kunnen helpen de voer- en voedselveiligheid verder te verbeteren.

RIKILT (Instituut voor Voedselveiligheid) en PRI (Plant Research International), beide onderdeel van Wageningen UR, ontwikkelden een voorspellingsmodel voor mycotoxinen in tarwe. Het model geeft al tijdens de tarweteelt een inschatting van de hoeveelheid Deoxynivalenol (DON) op het moment van oogsten.

De voorspellingen en de werkelijk gemeten waarden komen in hoge mate overeen: de correlatie tussen beide is 0.8. Daarnaast voorspelt het model in 92% van de gevallen correct of het DON-gehalte boven of onder de maximale limiet van 1250 µg/kg ligt.

Het voorspellingsmodel houdt rekening met de volgende factoren: het weer in de bloeiperiode van de aar, het ras, het wel/niet toepassen van fungiciden en de regio. Het weer is uitgedrukt in temperatuur, luchtvochtigheid en regenval in de periode van 24 dagen voor de bloei tot 24 dagen na de bloei van de aar.

Toepassingen
Het huidige basismodel is geïmplementeerd in een Geo Informatie Systeem (GIS). Dit resulteert in een kaart van Nederland, met de voorspelde hoeveelheid DON per gebied waar tarwe wordt geteeld. Het basismodel kan worden doorontwikkeld naar verschillende toepassingen, afhankelijk van de specifieke wensen van de gebruiker. Hierbij zijn verschillende doelgroepen te onderscheiden, te weten de tarwetelers, controlerende instanties, zoals de Voedsel en Waren Autoriteit, en ketenpartijen.

De telers kunnen de DON-voorspellingen gebruiken voor onderbouwing van de beslissing om wel of niet fungicides toe te passen tijdens de teelt. Hierbij is het mogelijk een internetapplicatie te maken waarbij telers inloggen, enkele gegevens invoeren, en dan een lokale DON voorspelling krijgen. De controlerende instanties kunnen met behulp van het model hun inspecties meer of minder gericht gaan inzetten, in het kader van risicogebaseerde inspectie.

Een dergelijke toepassing zal een veel globaler karakter hebben waarbij per regio de voorspelling wordt gebruikt voor eventuele controles. Graanhandel en verwerkende industrie kunnen besluiten, op basis van een voorspelde hogere of minder hoge besmetting, sommige partijen tarwe te kopen of in te zetten in een bepaald afzetkanaal, of een bepaalde processtap toe te passen. Het model is dan met name aanvullend op metingen, aangezien het al vroegtijdig een indicatie geeft van de besmetting, waardoor de routing en processing van partijen sneller kan plaatsvinden.

Het ontwikkelde basismodel is nu klaar voor de markt, en zal – afhankelijk van de vraag – verder worden ontwikkeld. Aangezien voor de ketenpartijen en controlerende instanties de import vanuit met name Frankrijk en Duitsland een grote rol speelt, zal uitbreiding van het model naar de belangrijke graangebieden in deze landen een mogelijke vraag zijn. Ook kan verbreding naar andere toxinen of graansoorten gewenst zijn.

Reageer op dit artikel