artikel

‘Drie keer over je eigen schaduw stappen is te veel’

Algemeen

Inspecteur-generaal André Kleinmeulman verlaat eind maart de VWA om plaatsvervangend secretaris-generaal te worden van het ministerie van VWS. Velen vragen zich af waarom hij midden in het fusieproces van zijn dienst met AID en PD weggaat. En is het met de rust bij VWS gedaan nu deze reorganisator pur sang de gelederen komt versterken?

Kleinmeulman heeft ter voorbereiding van het gesprek de vorige dag alvast een aantal vragen toegestuurd gekregen. Een deel daarvan is rechtstreeks afkomstig van vooral industrie, maar ook medewerkers van VWA- en VWS-ers. De IG neemt zelf het initiatief. “Er zijn er twee waarvan ik zeg daar geef ik geen antwoord op.”

Welke?
“Die tegeltjeswijsheid vind ik toch wel erg bezijden de realiteit.” Hij doelt daarmee de vraag over het opnieuw dreigende kennisverlies binnen de organisatie. Die kennis wordt nu al als onvoldoende ervaren. Enerzijds vanwege uitstroom van personeel, anderzijds omdat de medewerkers van de RVV (Rijkskeuringsdienst voor Vee en Vlees die samen met de Keuringsdienst van Waren(KvW) in 2005 gefuseerd is tot de VWA, red.) zich bij de fusie over de gehele organisatie hebben verspreid.

“Ik vind het denigrerend naar die medewerkers toe. De manier waarop voorheen de RVV-medewerkers de erkende bedrijven inspecteerden, wordt verregaand door Brussel voorgeschreven in tegenstelling tot de klassieke inspecties (van voorheen de KvW, red.) waar dat niet zo is. Wij zouden wel meer risk based willen beoordelen, maar dat neemt niet weg dat wij professioneel controleren.”

Hoe heeft u de rapporten van Hoekstra en Vantemsche over het functioneren van uw dienst ervaren?
“Kritiek vindt natuurlijk niemand leuk. Je mensen worden aangepakt, terwijl die zich in de politieke arena niet kunt verweren. Als antwoord daarop hebben we rapporten omgezet in actieplannen. De minister heeft besloten tien miljoen euro te investeren in ICT en in zestig extra dierenartsen. Daarvan hebben we inmiddels de helft en eind dit jaar verwachten we bijna weer op peil te zijn. Als overigens de markt door de recessie indondert, hebben we er ineens mogelijk weer veel te veel. Dat maakt dit soort zaken extra lastig.”

Heeft deze affaire een rol gespeeld bij uw functiewisseling?
“Nee! Ik had met de minister afgesproken dat ik het Voorgenomen Kaderbesluit nieuwe Autoriteit in oprichting, zeg maar de blauwdruk voor de reorganisatie van de VWA, Algemene Inspectie Dienst en Plantenziektenkundige Dienst, zou afmaken. Daarna gaan we een andere fase in, van denken naar doen. Ik zit nu zeven jaar hier. Twee keer heb ik over mijn eigen schaduw heen moeten stappen: de eerste keer als oud RVV-directeur die leiding moest geven aan de VWA, de tweede keer als verandermanager voor de nieuwe fusiedienst van VWA, AID en PD. Een derde keer is te veel. Ik zou dan minimaal nog vier jaar moeten blijven. ”

Ontstaat er met de lessen die u uit deze affaire heeft geleerd straks een nieuwe VWA die op al haar taken afdoende is berekend?
Zeer nadrukkelijk: “Ja! Drie zaken heb ik uit het verleden geleerd.
Een: dat als wij zaken veranderen je heel veel moet investeren in mensen, cultuur, psychologie en opleiding om zo naar een nieuwe organisatie te groeien. Dat gebeurt nu veel meer dan in 2004.

Twee: in de nieuwe fusie hebben we ICT als hoogste sine qua non vastgesteld. Ook krijgen we geld van VWS voor het concentreren van onze laboratoria. We hebben al twintig miljoen euro in de oorlogspot en er komt nog meer. Ik zit straks daar en kan nog een beetje helpen als het moet.

En drie: we hebben straks de organisatie in lijn gebracht met de lessen die we van de oude fusie hebben geleerd, namelijk per divisie een eindverantwoordelijke.”

Waar moet bij het realiseren van de nieuwe VWA de prioriteit liggen?
“Op de integratie van de bedrijfsvoering. Van drieënvijftig gebouwen terug naar twintig. De zeven laboratoria die we nu hebben, moeten terug naar twee of drie locaties. Eén voor voeder- en voedselveiligheid in Wageningen naast het RIKILT, een voor Plantgezondheid in het bestaande lab van de Plantenziektenkundige Dienst en één voor Productveiligheid. Dat laatste zit nog even in Zwijndrecht totdat duidelijk is of dat een Nationaal Referentie Lab kan worden, zo niet dan gaat dit ook naar Wageningen. Daar zit de efficiencywinst. ”

Het routinematige onderzoek zou u samen met de research-activiteiten als één pakket willen uitbesteden bij de WUR.
“Dat klopt. De commissie die dit onderzoekt rapporteert over enkele maanden aan de nieuwe IG, dan gaat het stuk naar de ministeries en valt er een besluit.”

Hoeft het COKZ niet langer voor inlijving bij de VWA te vrezen?
“In principe staat de integratie met de VWA voor 2011 gepland, maar in de nieuwe plannen is er ruimte voor onafhankelijk opererende onderaannemers. Wij sturen hen aan en bewaken of ze hun werk goed doen. Die trend is onomkeerbaar: eerstelijns toezicht van de VWA waar het moet, tweedelijns toezicht waar het kan.”

Als in 2011 de nieuwe VWA veel efficiënter werkt, dalen dan ook de keuringstarieven?
“Ten principale is die redenering correct. Maar de huidige tarieven zijn niet kostendekkend, dus eerst zal dat tekort worden ingelopen. En als de politiek geen andere keuzes maakt in de huidige economische tijd, dan zal de sector daar vervolgens zeker iets van gaan merken; wij moeten op tweehonderdvijftig miljoen die de drie diensten kosten, vijftig miljoen euro besparen. Die zullen vooral op managementniveau en ondersteunende diensten en gebouwen worden gerealiseerd. Afhankelijk van het afstoten van de gebouwen, komen we uit tussen de veertig en zeventig miljoen. We sparen de werkvloer, de handjes in het veld, en daarmee de kennis en deskundigheid in het veld.”

Hoeveel controleurs heeft de nieuwe VWA straks nog?
“We streven naar een ‘lean en mean’-organisatie waarbij de overhead maximaal achttien procent van het personeel beslaat. Dat mogen er uiteindelijk nog tweeëntwintighonderd zijn, dan kom je op een verhouding van vier, misschien wel vijf staat tot één als we de zeventien procent halen. ”

Wat is in uw ogen het minimale handhavingsniveau voor de industrie?
“We zijn nu met VWS in gesprek dat de handhavingsintensiteit gemiddeld toch minimaal één keer per jaar wordt.”

De industrie en retail zijn fel tegen openbaarmaking van de inspectieresultaten, de Consumentenbond sterk voor. En nu?
“Ik heb daar in ons stakeholderoverleg pittige gesprekken over gevoerd. Waarom bent u daar nu op tegen, heb ik gevraagd. Het antwoord van een van hen luidde bijna letterlijk dat als de VWA iets rapporteert dat daar voor hen altijd consequenties aan vastzitten. Dan moeten zij iets. Toen heb ik geantwoord dat dat nu precies één van de redenen was waarom de stakeholders in 2002 de VWA hebben opgericht.

Naar mijn stellige overtuiging moet een organisatie transparant zijn bij wat zij doet. Dat zeg ik ook altijd tegen mijn medewerkers: als je een besluit neemt, heb je twee verplichtingen: dat het klopt wat je doet en dat je richting het bedrijf met feiten kunt uitleggen waarom je iets doet. Dan doe je het als dienst goed.”

Vindt de consument dat ook?
“Consumentenonderzoek dat wij periodiek uitvoeren, leert dat de VWA inmiddels een hogere naamsbekendheid heeft dan de vroegere Keuringsdienst van Waren. De spontane naamsbekendheid was vorig jaar zomer 15,3%. Ongetwijfeld zullen de incidenten van de afgelopen jaren daarbij hebben meegespeeld, maar toch.

Burgers waarderen het optreden van de VWA met een 7.1. Dat is een half punt hoger dan het gemiddelde van enkele rijksinspectiediensten een paar jaar geleden. Onze dienst scoort bij de burger dus heel goed. Dat vind ik het allerbelangrijkste.” Een andere parameter waaraan wij onze kwaliteit meten, is het aantal beroepsprocedures en het aantal zaken dat het OM daarvan verliest. Ook daar scoren wij erg hoog.”

Eind 2011 moet de nieuwe VWA functioneren. Wanneer is dan de volgende reorganisatie, in 2016? Want ongetwijfeld zijn er ook nu weer diverse noodzakelijke besluiten niet genomen bij gebrek aan (politiek) draagvlak.
“Nee, eigenlijk is dat deze keer weinig gebeurd.”

Dus uw opvolger heeft straks de ideale organisatie?
“Nou… Nee, eh, ja! Daar sta ik natuurlijk voor. We hebben Berenschot laten onderzoeken of dit organisatiemodel duurzaam is. Hun antwoord daarop was: Ja!”

Waarom heeft u voor uw nieuwe baan bij VWS gekozen?
“Twee ministeries vond ik wel leuk: Verkeer en Waterstaat en Volksgezondheid. En toen kon ik naar VWS, een boeiend ministerie met een grote, moeilijke agenda. Dat sprak mij wel aan. In mijn nieuwe portefeuille zit Communicatie, Internationale samenwerking en de directies Juridische Zaken en Financiën. Dat zijn geen oninteressante ingrediënten voor het sturen van het volksgezondheidvraagstuk. Eén van de eerste zaken die ik moet aanpakken is het uitbesteden van de vaccinproductie die nu nog door het Nationaal Vaccin Instituut wordt verzorgd.”

Moeten de medewerkers van VWS voor hun positie vrezen nu zij een reorganisator pur sang als baas krijgen?
“Die vraag stelde mij de ondernemingsraad van VWS ook. Toen heb ik gezegd: als het niet hoeft, niet, maar als het echt moet, dan wel. Als ik kan investeren in mensen, cultuur, psychologie en opleiding, gebruik ik deze hulpmiddelen veel liever. Dat stelde hen gerust.”

En is dit nodig bij VWS?
“Ik kan niet vooruitlopen op wat het kabinet allemaal in petto heeft om de crisis het hoofd te bieden. Maar dat deze gevolgen voor ons allemaal zal hebben… dat mag duidelijk zijn.”

In dat geval kan het voor de VWA geen kwaad dat iemand zoals u straks bij VWS zit.
Fijntjes glimlachend. “Dat lijkt me niet bezwaarlijk.”

Reageer op dit artikel