artikel

Beleid VWA rond productvreemde voorwerpen

Algemeen

Ruim negen jaar geleden publiceerde VMT over het beleid van de VWA ten aanzien van vreemde voorwerpen. Tijd voor een update in de vorm van acht vragen die Noortje Reeuwijk, Frans Henderikx en Rob Friedhoff van de afdeling Signalering & Ontwikkeling in Eindhoven beantwoorden.

Ruim negen jaar geleden publiceerde VMT over het beleid van de VWA ten aanzien van vreemde voorwerpen. Tijd voor een update in de vorm van acht vragen die Noortje Reeuwijk, Frans Henderikx en Rob Friedhoff van de afdeling Signalering & Ontwikkeling in Eindhoven beantwoorden.

1 Wat verstaat de VWA onder een vreemd voorwerp?
“Alle materialen, ongeacht de grootte, die niet van nature in een product thuishoren. Dat zijn dus niet alleen harde voorwerpen zoals glas en kunststof, maar ook zaken als schimmels, zand, ongedierte enzovoort.”

2 Hoe vaak wordt de VWA geconfronteerd met vreemde voorwerpen?
“De Meldkamer van de VWA ontving in 2006/2007 ongeveer duizend klachten van consumenten. Dat is het topje van de ijsberg. Het grootste deel van de klachten over vreemde voorwerpen betreft insecten, larven, schimmels en dergelijke. In 347 gevallen betrof het potentieel gevaarlijke delen. Deze zijn in de tabel weergegeven.
In diezelfde periode werden in Europa via het Rapid Alert System Food and Feed (RASFF) 223 meldingen over foreign bodies geregistreerd. De meeste meldingen betroffen vruchten en groenten (64), granen en bakkerijproducten (30), noten en zaden (25) en cacao, koffie en thee (20). Ook hier kwamen glas- en metaalfragmenten het meest voor.”

3 Wanneer beschouwt de VWA een vreemd voorwerp als een gevaar voor de volksgezondheid?
“We verwijzen daarvoor naar het artikel van Matthé van den Broek uit VMT van 4 februari 2000 getiteld: ‘Productvreemd gevaar langs de meetlat’. De aanwezigheid in voedsel van harde en scherpe delen van 7 mm en groter is een onaanvaardbaar risico voor de consument. Voor voedsel bestemd voor kleine kinderen of andere risicogroepen, bijvoorbeeld mensen met slikproblemen, denk aan verstandelijk gehandicapten, hanteert de VWA een grens van 2 mm en groter. Fabrikanten moeten kunnen aantonen dat zij deze gevaren hebben geborgd. Bedrijven kunnen van deze maten afwijken, mits zij hun keuze onderbouwen. Overigens is er ook een bovengrens. Grotere voorwerpen dan 25 mm worden meestal door consumenten gemakkelijk ontdekt en daardoor niet gegeten. Hoewel dergelijke voorwerpen meestal dus geen direct gevaar voor de volksgezondheid opleveren, betekent dit niet dat ze onschadelijk zijn en is het evident dat ze niet thuishoren in levensmiddelen.”

4 Welke kennis stelt de VWA op dit vlak beschikbaar aan de industrie?
“Via de website van de VWA is de ‘Kennisbank Voedselveiligheid’ te raadplegen. Het kennisdocument ‘Productvreemde delen in voedsel’ is hierin opgenomen.”

5 Hoe controleert de VWA fabrikanten of zij de detectie op vreemde voorwerpen in orde hebben?
“Bij een audit kijken we altijd naar de CCP’s en hoe een bedrijf deze heeft geborgd. Productvreemde delen zijn daarbij een vast onderdeel. Vaak kijken we naar de klachtenregistratie en -afhandeling. Als een bedrijf enkele klachten over bijvoorbeeld glasdeeltjes krijgt, wordt nagegaan welke maatregelen het bedrijf heeft genomen en of de oorzaak van de klachten is achterhaald. Ook kijken we vaak naar glasprocedures: worden de daarin vastgelegde procedures nageleefd?
Eenmaal op de werkvloer kijken we hoe operators bijvoorbeeld met metaaldetectoren omgaan. We stellen hen vragen over hoe deze werkt, hoe zij deze controleren en wat zij bijvoorbeeld doen als een product wordt uitgestoten. We kijken naar de ingevulde staten, vragen hoeveel flessen of potten zij verwijderen bij een ploffles of kapotte pot. Wat ligt er in opvangbakken bij een rinzer of twister (systemen die eventuele verontreinigingen uit flessen vlak voor het vullen verwijderen) enzovoort.”

6 Hebben bedrijven hun zaakjes in het algemeen op orde?
“Bedrijven besteden veel aandacht aan het voorkomen van vreemde delen, misschien wel te veel als je de risico’s gaat vergelijken met die die gepaard gaan met bijvoorbeeld microbiële gevaren. Op zich niet vreemd omdat over productvreemde voorwerpen vaak de meeste klachten binnenkomen.
In veel gevallen blijkt dat metaaldetectoren alleen de teststaafjes uitstoten. Zeker bij bedrijven waar weinig problemen zijn met metaaldeeltjes zie je dat de routine niet snel wordt doorbroken. Operators zijn niet gewend aan uitgestoten producten en weten soms niet wat zij in die gevallen moeten doen. Daarnaast zijn zij soms ook de druk niet gewend om bij herhaalde problemen met een lijn de productie stil te leggen.
Helaas ontdekken we met enige regelmaat dat een TD om de metaaldetector een bypass heeft gemaakt. Bijvoorbeeld omdat een nieuw product niet door de scanopening van de detector kan.
Wat we ook veel te vaak waarnemen is dat bedrijven problemen met vreemde voorwerpen die een gevaar voor de volksgezondheid zijn, niet bij de VWA hebben gemeld. Deze bedrijven krijgen dan alsnog een bekeuring.”

7 Verandert de aard van de klachten?
“Het aantal klachten is de afgelopen tien jaar op hetzelfde niveau gebleven. Verder hebben bedrijven te maken met voorwerpen die expres aan het voedingsmiddel worden toegevoegd, vaak door het eigen personeel, als grap richting een collega, of door frustraties van iemand die weg moet. Bedrijven kunnen hierdoor ernstige imagoschade oplopen.
Soms komen problemen ook uit onverwachte hoek. Op dit moment zijn er problemen bij een nieuwe glazen pot. Op de binnenkant van de bodem zitten een aantal ribbels waarvan – zo is uit klachten gebleken – kleine glasdeeltjes kunnen losraken bij het leeglepelen van de pot.”

8. Wanneer moet een klacht tot een recall leiden?
“De Algemene Levensmiddelen Verordening is daar helder in: Als een product niet voldoet, en de volksgezondheid is mogelijk in het geding, dan moet dit product van de markt worden gehaald. Fabrikanten moeten afwijkingen bij producten die niet langer onder hun controle zijn, altijd bij de VWA melden, ook als het kwaliteitsafwijkingen betreft. Als VWA willen wij kunnen nagaan of een bedrijf dergelijke situaties goed heeft beoordeeld. Op de VWA-site is een infoblad hierover te vinden met als titel ‘Meldwijzer VWA.’”

Reageer op dit artikel