artikel

MRL’s voor gedroogde kruiden

Algemeen

De Europese leveranciers van kruiden en specerijen hebben indroogfactoren vastgesteld waarmee fabrikanten de MRL’s voor verse kruiden kunnen inzetten voor de gedroogde varianten. Hoe zijn die tot stand gekomen en wat te doen met planten die niet op deze lijst zijn vermeld?

Voedselveiligheid
[Contaminanten/residuen]

Adri Reimerink

Ing. A. Reimerink, Euroma, tevens lid Technical Comission European Spice Association(ESA), ReimerA@euroma.com, 038-4473173.

MRL’s voor gedroogde kruiden

De Europese leveranciers van kruiden en specerijen hebben indroogfactoren vastgesteld waarmee fabrikanten de MRL’s voor verse kruiden kunnen inzetten voor de gedroogde varianten. Hoe zijn die tot stand gekomen en wat te doen met planten die niet op deze lijst zijn vermeld?

Op 1 september 2008 trad de nieuwe Europese residuverordening (396/2005/EG) in werking. Hierin staat onder andere hoeveel residuen van gewasbeschermingsmiddelen er maximaal in voedingsmiddelen, waaronder verse kruiden, aanwezig mogen zijn (MRL’s). Een overzicht van de betreffende levensmiddelen staat in Annex 1 van Verordening 178/2006. Daarin is onder ‘Group 2 v’ aangegeven dat bij kruiden de MRL’s van toepassing zijn op verse kruiden. Maar levensmiddelenproducenten werken vaak met gedroogde producten. Artikel 20 van de verordening geeft producenten de mogelijkheid om hiervoor omrekeningsfactoren te gebruiken. Een werkgroep van de Europese brancheorganisatie van specerijen- en kruidenverwerkers (European Spice Association; ESA) heeft daarop de relatie berekend tussen de droge stof van het verse en het gedroogde product. Deze indroogfactor (‘dehydration factor’) is onder meer gebaseerd op informatie van ESA-leden en uitgebreide literatuur waaronder ‘Estimation of Maximum Residue Levels for pesticides in/on Spices’ van A. Ambrus.

Europese Commissie
Deze indroogfactoren zijn inmiddels in het Journal of Consumer Protection and Food Safety gepubliceerd. Ook zijn de factoren ter kennisname en voor harmonisering van het EU-beleid toegezonden aan de Europese Commissie. ESA gaat ervan uit dat deze instemt met de berekende waarden, hoewel er nog geen officiële reactie is ontvangen.
Met de publicatie van ESA zijn de indroogfactoren voor een groot deel van de Europese industrie en toeleverende landen geharmoniseerd. Bij ESA zijn namelijk verenigingen en bedrijven uit vijftien Europese landen aangesloten, naast landen als Egypte, India, Turkije en Sri Lanka. Uiteraard zijn ook producenten in andere landen vrij om deze omrekeningsfactoren als ‘handvat’ te gebruiken en voor de onderbouwing naar ESA te verwijzen.

Indrogingsfactoren
De indrogingsfactoren zijn gebaseerd op uitgebreid literatuuronderzoek en cijfers van de labs van de aangesloten leden (zie www.esa-spices.org > ‘documents’). Afhankelijk van variëteit, teeltgebied en droogmethoden kunnen de droogstofgehalten per kruid variëren. De omrekeningsfactoren zijn dan ook gemiddelde waarden. Om die reden zijn het afgeronde cijfers; vermelding in decimalen zou ten onrechte een te grote nauwkeurigheid suggereren.
Door de MRL voor een vers kruid met de betreffende indrogingsfactor te vermenigvuldigen kan het lab de maximale hoeveelheid residu berekenen. Overschrijdt het analyseresultaat van het droge product deze waarde, dan mag het ingrediënt niet worden vrjjgegeven/gebruikt.
De lijst is niet compleet. De kruiden die erin staan, dienen als voorbeeld voor min of meer vergelijkbare producten. Van producten waarvan geen vergelijkbaar voorbeeld in de tabel staat, moet de leverancier zelf het vochtgehalte in zowel het verse als gedroogde product en de daaruit voortvloeiende indroogfactor bepalen en documenteren. Hetzelfde geldt als hij omrekeningswaarden hanteert die afwijken van die in de tabel.

Omvang
Onder de vier bestaande EU-verordeningen vallen circa 250 pesticiden. Daarnaast zijn er nog eens 850 MRL’s door individuele lidstaten vastgesteld. In totaal zijn naar schatting 500.000 combinaties van plant en pesticide mogelijk. Door harmonisatie is dit aantal teruggebracht tot ongeveer 65.000 plant/product-combinaties (zie bijlage 3A van de verordening. Samen met de bijlagen 2 en 3B zijn nu naar schatting circa 200.000 plant/pesticide-combinaties vastgelegd.

Reageer op dit artikel