artikel

Koëter: ‘Politiek bedreigt organisatie en resultaten EFSA’

Algemeen

Op 15 oktober trok wetenschappelijk directeur Herman Koëter de deur van de European Food Safety Authority in Parma achter zich dicht. In zijn afscheidsbrief schrijft hij zich zorgen te maken over de toenemende druk van de politiek op het onafhankelijke karakter van deze organisatie. Over de achtergronden van zijn besluit, de toenemende werkdruk, claims en het door de Europese Commissie genegeerde EFSA-advies over azo-kleurstoffen.

Voedselveiligheid
Interview

Hans Damman

Wetenschapsdirecteur Koëter weg bij Europese Voedselveiligheids Autoriteit
‘Politiek bedreigt organisatie en resultaten EFSA’

[Intro]
Op 15 oktober trok wetenschappelijk directeur Herman Koëter de deur van de European Food Safety Authority in Parma achter zich dicht. In zijn afscheidsbrief schrijft hij zich zorgen te maken over de toenemende druk van de politiek op het onafhankelijke karakter van deze organisatie. Over de achtergronden van zijn besluit, de toenemende werkdruk, claims en het door de Europese Commissie genegeerde EFSA-advies over azo-kleurstoffen.

[Inleiding]
Vier jaar geleden sprak VMT met Herman Koëter bij de toen nog jonge organisatie EFSA in Brussel. Net een jaar in dienst als wetenschappelijk directeur moest hij het onafhankelijk onderzoek met betrekking tot voedselveiligheid vormgeven en letterlijk opbouwen. Begonnen met nog geen 40 mensen, telde de organisatie toen 140 voornamelijk stafleden. De organisatie moest doorgroeien naar circa 450 mensen en volstrekt onafhankelijk van vriend en vijand gaan opereren. Een mooie laatste klus voordat hij met pensioen zou gaan.
Half oktober dit jaar stapte hij op. Zijn afscheidsbrief aan EFSA-directeur Catharine Geslain-Lanéelle, waarin hij forse kritiek op haar uit, is aanleiding tot een hernieuwde kennismaking, ditmaal in Amersfoort. Rode draad is de toenemende politieke druk waaraan zij – volgens Koëter – te vaak en te gemakkelijk toegeeft.

Hoe kijkt u terug op de afgelopen vijf jaar bij EFSA?
“Het waren de beste jaren uit mijn inmiddels 41 jaar durende arbeidscarrière, al dacht ik dat ook van mijn vorige baan bij de OESO in Parijs. Ik ben snel enthousiast. Wat mij vooral aansprak was het opbouwen van een toch vooral wetenschappelijke en onafhankelijke organisatie. Het vertrouwen winnen van Commissie en Parlement, maar ook dat van de nationale autoriteiten en Europese consumenten. Ook moet je je bestaansrecht rechtvaardigen op het gebied van voedselveiligheid, BSE was destijds de aanleiding om EFSA op te richten, maar ook ten opzichte van andere Europese agentschappen, denk bijvoorbeeld aan het ECHA (European Chemical Agency) in Helsinki voor chemische veiligheid. Al die aspecten waren een enorme uitdaging.”

Hoe belangrijk is EFSA in deze periode geworden?
“Belangrijker dan ik bij aanvang had gedacht. Ik wist wel dat er nergens op de wereld een organisatie was die op dezelfde onafhankelijke wijze wetenschappelijke opinies (adviezen aan de Commissie, Parlement en Lidstaten, red) vormde. De FDA (Food & Drug Administration in de Verenigde Staten van Amerika) kwam als een van de eerste naar ons toe om een toelichting te vragen op onze opinies omdat zij deze zo relevant vonden. Ook de Japanners zochten ons met grote delegaties direct op. Maar ook bijvoorbeeld Saoedi-Arabië, China, landen die nog in opbouw zijn met hun nationale economieën en voedselveiligheidsregelgeving, kwamen allemaal langs. De hele wereld kent EFSA. Onze opinies worden zeer breed gelezen en onze aanbevelingen worden wereldwijd toegepast. Ook aan de toenemende politieke druk die op EFSA wordt uitgeoefend, kun je merken dat we invloed hebben op de besluitvorming elders.”

Die politieke druk is de reden voor uw vertrek.
“Niet de druk op zich, maar meer de wijze waarop EFSA ervoor lijkt te buigen. De Commissie heeft zich in 2006 meer dan wenselijk is bemoeid met de benoeming van de hoofddirecteur (Catherine Geslain-Lanéelle, red), al is zij uiteindelijk formeel door de Raad van Bestuur van EFSA benoemd op basis van een voorselectie door de Commissie.”
Koëter verklaart de sturende rol van de Commissie in het selectieproces met “mogelijk heeft de Commissie de onafhankelijke houding die de vorige hoofddirecteur (Geoffrey Podger, red) en ikzelf altijd richting de Commissie hebben aangenomen als ongewenst ervaren.”
Dat is ook tegelijkertijd de kern van zijn kritiek op Geslain-Lanéelle. “Zij laat haar hoofd te veel hangen naar de wensen van de Commissie. Juist daardoor was ik het met veel van haar beleidsbeslissingen niet eens, maar dat bleef uiteraard binnenskamers.”

De wetenschappers in de panels staan volgens u onder politieke druk.
“Laat ik een voorbeeld geven. Het panel dat de risico’s van reeds in gebruik zijnde pesticiden moet herbeoordelen, moet alle stoffen eind dit jaar hebben geëvalueerd. Toen zij aangaven dat zij dat niet zouden halen, kregen zij via de hoofddirecteur van de Commissie te horen dat zij de registraties dan maar wat sneller en misschien wat minder uitgebreid moesten uitvoeren. Dát is iets waar ik tegen gestreden heb. Als een wetenschappelijke opinie tien jaar na het uitbrengen ervan wordt gelezen, in een andere tijd, door andere wetenschappers, dan moeten deze laatste kunnen zeggen: verdorie dat was een uitstekend stuk werk. Niemand zal later zeggen, het was niet zo’n sterke opinie, maar hij was wel op tijd.
De beoordeling van GGO’s (genetisch gemodificeerde organismen) ligt ook erg politiek gevoelig. Ook van het hoofd van de Unit die bij EFSA het ggo-panel aanstuurt en begeleidt, is het contract zonder opgaaf van reden niet verlengd. Dat zorgde natuurlijk voor een enorme disruptie, vertrouwensbanden werden verbroken, vervanging van deze cruciale post duurde lang waardoor extra vertraging in het werk optrad, enzovoort. De voorzitter van het ggo-panel heeft diverse keren bij de directie om een toelichting gevraagd, maar nooit gekregen.”

Ook het recente niet opvolgen van de EFSA opinie over azo-kleurstoffen zal het imago van EFSA geen goed doen.
“Natuurlijk ben ik van mening dat de Commissie ons advies had moeten opvolgen, maar de Commissie heeft als risk manager het recht en de plicht om zijn besluit te nemen op basis van meer dan de wetenschappelijke opinie alleen. Het belangrijkste is dat de besluitvorming transparant is. Partijen die het daar niet mee eens zijn, zouden de Commissie om een toelichting moeten vragen. Wijzelf hebben in dit geval geen verklaring ontvangen.
Het gebeurt overigens niet zo vaak dat een EFSA-advies niet wordt opgevolgd. In die zin is dit een precedent.”

Maakt EFSA zich over deze kwestie dan geen zorgen?
“Als ik nog bij EFSA zou werken,,, zou ik over deze kwestie meer communiceren naar alle stakeholders, wellicht tegen de zin van de Commissie. Het zou voor iedereen absoluut duidelijk moeten zijn, en zeker voor de consument, dat EFSA staat voor een heldere analyse van risico’s en veiligheid en dat argumenten die pleiten tegen de aanbevelingen van EFSA wel heel erg sterk moeten zijn. De Commissie zou liever zeggen: je hebt je werk gedaan, nu moet je je verder stilhouden. De huidige hoofddirecteur wil te graag vrienden zijn met de Commissie. Een wat assertievere opstelling zou mij wenselijk lijken. Zou de Commissie herhaaldelijk een EFSA-uitspraak naast zich neerleggen dan zouden wat mij betreft de rapen gaar zijn.”

De industrie heeft met gemengde gevoelens de eerste opinies over de artikel 14 gezondheidsclaims begroet. Is dat terecht?
“Ik sta pal achter de wetenschap in de opinies die zijn uitgebracht. En ik vind het prachtig dat het panel bij zijn standpunt blijft, ondanks de druk.
De fabrikanten waren ervan overtuigd dat zij hun claims goed hadden onderbouwd en dat is begrijpelijk want tot nu toe was er geen onafhankelijke toetsing, geen norm. Het is een kwestie van tijd, wederzijdse ervaring en veel overleg voordat alle partijen op één spoor zitten.
Onze adviezen leveren uiteindelijk voordeel op voor de grotere industrieën. Maar EFSA kan niet met twee maten meten. Kleine bedrijven zullen het onvermijdelijk moeilijker hebben een claim te onderbouwen: hiervoor missen zij vaak de noodzakelijke know-how en faciliteiten. In deze kan EFSA niet helpen, wel kunnen we adviseren bij wat er komt kijken om een claim te maken; met welke voor EFSA belangrijke elementen zij die moeten onderbouwen.”

En zijn duizenden artikel 13- en nog eens honderden artikel 14-claims ingediend. Hoe gaat u die beoordelen?
“Die willen we waar mogelijk gaan bundelen. Als calcium goed voor je botten is, willen we niet dat dit op 700 manieren wordt gezegd; we willen dat aantal drastisch terugbrengen tot zeg honderd duidelijke, niet mis te verstane boodschappen. De consument moet niet iets lezen en denken, bedoelen ze daar nu dit of dat mee? Claims, moeten klip en klare boodschappen zijn.”

Krijgen de panels niet veel te veel werk op hun bordje?
“Ja, daar gaat het wel naartoe. Hoe dit aan te pakken, daarover verschillen de meningen. Meer panels is een oplossing om de last te verdelen. Je zou bijvoorbeeld het panel dat nu werkt aan additieven, aroma;s en enzymen misschien wel kunnen opsplitsen in drie aparte panels, een voor elke groep van stoffen. Meer bijdragen van de wetenschappelijke EFSA-staf om een panel te ontlasten is een andere optie. Combinatie van beide lijkt mij de weg te gaan.
Ondanks alles komen de Nederlandse deskundigen die lid zijn van een EFSA-panel uiteindelijk allemaal en werken stuk voor stuk hard voor EFSA. In ‘the end’ vinden ze het ook allemaal wel prachtig.”

In hoeverre vond uw vrouw uw brief en vertrek prachtig?
“Prachtig is zeker niet het woord dat zij zou gebruiken. Ook zijn de brief en ons vertrek twee totaal verschilllende grootheden. Wat betreft de brief staat ze pal achter mij, maar zij is niet onpartijdig in deze. Wat betreft mijn vertrek uit EFSA: toen ik vijf jaar geleden bij EFSA kwam, had ik erop gerekend dat ik daar tot mijn pensioen zou blijven en ik hield van mijn werk. Mijn vrouw kende mijn passie voor EFSA en houdt daarbij erg van Italië. Behalve het fantastische klimaat hadden we een fijn huis aan de rand van Parma met navenant fijne tuin en we leefden (met onze honden) van mei tot oktober buiten, heerlijk. Wij gingen dus niet met plezier weg.”

Reageer op dit artikel