artikel

‘Duurzaamheid moet van ons allemaal zijn’

Algemeen

Duurzaamheid is niet iets dat je van bovenaf kunt opleggen, is de filosofie bij Ben & Jerry’s. Daarom koos dit bedrijf voor de bottom-up aanpak. Is dit werkbaar? En hoe betrekt de duurzaamheidsmanager de fabrieksmedewerkers bij dit onderwerp?

Rudi van der Arend startte 1 mei 2008 als duurzaamheidsmanager bij Ben & Jerry’s in Hellendoorn. Hij trof een fabriek aan waar het bulkte van de duurzaamheidsideeën van consultants, stagiaires, medewerkers en een denktank. Allereerst bracht hij de afval-, water- en energiestromen van de fabriek in kaart en koppelde daar de ideeën aan vast op plekken waar de meeste winst te behalen was.

Daarnaast formuleerde hij zijn eigen doelstellingen: 40% minder afval, 40% minder energieverbruik en 60% minder stads- en bronwaterverbruik in 2013. “We hebben geanalyseerd wat realistisch is en daar hebben we een schepje bovenop gedaan”, vertelt Van der Arend. Vervolgens koos de duurzaamheidsmanager voor een systematische aanpak. Zo heeft hij 2008 uitgeroepen tot jaar van het afval. Hij pakt dit probleem aan door de hoeveelheid afval eerst te reduceren en het restant zoveel mogelijk te recyclen. Pas in de laatste plaats – in 2010 – wil hij een biogasinstallatie aanschaffen die het laatste beetje gesmolten ijs kan vergisten tot energie die weer teruggaat naar de fabriek.

Varkens op dieet
Om de medewerkers actief bij het onderwerp duurzaamheid te betrekken, zette Van der Arend zes projectgroepen op. Een van die groepen heet ‘Varkens op dieet’ en heeft als doel om de afvalstroom gesmolten ijs naar de varkensboer terug te dringen. “Het meeste afval ontstaat bij de fruit-feeder”, vertelt Van der Arend. “Dit is de machine die koekdeeg door het ijs heen draait. Om dat proces beter onder controle te krijgen, gaan de medewerkers deze week bij elke storing opschrijven wat er mis ging. Ze maken ook foto’s. Zo proberen we dit proces beter onder controle te krijgen.”

Bewustwordingsproces
Daarnaast haalt Van der Arend veel duurzaamheidsideeën uit de ideeënbus. Hij streeft ernaar om elk goed idee van een medewerker uit te voeren. “Een voorbeeld is de light-tube”, vertelt hij en wijst naar een rond raam in het plafond. Op het dak staat een bol die zonlicht opvangt en dit zo sterk concentreert dat het in de zomer een heel kantoor kan verlichten. “De besparing hiervan is minimaal”, vertelt Van der Arend. “Het energieverbruik van die paar kantoren valt in het niet bij het energieverbruik van bijvoorbeeld de vriescellen in de fabriek. We hebben dit idee toch uitgevoerd omdat het bijdraagt aan het bewustwordingsproces bij medewerkers.”

Het beste idee van vorig jaar komt van de palletiseermedewerker Egbert Berenst. Hij zag dat er drie lagen extra op een pallet passen. Het kostte een jaar om dit plan uit te voeren, maar het levert het bedrijf een besparing op van 45% minder trucks en 20% minder pallets door de supply chain. Bovendien heeft Ben & Jerry’s nu minder palletplaatsen nodig in de distributiecentra van zijn klanten, waarmee het bedrijf geld uitspaart. Per 1 januari wordt het idee definitief uitgevoerd. Van der Arend: “En natuurlijk mag Egbert het lintje doorknippen.”

Draagvlak
Van der Arend kijkt tevreden terug op de afgelopen maanden. In de eerste plaats vanwege het enthousiasme van de werknemers. “De vergaderingen zijn altijd na werktijd. Toch was het geen enkel probleem om de projectgroepen vol te krijgen.” Maar ook het management verleende alle medewerking. “Duurzaamheid is onlosmakelijk verbonden met Ben & Jerry’s. Bovendien leveren de meeste maatregelen geld op.” Daarnaast merkt hij dat er binnen Unilever voldoende draagvlak is om in duurzaamheid te investeren. “Elk jaar reizen we naar Zwitserland waar het managementteam van alle ijsfabrieken van Unilever in Europa beslist over onze investeringen. Daar hebben we dit jaar groen licht gekregen voor vrijwel al onze duurzaamheidsinvesteringen. Alleen zonne-energie is uit het plaatje gehaald. De terugverdientijd van dat systeem is vijftien jaar en dat vindt het management te lang.”

Juiste focus
Een van de uitdagingen van zijn functie noemt Van der Arend de hectiek van de werkvloer. “Er gebeurt altijd wel iets waardoor medewerkers duurzaamheidsverbeteringen even opzij schuiven. Ik denk dat dat de reden is dat veel verbeteringen nooit uitgevoerd worden. Als je er niet bovenop zit en iedereen af en toe bij de les roept, dan gebeurt er niets.” Daarnaast merkt Van der Arend dat het moeilijk is om de juiste focus te houden. “Maatregelen die je neemt voor de afvalreductie, kunnen misschien negatief uitpakken voor het energieverbruik. Je moet dan keuzes maken, want je moet door. Het is soms lastig om dan de juiste weg te kiezen.”

Strategisch niveau
Van der Arend verwacht dat hij tot 2013 nodig heeft om zijn doelstellingen te behalen. Zijn missie is dat duurzaamheid dan zo goed tussen de oren zit bij de medewerkers dat zijn rol bij Ben & Jerry’s overbodig is geworden. Toch verwacht hij niet dat de functie van duurzaamheidsmanager op den duur helemaal verdwijnt. “Ben & Jerry’s heeft van Unilever de kans gekregen om te pionieren met duurzaamheid”, vertelt hij. “Als mijn missie hier slaagt, dan zullen andere fabrieken volgen. Ik verwacht dat er dan behoefte ontstaat aan duurzaamheidsmanagers als schakel tussen het management op strategisch niveau en de implementatie op operationeel niveau. Managers op het hoofdkantoor kunnen namelijk wel heel veel bedenken, maar op de werkvloer moet het gebeuren.”

En over welke vaardigheden moet de duurzaamheidsmanager van de toekomst beschikken? “Dat is moeilijk om te zeggen, want dat ben ik zelf ook nog aan het ontdekken. Maar hij of zij moet in ieder geval een goede projectmanager zijn met kennis van technieken en het vermogen om zich in te leven in de werknemers. Maar ook financieel inzicht is nodig om de ideeën te onderbouwen en zichtbaar te maken wat ze opleveren. Want je kunt wel heel idealistisch zijn, maar uiteindelijk geldt ook overal de eurowet.”

Reageer op dit artikel