artikel

Verlies voorkomen

Algemeen

Nul verlies. Dit ambitieuze doel was het onderwerp van het VMT/PAVO symposium ‘Meer rendement in de voedingsmiddelenproductie’. Besparing werd vanuit heel verschillende hoeken belicht. Een verslag van een gevarieerde dag over meten, slachtbijproducten en heilige huisjes.

De kosten van grondstoffen, energie, water en verpakkingen zijn de laatste tijd sterk gestegen. Om meer rendement te halen moeten voedingsmiddelenproducenten besparen waar ze kunnen. En mooi meegenomen: besparen levert ook een duurzaam proces op. Maar hoe en waar te besparen? Het begint met meten. Derk Somsen, hoofd procesresearch & technologie bij Aviko, beet de spits af. Hij promoveerde aan de WUR op een methode om verliesstromen binnen een levensmiddelenbedrijf structureel te minimaliseren.

Aviko paste deze methodiek, PYA (product yield analysis), de afgelopen jaren structureel toe. De grondstof-efficiency van de meeste productiebedrijven in de levensmiddelenindustrie varieert van 0.70 tot 0.94. De beste oplossing om ongewilde verliezen te minimaliseren is het voorkomen ervan direct aan de bron. Belangrijkste conclusie: bedrijven kunnen 1 tot 4,5% van de omzet besparen door structureel te werken aan het verbeteren van de grondstof-efficiency.

Van worst tot schoenen
Wat als de grondstof het varken is? Wat kun je allemaal maken met een varken? Carine van Vuure verwees in haar presentatie naar het boek van kunstenaar Christien Meindertsma die een zoektocht begon naar alle mogelijke toepassingen van de onderdelen van het varken. De toepassing worst is duidelijk, maar ook in schoenen zit een beetje varken; de lijm is gemaakt van de beenderen van het varken. Varkensgelatine komt in heel veel producten voor, van bier tot kogels. Van Vuure gaf ook een voorbeeld van een andere toepassing. In het bloedplasma van de varken zitten eiwitten waarmee vlees koud kan worden gebonden.

Maar sinds de BSE-crisis in 2000 is er een ‘feed ban’. Dit betekent dat eiwitten van gezonde dierlijke bijproducten verboden zijn in diervoeding. Maar volgens Van Vuure verstoort de ban de voedselketen en verhindert het verbod het toevoegen van de hoogst mogelijke waarde aan dierlijk eiwit.

Heilige huisjes
En als er dan voor elk deel van de varken een toepassing is gevonden, is het zaak om nergens in het proces waardevolle grondstof te verliezen. Verbeterprogramma’s zoals TPM kunnen daarbij helpen. Bas van Winden, plantmanager bij Lassie, vertelde over de zoektocht naar een goede keuze voor een geschikt verbeterprogramma. Hij liet in hilarische sheets zien dat als er wordt gesproken over verbeterprogramma’s, de heilige huisjes al snel tevoorschijn komen. Huisjes met pilaren, fundamenten en allerhande aanvullende bouwkundige constructies. Maar de fundamenten, de overeenkomsten, in de programma’s zijn: het elimineren van verliezen, een verbetercultuur gebaseerd op ‘eigenaarschap’, het Kaizen-principe (in kleine stapjes verbeteren (cyclisch) met multidisciplinaire teams) en standaardiseren.

Van Winden gaf als tip: als je nog weinig ervaring hebt met continu verbeteren, start dan met één filosofie. Als kwaliteitsverlies het grootste probleem is, start met het verbeterprogramma Six Sigma. Bij logistiek verlies is Lean het geschiktste startpunt en als onderbenutting van de installaties het grootste probleem is, dan is TPM het beste om mee te beginnen. Pas als er ervaring is opgebouwd met continu verbeteren, kan je vanuit één programma gaan shoppen en het verbeterprogramma uitbouwen met andere tools.

Varkens op dieet
De multifunctionele varkens blijken gesmolten ijs van Ben&Jerry’s erg lekker te vinden. Maar, vertelde Rudi van der Arend, duurzaamheidsmanager bij de Europese Ben&Jerry’s fabriek, we willen de stroom ijs die naar de varkens gaat, minimaliseren. In het project Pigs on a Diet, kijkt het bedrijf hoe ze minder ijs kunnen verliezen. Norit vertelde hoe voedingsmiddelenbedrijven water kunnen besparen door hergebruik na reiniging met een membraanbioreactor (MBR). Een vreemde, maar leuke afsluiter van de dag, was het verhaal van Rik van den Bosch over de winning van aardwarmte door tomatenkweker A+G van den Bosch.

Met 21 hectare vleestomatenteelt verbruikt het bedrijf veel aardgas. Om de hoge energiekosten te verminderen, onafhankelijk te zijn van fossiele brandstoffen en om klaar te zijn voor de toekomst startte het bedrijf een onderzoek naar het gebruik van aardwarmte. Warm water op ongeveer 1.700 meter diep wordt naar boven gepompt, geeft via een warmtewisselaar warmte af en is na 20 seconden weer beneden. Het systeem staat onder een druk van 7 bar vooral om de zuurstof buiten te houden. Het water heeft een temperatuur van 60°C en levert A+G een energiebesparing van circa 80% op. Als pionier (dit is de eerste installatie in Nederland) krijgt het bedrijf veel aandacht. Van den Bosch: “Dit is presentatie 204 dit jaar.”

Reageer op dit artikel