artikel

Nieuwe regels voor additieven en enzymen

Algemeen

Door de verordening voor additieven zullen de azokleurstoffen feitelijk verdwijnen. Per levensmiddelencategorie zullen stoffen worden toegelaten. De enzymverordening betekent de introductie van een verplichte registratie. Over de etikettering blijven onduidelijkheden bestaan.

Net voor de zomervakantie bereikten de Europese Raad, het Europese Parlement en de Commissie een politiek compromis over het Food Improvement Agents Package (FIAP). Naar verwachting zullen eind dit jaar de teksten praktisch zonder veranderingen in het Official Journal worden gepubliceerd. Daarmee wordt de wetgeving in alle lidstaten gelijk.

Het FIAP-pakket omvat vier verordeningen over aroma’s, additieven, enzymen en procedures om deze stoffen op de EU-markt toegelaten te krijgen. In VMT 21 kwamen de algemene toestemmingsprocedure en de aromaverordening al ter sprake (Wetgeving aroma’s, additieven en enzymen gebundeld, pag. 28). Hieronder komen de belangrijkste veranderingen met betrekking tot additieven en enzymen aan de orde.

Additieven
Grosso modo leidt de nieuwe verordening niet tot een revolutie hoewel er zich voor de industrie toch wel enige knelpunten aandienen. De meest in het oog lopende verandering is de verplichte waarschuwing die fabrikanten op de verpakking moeten vermelden als zij ‘azokleurstoffen’ (E102, E104, E110, E122, E124 en E129) in hun producten verwerken. De tekst wordt in Annex V exact voorgeschreven: ‘azokleurstoffen die een allergie en hyperactiviteit bij kinderen kunnen veroorzaken’. De industrie heeft achttien maanden de tijd om de waarschuwing op hun verpakkingen te drukken. De verwachting is echter dat deze maatregel neerkomt op het niet langer toepassen van deze kleurstoffen.

B2B-etikettering
De verordening geeft ook voor producten die business-to-business worden geleverd gedetailleerde voorschriften voor de etikettering van additieven (en ook enzymen). De vraag is of hier geen sprake is van overregulering. Business-to-business partners zorgen er immers al voor dat zij alle relevante informatie aan elkaar overdragen. Een ander belangrijk aspect is dat lidstaten B2B-etikettering in de landstaal kunnen verplichten.

Formuleringsagentia
In de toekomst zullen de additieven die aan additieven, enzymen en aroma’s mogen worden toegevoegd in een specifieke bijlage worden genoemd. Daarmee zal de levensmiddelenindustrie rekening moeten houden, zeker in het licht van carry-over naar producten zoals zuigelingenvoeding.

Per categorie toelaten
De Commissie heeft beloofd dat alle additieven die onder de huidige wetgeving zijn toegelaten, ook in de nieuwe situatie zijn toegestaan. De Commissie werkt aan een nieuw ‘categorisatiesysteem’ om de toelating van additieven in levensmiddelen te regelen. Werden in de oude (huidige) situatie alleen categorieën benoemd als dit noodzakelijk was, in het nieuwe systeem wil de Commissie alle levensmiddelen in categorieën indelen en per categorie de toegelaten additieven noemen.

Producenten hebben bezwaar tegen dit systeem dat mogelijk, zo vrezen zij, een rem op innovatie tot gevolg heeft. Het is bijvoorbeeld niet duidelijk of een bedrijf eerst een nieuwe categorie moet aanvragen voordat het een innovatief product op de markt mag brengen. Ook maken fabrikanten zich zorgen over de invloed op de levensmiddelenwetgeving in het algemeen. Is deze verordening niet het begin van ‘verticale’ levensmiddelenwetgeving? Gelukkig betrekt de Commissie de levensmiddelenindustrie intensief bij het overleg over het categorisatiesysteem.

Enzymen
Op EU-niveau zijn momenteel slechts twee levensmiddelenenzymen geregeld omdat ze als levensmiddelenadditief worden toegepast: lysozym en invertase. Dit in tegenstelling tot de.honderden levensmiddelenenzymen die als technische hulpstof worden toegepast. Hiervoor geldt alleen in Frankrijk en Denemarken een registratieplicht, terwijl dit in Groot-Brittannie vrijwillig is. Levensmiddelenenzymen die als technische hulpstof worden toegepast hoeven niet op het levensmiddel te worden geëtiketteerd.

Door de nieuwe EU-verordening zal deze situatie drastisch veranderen. Voor alle levensmiddelenenzymen gaat een registratieplicht gelden, ongeacht of ze nu wel of niet als technische hulpstof worden toegepast. Overigens rept de verordening van ‘food enzymes’ wat in Nederland ten onrechte is vertaald als voedingsenzymen. Deze term is misleidend omdat dit suggereert dat enzymen een bepaalde voedingswaarde hebben. Bovendien is het niet consequent: ‘food’ is namelijk bij de aroma’s en additieven wel als ‘levensmiddelen’ vertaald.

EFSA-oordeel
EFSA zal alle levensmiddelenenzymen beoordelen waarna deze via de comitologieprocedure worden goedgekeurd. Alleen die levensmiddelenenzymen worden goedgekeurd waarvan wordt bewezen dat toepassing ervan geen gevaar voor de gezondheid oplevert, dat deze voorziet in een technologische behoefte en dat de consument niet wordt misleid. Producenten dienen daarvoor een dossier aan te leveren. Aan welke exacte eisen de goedkeuringsdossiers moeten voldoen, is echter nog onbekend. Deze worden nog in uitvoeringsmaatregelen en EFSA-richtlijnen vastgelegd. Vervolgens hebben enzymproducenten nog slechts twee jaar de tijd om de dossiers voor bestaande enzymen aan te leveren.

De Commissie beoordeelt of de ontvangen dossiers voldoen aan de geldigheidscriteria en plaatst ze vervolgens in een tijdelijk register. Door dit te raadplegen kan de voedingsmiddelenindustrie zich een beeld vormen van welke enzymen zij in de toekomst mogelijk nog kunnen gebruiken. De enzymen in het register moeten nog wel door het goedkeuringsproces heen. Naar verwachting zal dat meerdere jaren duren. Gedurende deze interim-periode zal de huidige wettelijke situatie gehandhaafd blijven. Dit betekent dat nieuwe levensmiddelenenzymen slechts op nationaal niveau (Frankrijk, Denemarken) zullen worden goedgekeurd.

Communautaire lijst
De uiteindelijk goedgekeurde levensmiddelenenzymen worden door de Commissie op een ‘communautaire’ (positieve) lijst geplaatst. Per enzym worden tevens specificaties en restricties voor de dosering en het type levensmiddel vastgesteld. Deze restricties worden gebaseerd op de in de dossiers vermelde gegevens betreffende de veiligheid en toepassingen.

Ondersteuning van de levensmiddelenindustrie kan hierbij van essentieel belang zijn, daar deze kan aangeven welke technologische toepassingen relevant zijn en dus in de dossiers moeten worden opgenomen. Zodra de positieve lijst is gepubliceerd, mogen uitsluitend nog de in de lijst opgenomen levensmiddelenenzymen in de handel worden gebracht en in levensmiddelen worden toegepast. Voor nieuwe enzymen, die in de interim-periode slechts op nationaal niveau zijn goedgekeurd, zal de Commissie een nieuwe overgangsregel opstellen.

Buitenlandse enzymen
Volgens de wet is het verboden een levensmiddel in de handel te brengen dat is gemaakt met een enzym dat niet op de positieve lijst staat. Het is belangrijk dat de levensmiddelenindustrie zich realiseert dat dit ook voor geïmporteerde levensmiddelen geldt. Diverse enzymproducenten buiten de EU zullen dus hun levensmiddelenenzymen in de EU moeten laten goedkeuren.

Etiket
Zolang de toepassing van de meeste enzymen nog als technische hulpstof wordt beschouwd, zal er betreffende de etikettering van levensmiddelen niet veel veranderen. Wel bevat de verordening de cryptische eis dat, indien nodig, de consument via het etiket op de hoogte moet worden gebracht van de fysische toestand van het levensmiddel of de specifieke behandeling die het heeft ondergaan. Jurisprudentie zal moeten uitwijzen wat we hier precies onder moeten verstaan.

Samenvattend moet men constateren dat de verordening perspectieven biedt op een snellere en betere goedkeuringsprocedure. Bepaalde aspecten van de verordening moeten echter nog worden ingevuld. De angel zou wel eens veel meer in deze uitvoeringsbesluiten kunnen liggen dan bij de verordening zoals deze nu bekend is. Het devies is dus ‘levensmiddelenindustrie, let op uw zaak’.

Reageer op dit artikel