artikel

Superfruits: wat is er zo super aan?

Algemeen

Regelmatig verschijnt er een nieuwe ster aan het gezondheidsfirmament. Superfruits is er zo een. Te enthousiaste beweringen over de wonderbaarlijke gezondheidseffecten van deze hype moeten we soms wel met een korreltje zout nemen.

De markt voor vruchtendranken die ‘superfruits’ bevatten, maakt een grote groei door. Maar wat zijn die supervruchten eigenlijk? Superfruit is in eerste instantie een marketingterm voor vruchten die een breed spectrum aan fytochemische stoffen in hoge concentraties bevatten, in het bijzonder aan polyfenolen. Ook scoren ze hoog op de schaal voor ORAC-waarden (zie kader), wat aangeeft dat ze tevens effectief zijn tegen oxidatieve stress.

Veelbesproken superfruits zijn de granaatappel, cranberry (Amerikaanse veenbes), blauwe bosbes, mangosteen, goji-bes en açai-bes. Ook donkere vruchten, zoals de braam, zwarte bes, framboos en zwarte kers, alsmede de Nieuw-Zeelandse boysenberry, worden tot de superfruits gerekend. De donkere vruchtensoorten worden overigens minder vaak als zodanig benoemd, misschien omdat ze uit marketingoogpunt niet ‘sexy’ genoeg zijn.

Maar de lijst wordt nog steeds langer. Recentelijk zijn nieuwe ‘ontdekkingen’ gedaan, onder andere de maqui-bes, een purperrode vrucht uit Zuid-Amerika, de lulo, ook bekend als naranjilla, een vrucht die voorkomt in het noordelijke gedeelte van Zuid-Amerika, en de yumberry, een roze tot purperrode vrucht afkomstig uit Zuid-China. In tabel 2 zijn de belangrijkste gegevens samengevat, voor zover beschikbaar. Zeer recentelijk is hier de kiwibes uit België bijgekomen.

Marketingboodschap
Een vaste regel voor elk succesvol gezondheidsbevorderend (‘functioneel’) voedings¬middel of drankje is dat het goed moet smaken. Hierin ligt al een eerste verklaring voor de stijgende populariteit van superfruits in vruchtendranken. Ze geven producten een ‘exotische’ smaak en, bij twijfel aan de betekenis daarvan, geven ze de consument in elk geval een nieuwe smaakbeleving.

Julian Mellentin, directeur van het tijdschrift ‘New Nutrition Business’, voegt hier nog twee essentiële voorwaarden voor vruchten aan toe om de superfruit-status te verkrijgen: de vrucht moet in de ogen van de consument een zekere nieuwheidswaarde (‘novelty value’) hebben – de granaatappel, mangosteen, goji en açai voldoen hieraan – en de claim moet worden ondersteund door marketingboodschappen die de eigenlijke of beweerde gezondheidsvoordelen benadrukken. De granaatappel is een voorbeeld van een superfruit waar PR-campagnes en media-aandacht sterk hebben bijgedragen aan het succes.

Voorwaarde bij dit alles is wel dat de superfruits in voldoende mate beschikbaar zijn. Voor vele in tropische oerwouden voorkomende vruchten die voor superfruits zouden kunnen doorgaan, geldt dat niet altijd. Wat de popularisering van de superfruits wel heeft geholpen, zijn de enigszins negatieve mediaberichten over de traditionele antioxidanten, zoals vitamine C en E, alsmede -caroteen.

Veel bioactieve stoffen
Uiteindelijk kan een hype slechts standhouden als de beweerde gezondheidsclaims daadwerkelijk hout snijden. Superfruits worden in het bijzonder aangeprezen vanwege hun hoge gehalte aan bioactieve stoffen.

De EuroFIR (European Food Information Resource) definiëert bioactieve stoffen als: ‘Non-nutritive constituents in food plants with anticipated health promoting/beneficial effects, and/or toxic effects, when ingested’. De EuroFIR is een door de EU gefinancierde netwerkorganisatie die tracht de verschillende voedingsmiddelen¬tabellen die binnen Europa in omloop zijn, op een geavanceerde wijze met elkaar te verbinden. Bioactieve verbindingen met potentiële gezondheidsvoordelen maken deel uit van het project.

Bioactieve stoffen met veronderstelde gezondsheidseffecten kunnen worden ingedeeld in een aantal hoofdgroepen. Voor supervruchten zijn de carotenoïden, maar meer nog de flavonoïden en andere fenolische verbindingen van belang. De laatste worden onderverdeeld in flavanonen, flavonen, isoflavonen, flavonolen, anthocyanen en flavanolen. Flavanolen worden verder onderverdeeld in catechinen en pro(antho)cyadininen. De flavonoïden hebben een structuur zoals voor het quercertine-molecuul in figuur 1 wordt getoond.

Effecten?
De vraag om welke bioactieve stoffen het bij superfruits vooral gaat en welke effecten deze op de gezondheid hebben, valt niet gemakkelijk te beantwoorden. Zo zegt Prof. Helmut Dietrich (Forschungsanstalt Geisenheim, Fachgebiet Weinanalytik und Getränkeforschung in Duitsland): “In fruit en groenten komen vele duizenden bioactieve stoffen voor en het is moeilijk te zeggen welke relevant zijn.

Rode druiven bevatten bijvoorbeeld ten minste vijftig polyfenolen, terwijl in bosbessen veertien verschillende anthocyaninen en tientallen kleurloze polyfenolen gevonden zijn.” Hoe krachtig het complex van bioactieve stoffen van een bepaalde vrucht is, wordt uitgedrukt in antioxidative capaciteit, onder meer de ORAC-waarde.

Een verdergaande maatstaf is de biobeschikbaarheid. Aan het flavonoïdemolecuul kan op meerdere plaatsen een suikermolecuul gehecht zijn en daarmee een glycoside vormen. De meeste flavonoïden in het voedsel kunnen uit de dikke darm worden geabsorbeerd en door het bloed worden opgenomen. Voor absorptie uit de dunne darm is het noodzakelijk dat de suikergroep eerst door middel van hydrolyse wordt afgesplitst. Daarna kunnen de ‘aglyconen’ verder worden gemetaboliseerd en in de lever, nieren, enzovoort, worden omgevormd tot secundaire metabolieten.
De mate waarin de polyfenolen uiteindelijk door het lichaam worden opgenomen en benut is dus van wezenlijk belang. Helaas is daarover nog weinig bekend. Een officiële aanbeveling omtrent de dagelijkse opname bestaat nog niet. Wel bestaan volgens prof. Dietrich sterke vermoedens dat polyfenolen de cholesterolspiegel kunnen beïnvloeden, terwijl sommige een anti-trombose effect hebben en ontstekingsremmend werken.

Hij stelt verder dat het effect van polyfenolen bij de remming van tumor¬ontwikkeling nog niet bewezen is, behalve in dierproeven. De industrie beroept zich daarom op de ORAC-waarden om de kracht en macht van bepaalde vruchten naar de consument te communiceren. Tabel 1 toont enkele ORAC-waarden.

Dranken met superfruits
De meeste superfruits zijn ongeschikt voor directe consumptie vanwege hun hoge gehalte aan zuur en bittere polyfenolen, maar hun sap kan uitstekend worden toegepast in multifruitdranken. De meeste sappen of concentraten van superfruits zijn wel duur. Daarom worden slechts relatief lage percentages ervan aan multifruitsappen toegevoegd, ondanks het feit dat de superfruits zeer prominent op het etiket worden vermeld.

In Nederland heeft Friesland Foods in zijn CoolBest-lijn zowel ‘Pomegranate met frambozen’, ‘Açai met passievrucht’, als ‘Sea buckthorn (Ned: duindoorn) met Golden kiwi’ als ‘Powerfruits’ uitgebracht. Eveneens in Nederland heeft Healthy People een productlijn met superfruits op de markt gebracht: granaatappel, golden kiwi, açai-bes, goji-bes met passievrucht en acerola met mango.

In de VS vermarkt de Purple Juice Company een vruchtendrank met de sappen van açai, granaatappel, blueberry, cranberry, zwarte kers, zwarte bes en purperrode pruim, dat ze pretentieus ‘The most powerful antioxidant beverage on the PLANET’ hebben genoemd. Dit zou niet alleen zijn gebaseerd op de hoge ORAC-waarde, maar vooral op, wat de fabrikant noemt, het cascade-effect, dus het elkaar versterkende effect van de flavonoïden en carotenoïden in de individuele sappen.

Prof. Dietrich merkt over de technologische verwerking van superfruits nog op: “Om de secundaire plantmetabolieten, zoals de tanninen of quercetinen, van vruchten te behouden, moet bij voorkeur een puree of ten minste een troebel sap worden gemaakt. Dit kan een smoothie zijn, dat uit een mengsel van beide bestaat. Heldere sappen hebben minstens 90% van hun bioactieve stoffen verloren.

Kanttekening
Ondanks de beweringen van de producenten blijft voor de consument de kernvraag of de consumptie van superfruits hem garandeert dat hij werkelijk het stralende middelpunt tijdens zijn 100e verjaardagsfeest zal zijn of dat het niet uitmaakt welke vruchten hij dagelijks eet. En aangezien ook het ‘gewonere’ en beter betaalbare fruit in sterke mate bijdraagt aan de gezondheid, doet de consument er goed aan de appel, de sinaasappel en de druif niet te vergeten.

Reageer op dit artikel