artikel

Boodschappen voor kinderen

Algemeen

Snoep verstandig, eet een Red Band Truly! Bevat tenslotte 30% minder suiker en is natuurlijk gekleurd. Iets om je wenkbrauwen over te fronsen? Mogen we alleen appels en bruinbrood promoten om de jeugd op het gezonde spoor te houden? En hoe bereik je deze kwetsbare, want ontvankelijke doelgroep eigenlijk het beste? Op het congres Food for Kids leken weinigen gecharmeerd van verplichtingen en opgeheven vingertjes.

Gezond snoep bestaat niet, vindt Krista Kleinveld, marketingmanager van Red Band. Maar als kinderen toch snoepen, dan maar liever wat minder slecht. Alle beetjes helpen. Kleinveld was een van de (negen) sprekers op het goed (en, het moet gezegd, voornamelijk door vrouwen) bezochte VMT-congres Food for Kids, 19 september in Maarssen. Haar successtory over het ‘betere’ snoepje, dat een groot deel van de snoepschappen tegenwoordig wit kleurt, vertoonde op het eerste gezicht weinig gelijkenis met het pleidooi van Joke Hammink van het Voedingscentrum, bij wie je je weer heel even op het consultatiebureau waande. Borstvoeding is ideaal, daarna veel groente, fruit en brood, drie hoofdmaaltijden en maximaal vier keer iets tussendoor (“en dan bedoel ik niet vier keer een snoepje of koekje” ).

Maar van enige polarisatie tussen de verschillende invalshoeken was op het congres geen sprake. Het Voedingscentrum toonde zich verheugd over productaanpassingen die een stap in de goede richting zijn, zoals Sisi Frizzr. In dit drankje, vertelde brandmanager Stijn Groenink van Vrumona is, net als in een range van vergelijkbare producten, de helft van de suiker vervangen door zoetstoffen en ook die worden in de toekomst geleidelijk aan afgebouwd. Het IKB-logo prijkt al op het Sisi-flesje.

Structureel te weinig
We moeten het allemaal samen doen, zullen de congresdeelnemers gedacht hebben.
En dat is natuurlijk waar. Het is een illusie te hopen dat kinderen, eenmaal peuter-af, uitsluitend gezond voedsel tot zich nemen. Compromissen zijn onvermijdelijk. Maar het is even naïef te veronderstellen dat we het groeiende probleem van overgewicht (een op de zeven kinderen) met een light-drankje te lijf kunnen gaan.

Dat bewees onder meer de bijdrage van Caroline van Rossum, onderzoekster bij het RIVM. Zij gaf een toelichting op een onlangs gepresenteerd onderzoek in opdracht van het ministerie van VWS. De resultaten wekten niet direct de indruk dat we een eind op de goede weg zijn. Van bijna alle gezonde etenswaren bleken kinderen structureel te weinig binnen te krijgen. (zie tabel). En het mag toch treurig genoemd worden, Van Rossum noemde het zelfs schokkend, dat kinderen hun vitamine C- behoefte meer uit snoep en drankjes halen dan uit groente en fruit. Dat kan beter. Maar hoe krijg je kinderen zover?

Wetgeving
Natuurlijk is er de wet, die overigens helder en levendig werd toegelicht door Christine Grit, manager Voeding & Gezondheid bij de FNLI. De wet is het strengst als het over de allerjongsten gaat. Zuigelingenvoeding moet zelfs op de verpakking vermelden dat borstvoeding beter is!
Naarmate het kind ouder wordt is er meer mogelijk. Maar ook dan mag niet alles. Volgens de claimsverordening, overigens zonder een aparte kinderparagraaf voor de voedingsclaims, zullen vanaf begin 2009 voedings- en gezondheidsclaims uitsluitend op producten mogen worden vermeld die voldoen aan een bepaald voedingsprofiel (met maximumeisen aan bepaalde minder positieve voedingsstoffen). Ook zal in de toekomst zijn geregeld welke gezondheidsclaims er überhaupt op de verpakking mogen staan. Maar de interpretatiediscussies hierover zijn op Europees niveau nog in volle gang, dus op definitief uitsluitsel moeten we nog even wachten.

Vast staat dat in veel documenten en uitgebreide annexen straks in alle kleine lettertjes voorzien wordt. Veel andere regelgeving is tot stand gekomen via zelfregulering door de sector. Dit heeft bijvoorbeeld geleid tot diverse reclamecodes, die aangeven waar reclame voor gemaakt mag worden en onder welke voorwaarden. En op dat gebied is er heel wat veranderd. Vonden we het enkele jaren geleden nog heel gewoon om ‘Meneer Kaktus’, zwemmend door kleurrijke snoepbergen, “On-ge-lo-fe-lijk Haribo!’ te horen roepen, kinderidolen zijn nu in de ban. Tv-reclame voor kinderen onder de zeven jaar staat überhaupt zwaar ter discussie.

Media
Maar hoe druk zul je je nog maken over een wettekst of een reclamecode voor radio en tv, wanneer je Liesbeth Hop hebt beluisterd die namens de stichting Media Makkers een inkijk gaf in de marketingmogelijkheden die internet biedt? Wat doen een paar kleine lettertjes op een etiket ertoe als Hyves, YouTube, MSN en SMS vergeven zijn van kinderreclame en ongestoord en permanent het leven binnendringen van ieder kind en elke jongere? Mr. Jummy (de schattige Sultana-pop) heeft al meer dan duizend vrienden op Hyves! En een compleet spreekbeurtpakket haal je van de site van snoepspecialist Look-O-Look. De nieuwe leus van het lollymerk Chupa Chups laat puntjes open voor het woord ‘sucks’. School sucks? Mother sucks? Vul maar in! En laat met die tekst een t-shirtje maken: voor €18,95 ben je meteen een wandelend reclamebord op school en op straat. Talloze voorbeelden liet Hop zien. Hilarisch soms en echt niet allemaal kwaadaardig. Maar de gedachte dat je als niet-reclamemaker nog enige invloed kunt uitoefenen, begint wel te vervagen.

Het merkwaardige doet zich bovendien voor dat daar waar, zoals ook Hop in een schema liet zien, de kleinste kinderen voor bijna 100% onder invloed van de ouders staan, ze als een uiterst kwetsbare groep worden beschouwd, voor wie je geen reclame mag maken en die zelfs op hun verjaardag nog mandarijntjes moeten trakteren. Terwijl later, wanneer moeders wil allang geen wet meer is en de peers en de media volledig triomferen over ouderlijke adviezen, bijna alles lijkt te mogen en werkelijkheid en reclamewereld volledig door elkaar lopen. Juist dan lijkt een beetje sturing geen overbodige luxe.

Geen opgeheven vingertje
Toch zijn de meeste betrokkenen, inclusief Hop, huiverig voor dwingelandij. Want het kind moet zelf leren wat goed en slecht is en daaruit een bewuste keuze maken. Hoe vroeger hoe beter, trouwens. Variatie is daarbij het sleutelwoord. Hugo Weenen, senior scientist bij Danone, zette uiteen dat en waarom het aanleren van gevarieerde voeding zo belangrijk is voor een gezond eetpatroon later. En dat het succes ‘m in de herhaling zit. Vijf tot tien keer proeven is nodig om aan een smaak te wennen. Volhouden en variëren dus. En Olvarit, dat in steeds meer smaken (ook vis bijvoorbeeld) te verkrijgen is, helpt een handje mee.

Ook Hante Meester van Wageningen Universiteit en werkzaam binnen het programma Smaaklessen, gaat uit van de zelfredzaamheid van kinderen. Smaaklessen wil kinderen van de basisschool op een leuke manier bewust maken van wat ze eten. Geen zware boodschappen, geen vermanende vingertjes. Maar prikkelen, zelf laten doen, maken en ervaren. Zoals ambassadeur Pierre Wind op het promofilmpje zei: “Als ze mayonaise maken en zien hoeveel vet erin gaat, snappen ze vanzelf wel waar die puistjes vandaan komen.”

Fooddesigner Mariëlle Bordewijk is eveneens nadrukkelijk tegenstander van welke vorm van verplichting ook. Wel heeft ze talloze ideeën om (gezonde) voeding aantrekkelijker te maken. “Waarom zit er nooit eens een kinderidool of een hippe sticker op een appel of banaan?” Bordewijk wil zintuigen prikkelen, maar kinderen vooral helpen om met de jaren een gezonde en volwassen smaakvoorkeur te ontwikkelen. Bijvoorbeeld door het wennen aan minder zoete producten.
Vanaf welk moment Sisi daartoe behoort, valt af te wachten. Vooralsnog doet een Ik-Kies-Bewust logo op dit product nog wat onwennig aan.

Reageer op dit artikel