artikel

Instructie flexwerkers moet simpel en effectief zijn

Algemeen

De krapte op de arbeidsmarkt, maar ook een sterk schommelende vraag en dito omzetten, nopen veel voedingsmiddelenproducenten ertoe om buitenlandse werknemers in te huren. Hoe bevalt dat? En wat moet je doen om te zorgen dat ook zij veilig en op hoog niveau werken? Een uitzendbureau en twee bedrijven vertellen over hun ervaringen.

‘Mag er gerookt worden in de fabriek?’ en ‘Mag je een product dat je op de vloer laat vallen nog gebruiken?’ Zomaar twee vragen van het vragenformulier ‘Hygiëne en Veiligheid’ van Capac Inhouse Services, een uitzendbureau met ruime ervaring in de voedingsmiddelenindustrie.

De vragenlijst trapt misschien open deuren in, maar zaken die vanzelfsprekend lijken, zijn dat vaak niet. “Eenvoudige dingen worden vaak vergeten”, vertelt Remko Stolk, commercieel directeur van Capac. De uitzendorganisatie, die onderdeel uitmaakt van Randstad Nederland, houdt kantoor bij de bedrijven zelf. Dus dicht bij de klant en in nauw contact met de uitzendkrachten.

DVD
Als onderdeel van het introductietraject instrueert Capac zijn uitzendkrachten met behulp van een DVD in het Nederlands of Duits. Deze is samen met André Vrieswijk, kwaliteitsmanager bij Johma, bij diverse opdrachtgevers gemaakt. Het zes minuten durende instructieprogramma geeft algemene informatie die dankzij het visuele karakter eenvoudig is te begrijpen.

Wanneer een man zijn handen tussen een machine legt, verschijnt een rood kruis. Als iemand netjes zijn handen wast, dan wordt een groene krul zichtbaar. Eenvoudige zaken die ervoor zorgen dat de flexwerkers zich bewust worden van hun werkomgeving. “De oude instructievideo ging vooral over het hoe en waarom van HACCP”, aldus Stolk. “Maar dat hoeven flexwerkers niet te weten”, meent hij. “Productiekrachten behoren wel te weten hoe zij op de werkvloer moeten handelen om de veiligheid, hygiëne en kwaliteit van de producten te borgen.”

Om te controleren of de nieuwe arbeidskrachten de informatie op de DVD hebben begrepen, moeten zij een testje doen. Bij twaalf van de vijftien goede antwoorden mogen ze aan het werk. Ieder ontvangt dan ook nog een boekje met alle huisregels van het bedrijf waar zij werken.

Johma
Ook bij Johma Sandwiches staat alles wat (flex)medewerkers wel en niet mogen netjes genoteerd in het document dat Capac zijn medewerkers meegeeft. Het bedrijf in Losser is te spreken over de heldere instructies op de Capac-DVD; beelden zeggen nu eenmaal meer dan duizend woorden, meent kwaliteitsmanager André Vrieswijk. “We hebben met Capac afgesproken dat er geen overkill moet zijn aan informatie. Alleen instructies over elementaire zaken zoals persoonlijke hygiëne, (voedsel)veiligheid, bedrijfsregels, enzovoort.”

Capac begeleidt vervolgens de flexwerkers naar de werkvloer en draagt hen over aan de afdelingsleiding. Deze brengt hen naar de specifieke productielijn. Een lijnoperator geeft verdere instructies, zet de uitzendkracht tussen het vaste personeel en houdt een extra oogje in het zeil.
Gedurende hun eerste week dragen alle nieuwe medewerkers een schort met een afwijkende kleur.

Daardoor zijn zij goed herkenbaar en worden zij niet onbewust ingezet op kritische plaatsen of op plaatsen die specifieke handelingen of snelheid vereisen. Ook vinden tijdens de eerste werkweek beoordelingsgesprekken plaats, waarvan de resultaten worden teruggekoppeld naar Capac.

Hygiëne
Dagelijks krijgt de flexwerker schone bedrijfskleding en een haarnetje. Zonodig ook een baardnetje. Dan daalt hij een trap af naar de productiehal en leidt een metalen hekwerk hem naar een grote hygiënesluis. Voor een grote zogenoemde metalen ‘self-check’ spiegel kan de werknemer zien of het netje al het haar afdekt. Daarna worden de handen gewassen, het schoeisel en de handen gedesinfecteerd. Pas dan geeft het tourniquet van de hygiënesluis de medewerker toegang tot de afdeling.

“Vier jaar geleden lag de nadruk op de reiniging van het gehele lichaam en was de dagelijkse douche voorafgaand aan de productiedag een plicht. Dit inzicht is aangepast met de nadruk op handhygiëne, want dat is toch waar onze producten mee in contact komen”, geeft de kwaliteitsmanager aan.

Tevreden
“We zijn tevreden over de prestaties van Capac”, zegt Vrieswijk over de samenwerking met de uitzendorganisatie. “Wij ondervinden weinig problemen met de flexwerkers. Ze worden snel opgenomen in de groep en ze houden zich aan de regels.”

Desgevraagd erkent Vrieswijk dat Oost-Europeanen soms met een taalprobleem kampen, maar dat deze de Duitse taal vaak redelijk machtig zijn. “En hier in de grensstreek is Duits voor de meeste van onze eigen medewerkers geen enkel probleem. Dat neemt niet weg dat we zoveel mogelijk beeldend uitleg geven, want dat spreekt direct aan.” In de gangen van het bedrijf, in de kleedkamer en in de fabriek: overal hangen dan ook duidelijke hygiëne- en veiligheidsinstructies.

Duyvis
Op een tafel in één van de Duyvis-kantoren in Zaandam ligt een geniet printje van een PowerPoint-presentatie met instructies hoe de verpakkingsmachines schoon te maken. Nieuwe flexwerkers worden een uur eerder uit productie gehaald en krijgen in een ‘klaslokaal’ uitleg over hoe zij op vrijdag, reinigingsdag, onder begeleiding van een trainer de machines schoon moeten maken.

Sinds oktober 2007 zijn de hygiëne- en (voedsel)veiligheid bij Duyvis aangescherpt. Een reden hiervan is de overname van Duyvis ruim anderhalf jaar geleden door de Amerikaanse multinational Pepsico. Duyvis is druk doende bedrijfsonderdelen aan te passen aan de concernstandaarden; 90% daarvan is inmiddels afgerond. Ook de kwaliteitssystemen moesten in elkaar worden geschoven. Zo wordt het Nederlandse HACCP vervangen door het Consumer Risk Programme (CRP).

De voedselveiligheidseisen van het American Institute of Bakery (AIB) zijn tot nieuwe standaard verheven. Begin dit jaar kwam een inspecteur van het AIB ‘neuzen’ of het CRP-systeem goed werkte. Zijn de regels effectief, en belangrijker: snapt iedereen ze? Zo niet, dan wordt alles nog een keer uitgelegd, stelt Homminga.

Gedragsverandering
Per 1 oktober vorig jaar is het dragen van een rode stootpet (een helm in petvorm) in de fabriek verplicht. Magazijnmedewerkers dragen een fluorescerend hesje om de zichtbaarheid te vergroten. Bovendien heeft de nootjesfabrikant een bijna-ongeluksysteem. “Als werknemers denken dat een bepaalde plek ongelukgevoelig is, dan moeten ze dit melden. We gaan dus van reactief naar proactief”, aldus kwaliteitsmanager Sjors Homminga.

Accountspecialisten van Capac begeleiden de honderd flexwerkers bij Duyvis. De tijdelijke werknemers krijgen een boekje, een mondelinge instructie en een rondleiding. Belangrijk is dat de boodschap van hygiënisch en veilig werken overkomt bij de flexwerkers. “Je vraagt verandering in gedrag van de flexwerkers”, zegt commercieel directeur Stolk van Capac.

Veel uitzendkrachten zullen gerust wel weten dat er niet gerookt mag worden op de werkvloer of dat je een product dat je op de grond laat vallen niet meer mag gebruiken. Maar tussen weten en doen is een verschil. Werkgevers, flexwerkers en uitzendbureaus zullen dus samen moeten blijven werken aan (voedsel) veiligheid, hygiëne en kwaliteit.

Reageer op dit artikel