artikel

Een rem op eetlust

Algemeen

Obesitas is hot en daarmee ook het onderzoek naar verzadiging. Volgens onderzoeker Astrid Smeets kunnen kauwen en proeven en sommige energieneutrale ingrediënten een stimulerende werking hebben op de verzadiging en het metabolisme. Kansen voor een onderbouwd afvaldieet?

Een afvaldieet maakt niet alleen hongerig; het lichaam gaat ook energetisch op de spaarstand staan. Lijnen lijkt daarom op een eeuwig gevecht tegen jezelf. De grote vraag is of het mogelijk is een dieet samen te stellen met te weinig calorieën dat desondanks verzadigend werkt én de verbranding op peil houdt.

Dat lijkt op vragen om het onmogelijke en het juiste dieet is ook nog steeds het exclusieve terrein van goeroe’s. Maar onderzoekers hebben wel een aantal ingrediënten in de peiling die mogelijk, zonder calorieën te leveren, invloed hebben op de verzadiging en/of de verbranding.

Lege maag
Astrid Smeets kreeg via het Topinstituut Food & Nutrition (TIFN) een aanstelling als promovendus bij de Universiteit Maastricht. Haar onderzoek viel onder de paraplu van het Europese programma DiOGenes (Diet, Obesity and Genes). Dit programma kijkt vanuit verschillende disciplines naar de relatie tussen voeding en overgewicht. De aanleg voor obesitas is voor een groot deel erfelijk bepaald maar de epidemische vorm die het tegenwoordig onder kinderen aanneemt maakt duidelijk dat de moderne levensstijl ook een rol speelt.

In de huidige leefomgeving blijkt het voor velen niet mogelijk om hun eetgedrag te beheersen. Er wordt daarom veel onderzoek gedaan naar erfelijke factoren en naar wat er gebeurt met voedselcomponenten in de maag en de darmen. Smeets volgde een andere benadering. Ze keek allereerst naar wat er gebeurt als het voedsel in de mond zit. Haar proefpersonen slikten het eten niet door maar spuwden het weer uit (Modified Sham Feeding, MSF). Ze wilde weten hoe sensorische prikkels de eetlust kunnen beïnvloeden. En terwijl haar proefpersonen een lege maag hielden, keek zij naar de waarden in het bloed van bijvoorbeeld verzadigingshormonen, glucose en insuline.

Sensoriek
Dat smaak en sensoriek van invloed zijn op honger en verzadiging was al langer bekend. Smeets: “Patiënten met bijvoorbeeld keelkanker die sondevoeding krijgen, hebben honger en raken gefrustreerd ondanks dat ze voedingstechnisch niets te kort komen. Ergens op zuigen of voedsel in de mond nemen en weer uitspugen, biedt uitkomst.” Dat maakt duidelijk dat de voldoening die we uit smaak halen meer is dan hedonisme. Het heeft een functie. ‘Het water loopt me in de mond’, luidt het spreekwoordelijk.

Net als bij de hondjes van Pavlov reageert het lichaam nog voor er een hap door de keel is. Al hebben mensen wel orale stimulatie nodig. De reactie gaat veel verder dan wat extra speeksel: al voor de maaltijd stijgt de hoeveelheid glucose en insuline in het bloed evenals het gehalte vrije vetzuren en triglyceriden. Het lichaam bereidt zich voor op het eten dat komen gaat want de vertering kost ook energie.

Vetrijke lunch
Smeets: “We gaven mensen eerst een vetrijk ontbijt en bij de lunch begon de eigenlijke proef. De proefpersonen kregen een salade met een dressing waarvan we de vetzuursamenstelling konden variëren. Op het moment dat ze het zouden willen doorslikken, moesten ze het uitspuwen. (Het resultaat werd vergeleken met een dag waarop ze water kregen en een dag dat ze het ècht opaten) Om de aanblik appetijtelijk te houden werden de bakjes steeds snel ververst. Voor en tot drie uur na deze ‘maaltijd’ werd bloed afgenomen en de proefpersonen hielden hun gevoel van honger en verzadiging bij op een visuele schaal.

“Opvallend is dat alleen al door het proeven van vet de concentratie vetzuren en triglyceriden in het bloed omhoog gaat”, aldus Smeets. “Dat effect houdt één tot twee uur aan en lijkt op het patroon dat je ziet als iemand echt eet. Tot één uur na de orale stimulatie is ook het energieverbruik verhoogd en ligt op hetzelfde niveau als na een echte maaltijd. In vergelijking met oliezuur en olijfolie bleek linolzuur het sterkste effect te hebben. Verder gaven mensen al na 15 minuten aan zich enigszins verzadigd te voelen.

Dat is belangrijk, want de korte termijn waarop verzadiging optreedt, betekent dat vetzuren tijdens de maaltijd een rem kunnen zetten op de inname. En al was dat verzadigingseffect van korte duur, toch gaven de proefpersonen aan ook daarna minder trek te hebben in eten. Er was iets veranderd door het proeven van vet.

Dat is mogelijk omdat trek iets anders is dan honger hebben. Trek heeft meer te maken met de psychologie dan met de fysiologie achter eetgedrag. Smeets: “Je kunt gewend zijn om op vaste tijdstippen te eten ook al heb je geen honger. Of je hebt zin in een opkikker halverwege de middag of je wilt een ijsje. En dan is er ook nog de lekkere trek. Dus als proefpersonen aangeven minder trek te hebben dan kan dat mogelijk hun voedselinname remmen ook al zijn ze niet verzadigd.”

Energieneutraal
In de vervolgexperimenten werden de maaltijden wel echt genuttigd. Smeets wilde van enkele energieneutrale ingrediënten weten of ze effect hadden op het gevoel van verzadiging en de verbranding. Ze bekeek daarvoor eerst de toevoeging van smaakversterkers (monosodiumglutamaat en inosine 5′-monofosfaat) aan een eiwitrijk dieet. Smeets: “Smaakversterkers verlaagden de wens om te eten zonder het gevoel van verzadiging te beïnvloeden. Ook van sommige kruiden is bekend dat ze effecten hebben op het maag-darmstelsel.”

Onverteerbare koolhydraten (voedingsvezels) kunnen een deel van de calorische waarde in voedingsmiddelen vervangen. Gemiddeld eten we 4 gram van deze voedingsvezels per dag. Zelfs als de hoeveelheid vezels in het dieet wordt verdubbeld ten koste van verteerbare koolhydraten, maakt dat calorisch gezien weinig verschil. De onderzoeksvraag was dus of vezels los van hun calorische waarde een effect hebben.

De promovenda vond in een kortstondig experiment geen effect van voedingsvezels op het energieverbruik en de verzadiging. Smeets: “Voedingsvezels geven wel een vol gevoel in de maag omdat ze niet verteren, maar de proefpersonen hadden desondanks nog steeds honger. Toch hebben anderen in dierstudies laten zien dat de darmen zich na enige tijd aanpassen aan vezels waardoor er na de maaltijd wel meer verzadigingshormonen in het bloed vrijkomen. Het lijkt alsof vezels de darm gevoeliger maken voor nutriënten. De dieren aten minder en werden minder dik. Dus bij langdurig gebruik zou er wel een effect kunnen zijn.”

Eiwitrijk
Ten slotte vond ze bij een eiwitrijke lunch wel een directe invloed op de verzadiging. Smeets: “Dat effect is waarschijnlijk een gevolg van de stijging van het energieverbruik. Eiwit kan niet worden opgeslagen, in tegenstelling tot vetten en koolhydraten, en het moet dus worden omgezet in bijvoorbeeld glucose en dat kost energie. Daarnaast vertaalt waarschijnlijk ook de hoge concentratie aminozuren in het bloed zich in een verzadigd gevoel.

Interessant is dat in ons onderzoek verzadiging niet gepaard ging met een stijging van de concentraties verzadigingshormonen. Er zijn wel meer studies die erop wijzen dat verhoogde concentraties van deze hormonen niet altijd verzadiging stimuleren, maar dat het signaalstoffen zijn. Ze vertellen het lichaam dat er nutriënten in de darm zitten en dat het zich klaar moet maken voor wat eraan komt. Maar je ziet dus dat ook andere mechanismen naast de verzadigingshormonen bij kunnen dragen aan het gevoel van verzadiging.”

“Samenvattend hebben het proeven van vetten en alle ingrediënten die we hebben getest behalve vezels, een klein acuut effect. Als je honger wilt onderdrukken en het metabolisme op peil wilt houden zul je ze moeten combineren. Als ik iets moet aanraden dan zou ik zeggen: neem heet gekruid eten met een hoog eiwitgehalte. En voor wat betreft de sensorische ervaring moet je je aandacht bij het eten houden en langzaam kauwen.”

Reageer op dit artikel