artikel

Klink: ‘Industrie moet eigen belang inzien’

Algemeen

Van een overheid die gezonde voeding oplegt gruwt VWS-minister Klink. Consumenten en industrie moeten zelf het (eigen)belang hiervan inzien. Voor consumenten is duidelijke voorlichting een must, voor de industrie stimulansen voor onderzoek en productontwikkeling.

Wetgeving

Omslagartikel

Hans Damman en Hans Kraak
Hans Kraak is hoofdredacteur van VoedingNu. In editie 7/8 daarvan (25 juli) verschijnt ook een interview met minister Klink waarbij de nadruk meer ligt op de voeding zelf.

Minister Ab Klink licht nota ‘Gezonde Voeding, van begin tot eind’ toe
‘Industrie moet eigen belang inzien’

Van een overheid die gezonde voeding oplegt gruwt VWS-minister Klink. Consumenten en industrie moeten zelf het (eigen)belang hiervan inzien. Voor consumenten is duidelijke voorlichting een must, voor de industrie stimulansen voor onderzoek en productontwikkeling.

Vrijdag 4 juli stuurde het kabinet, na bijna een jaar vertraging, de voedingsnota naar de Tweede Kamer. In deze nota maakt minister Ab Klink van Volksgezondheid zijn visie voor de komende zes jaar bekend (zie ook het kader Voedingsnota). Minister Gerda Verburg van LNV heeft de nota medeondertekend.
Vrijheid, blijheid. Dat gevoel bekruipt je al gauw bij het doorlezen van de voedingsnota. Dat geluid klinkt ook door in reactie van consumentenorganisaties. Als we namens de vakbladen VMT en VoedingNu aan tafel bij de minister zitten, blijkt dat gevoel aan te sluiten bij zijn opvattingen. “In tegenstelling tot roken, berokkent je voedingspatroon anderen geen schade en dus moet je als overheid veel terughoudender met wetgeving zijn. Wanneer je als overheid leefstijlen zou proberen af te dwingen, kun je een enorme tegenreactie krijgen. Vandaar onze keuze om via informatie mensen, maar ook scholen en bedrijfsleven, tot acties aan te zetten.”

Voorlichting
De consument moet vaker gezonde producten eten. Om dat te bereiken zal VWS bij de publieksvoorlichting meer nadruk leggen op het totale voedingspatroon. Naar aanleiding van de geringe successen van de grootschalige voorlichtingscampagnes om meer groente en fruit, meer vis en vezels te eten, wordt daarbij voor een andere invalshoek gekozen. “Het Sociaal en Cultureel Planbureau richt zich bij zijn campagne meer op de gevolgen van gezonde voeding; dat mensen zich energieker, fitter voelen, minder snel verouderen. Men kiest dus meer voor de esthetische effecten, zaken die de directe leefwereld raken.”
Over de jeugd, die op steeds jongere leeftijd gezondheidsproblemen krijgt, maakt zijn departement zich zorgen. “Voor reclame heeft de industrie een reclamecode. Ik zou graag willen dat de industrie terughoudend was met reclame voor kinderen tot twaalf jaar. Voor volwassenen hoop ik dat de industrie haar reclamebudgetten meer zal richten op het gezondere aanbod.”

‘Eten is ook genieten’
De vraag is natuurlijk wat de minister onder een gezond aanbod verstaat. De nota rept alleen van productgroepen zoals agf, vis, maar hoe ziet hij dit op productniveau? Past bijvoorbeeld een Magnum in een verantwoord voedingspatroon? Klink laat zich niet verleiden tot een uitspraak. “De politiek gaat daar niet over. Wij mogen wel aangeven wat gezonde voeding is, maar moeten natuurlijk niet voor mensen gaan beslissen. Eten is ook genieten. Als een overheid zich daarin gaat mengen, gaat ze a te ver, en b werkt het contraproductief.”
Voor hij minister van VWS werd, was Klink zelf ook niet zo bezig met gezonde voeding. “De schijf van vijf kende ik niet echt uit mijn hoofd.” De mare dat voeding niet echt zijn ‘ding’ is, komt dan ook niet geheel vreemd over. Geconfronteerd daarmee geeft hij dat ook toe, al is hij er zich het afgelopen jaar wel meer en meer voor gaan interesseren. En ontdekte hij hoeveel voorlichtingswerk er nog te doen valt, bij de consument in het algemeen, maar helemaal bij de jongeren, ouderen en personen met een lage sociaal-economische status, de drie groepen die tot speerpunt zijn bestempeld in de voorlichting over gezonde voeding. “Net als de meeste mensen realiseerde ik mij niet dat voeding zo’n impact op je gezondheid heeft. Daarom is het benadrukken van de bewuste keuze ook zo belangrijk.”

Buitenhuismarkt
Een omissie in de voedingsnota is dat de buitenhuismarkt vrijwel buiten beeld blijft. Toch is deze goed voor circa 30% van de totale omzet aan voedings- en genotmiddelen. Als het nu ergens schort aan informatie, is het wel daar en ook ten aanzien van het gebruik van gezondere ingrediënten, inclusief bak- en frituurvetten, valt nog wel een en ander te verbeteren. Klink reageert laconiek: “Eerlijk gezegd denk ik dat zij in de vaart der volkeren wel meegaan. Ik heb weinig behoefte om daar nu ook weer te gaan voorschrijven.”
Toch blijft het vreemd, ook al omdat de cateraars en horeca via hun brancheorganisaties wel betrokken zijn bij het Convenant Overgewicht. Klink: “In het kader van de nota Overgewicht zullen we dat aspect meenemen en nagaan of dat extra aandacht verdient. Daar kan ik op dit moment weinig over zeggen.”

Zout
VWS heeft de door de FNLI opgegeven haalbare zoutreductie van 20 tot 30% overgenomen in de voedingsnota. Een jaartal wanneer dit moet zijn bereikt, ontbreekt. De Consumentenbond zette april vorig jaar op haar congres ‘Opzouten’ in op een reductie van 40 tot 50%. Klink maakt daar niet zo’n punt van. “Bij zoutreductie geldt dat je niet te snel moet gaan; mensen moeten wennen aan minder zout. Daarnaast heeft de industrie tijd nodig om technologische oplossingen te ontwikkelen. Maar ik verwacht veel van de taskforce Zout en samenwerking daarvan met retail, horeca en catering.”
Bijkomend probleem van de geleidelijke daling van het zoutgehalte in voedingsmiddelen is wel dat de industrie haar inspanningen op dit gebied moeilijk kan verwaarden. De claimverordening schrijft immers voor dat om een algemene claim te mogen voeren het zoutgehalte met minimaal 25% moet zijn verlaagd, bij vetzuren is dat zelfs 30%. Dergelijke regelgeving bevordert nu niet bepaald de door Klink zo gewenste productinnovaties. “Ik geloof niet dat innovatie door deze verordening zwaar wordt gehinderd. Voor het eerste deel van zoutreductie is geen echte innovatie nodig; het is vooral een kwestie van wennen. Binnen wettelijke kaders wil ik echter wel kijken of bedrijven die deelnemen aan bijvoorbeeld een zoutreductieprogramma op een of andere manier dat kenbaar kunnen maken.”

May contain
Op het VMT-congres ‘Kruisbesmetting allergenen; hoe om te gaan met risico’s’ van oktober vorig jaar riepen wetenschappers, patiëntenorganisaties en bedrijfsleven de overheid op om in Nederland drempelwaarden in te stellen, om zo een einde te maken aan het op grote schaal vermelden van may-contain-disclaimers. In de voedingsnota wordt daaraan gehoor gegeven. Klink: “Mijn ministerie heeft recent met het bedrijfsleven, de VWA en de patiëntenverenigingen daarvoor een werkgroep gevormd. Begin 2009 moeten we een oplossing hebben.”
Voor een grote groep allergische mensen zijn de drempelwaarden een sterke verbetering van de huidige chaotische situatie, al hadden zij liever gehad dat fabrikanten inzage geven in het allergenengehalte. Niet iedereen is even gevoelig. Maar zover wil de minister niet gaan. “Een drempelwaarde moet zodanig worden vastgesteld dat producten die daaronder blijven nagenoeg als veilig kunnen worden bestempeld. Je moet de lat dus niet te hoog leggen. Het individueel bepalen van een drempelwaarde is een ideale situatie. Voorlopig zie ik dit niet als een eenvoudig, praktisch inzetbaar instrument. Wel krijgen consumenten meer allergeneninformatie aangeboden via de allergenendatabank ALBA, die nu wordt omgezet tot een databank bij het Voedingscentrum.”

Te duur
Behalve een tekort aan kennis van en informatie over voedingsmiddelen hebben veel mensen eenvoudig niet het geld om gezond te eten. Retailers hanteren (zeer) hoge marges op agf-producten; fabrikanten doen hetzelfde bij nieuwe, aan de gezondheid appellerende producten. Volgens Klink is de situatie niet zo zwart-wit. “Gezonde voeding heeft het imago duur te zijn, maar dat hoeft niet. Verse producten zijn weliswaar niet altijd goedkoop, maar hierbinnen zijn wel goedkopere keuzes te maken. In de voorlichting wordt hier ook rekening mee gehouden, onder andere door te benadrukken dat ook diepvries, pot- of blikgroente prima alternatieven kunnen zijn. Ook kan de consument kiezen voor seizoensproducten.
Aan gezondheid appellerende producten zoals allerlei fruitdranken, zijn inderdaad vaak duurder, maar niet noodzakelijk voor een gezond voedingspatroon. Gezond eten kan heel goed door te variëren met en bewust te kiezen uit normale levensmiddelen.”

Prijsbeleid
De gedachte om de keuze voor gezonde producten gemakkelijker te maken via lagere prijzen of juist ongezondere producten extra te belasten, spreekt de minister niet erg aan. “Het is de vraag of dat wel effectief is. Persoonlijk vind ik dat nogal ver gaan; dat je als overheid zo diep ingrijpt in de persoonlijke levenswereld.”
Toch laat VWS de effecten van het prijsbeleid momenteel door de Vrije Universiteit in Amsterdam onderzoeken; dit onderzoek is al tijdens het vorige kabinet in gang gezet. “In de loop van dit jaar worden de resultaten bekend. Gekeken wordt naar het effect van mogelijke interventies, zoals prijsverhogingen en -verlagingen, al dan niet wettelijk gereguleerd, maar ook bijvoorbeeld spaaracties of andere prijsbepalende maatregelen op het aankoopgedrag van consumenten.”

Middelen
Om hun beleid vorm te geven en te realiseren hebben Klink en Verburg €7 miljoen op hun krapper geworden begroting gereserveerd. Een deel daarvan is bestemd voor onderzoek (bijvoorbeeld de voedselconsumptiepeiling en diverse monitoringsprogramma’s), maar veel middelen worden ook aangewend om de consumptie van agf te verhogen (zoals het VWS-project Schoolgruiten op scholen: €360.000), gezonde voeding te promoten (VWS-project Goede Voeding uitgevoerd door het Voedingscentrum: €650.000) of kinderen in aanraking te brengen met (de smaak van) diverse levensmiddelen (LNV-project Smaaklessen op (basis)scholen: €1 miljoen).
“Het bedrag van zeven miljoen is een indicatie en is niet extra”, aldus de minister. “De gelden bestaan vaak uit een mix van publieke, maar ook private gelden.” Een voorbeeld daarvan is het hiervoor genoemde project Schoolgruiten, waarvoor behalve VWS ook het Productschap Tuinbouw dit jaar €360.000 uittrekt. En uiteraard zijn er door de diverse sectoren opgezette (geheel private) projecten als het Nationaal Schoolontbijt, promotiecampagnes om visconsumptie te verhogen en niet te vergeten de inspanningen die de sector verricht in het kader van de Taskforce Verantwoorde vetzuursamenstelling en de Taskforce Zout.

Eigenbelang bedrijven
Aan de inbreng van het bedrijfsleven, je zou ook kunnen zeggen: het nemen van de eigen verantwoordelijkheid, hecht Klink erg. Uiteraard om zo zijn beleid te concretiseren, maar ook omdat de sector, maar nog meer de individuele bedrijven, daar volgens hem zeer bij zijn gebaat. “Wat ik echt ontzettend belangrijk vind is dat bedrijven, instellingen, scholen, hun eigen belangen zien. Daar valt de grootste vooruitgang te boeken. Met louter het informeren van de consument en het appelleren aan zijn gezondheid, maak je niet de grootste klappen. Tachtig procent van onze ziekten is chronisch van aard en heeft economische uitval tot gevolg. Voeg daarbij de impact van het toenemende overgewicht op de werkgelegenheid en arbeidsproductiviteit en vertaal dat nu eens als bedrijf naar je eigen personeel. Realiseer je wel dat consumenten ook je eigen werknemers zijn. Ik las vorige week een stukje in de New York Times dat ging over de maatschappelijke gevolgen van obesitas. De schade daarvan door gederfde arbeidsproductiviteit loopt in Amerika in de tientallen miljarden dollars. Ook hier wordt dit echt een thema! Daarom liggen er ook zoveel kansen voor de industrie en zet een retailer als Albert Heijn daar ook zo zwaar op in. Daarnaast staat Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen hoog op de agenda; verantwoorde voedingsmiddelen produceren past daar goed in. Als je als bedrijf gezond bezig bent, kun je je daar zowel richting de maatschappij als naar je bestaande en toekomstige personeel prachtig mee profileren!”

Reageer op dit artikel