artikel

HET: verrassend veel nieuws

Algemeen

De beursvloer van HET Instrument lag er prachtig, maar te verlaten bij. ‘Slechts’ 18.000 specialisten uit de voedingsmiddelensector, gezondheidszorg en farmacie namen de moeite om eind mei naar de Jaarbeurs in Utrecht af te reizen. De daar tentoongestelde noviteiten waren wederom sneller, accurater en efficiënter, terwijl de afmetingen krompen en het meetbereik uitdijde.

Van 26.000 bezoekers in 2004, via 23.000 in 2006 naar 18.000 bezoekers in 2008. Gelukkig voor organisator en beurseigenaar FHI, federatie van technologiebranches, zeggen aantallen niet alles. “We horen toch de nodige positieve berichten onder standhouders”, aldus FHI-manager Cees Groeneveld begin juni.

In een persbericht gaf de FHI twee oorzaken voor de tegenvallende belangstelling: vervoersproblemen op de weg en het spoor en de toenemende werkdruk op het kleiner wordende leger specialisten dat in de diverse branches werkt. “Maar we zullen met de Jaarbeurs ook nagaan of we de beurs niet eerder in het jaar kunnen houden, mei is een erg drukke maand. Ook het uitbreiden naar vijf dagen zal worden onderzocht”, aldus Groenveld. “Nog voor de zomer bespreken we uitkomsten van de evaluaties in de besturen, daarna met de exposanten. In september moeten we beslissen over de opzet van de volgende editie.”

Awards
De ‘Novelties in Technology’ Award 2008 werd door de bezoekers toegekend aan een micro veldsterkte sensor van D.A.R.E (Industriële Automatisering), de Phenom elektronenmicroscoop in tafelmodel van FEI Company (Laboratorium Technologie) en de mini Coriolis flowtransmitter van Bronkhorst Cori-Tech. Dit laatste instrument laat flows toe tot minimaal 100 mg/h. Dergelijk lage waarden maken het mogelijk om onbekende vloeistoffen en superkritische media zoals kooldioxide, ethyleen en propyleen nauwkeurig te meten en te regelen.

De Amerikaanse eiwitanalyser Sprint van CEM, in de Benelux vertegenwoordigd door Beun De Ronde in Abcoude, viel net buiten de prijzen. Hiermee kan binnen twee minuten het percentage eiwit worden bepaald en kunnen aan de hand van de uitkomsten processen sneller en beter worden bijgestuurd. In feite meet de Sprint drie aminozuren (histidine, lysine en arginine) die vervolgens worden opgerekend in het werkelijke eiwitgehalte, en niet – zoals de Kjeldahl- en Dumasmethode doen – het totaal stikstofgetal.

De methode is erg gebruikersvriendelijk. Het enige wat de analist hoeft te doen, is een cupje met monster in het apparaat te plaatsen. Sprint doet de rest. Doordat voor de bediening gebruik is gemaakt van iPhone-technologie, zijn data eenvoudig verwerken. Ook aan het milieu is gedacht; door met uitsluitend op water gebaseerde chemicaliën te werken, kan het monstercupje na de meting bij het gewone afval.

Testkit
BioMérieux, leverancier van diagnostische apparatuur, kondigde aan in juni te komen met een testkit voor E. coli 157 op basis van bacteriofagen. Deze laatste is zo aangepast dat hij zich letterlijk bindt aan zeer specifieke delen van de E. coli en daarbij oplicht. Voor de eigenlijke detectie wordt gebruik gemaakt van de Vidas. “Door die specificiteit kun je bacteriofagen eventueel ook voor het bepalen van het serotype gebruiken.

Bovendien worden dode bacteriën niet in de bepaling meegenomen en is deze methode relatief ongevoelig voor effecten uit de omringende voedingsmiddelenmatrix. In principe krijg je geen vals positieve uitslagen meer, zodat in de praktijk partijen niet langer onnodig worden vastgehouden”, somt accountmanager industrie Niek van Waarde de voordelen op. De test vergt acht tot tien uur. “In het algemeen streven we ernaar om bepalingen in één werkshift uit te voeren”, aldus Van Waarde. “Komende jaren hopen we ook met dergelijke tests voor Salmonella en Listeria op de markt te komen.”

NIR
Het grote aanbod aan NIR-apparaten was tekenend voor de grote behoefte bij researchlabs, maar ook steeds vaker op productielocaties, aan het snel beschikbaar hebben van productsamenstelling bij ingangcontroles, maar bijvoorbeeld ook om processen bij te kunnen sturen. Leveranciers als Foss, Bruker, PerkinElmer, Shimadzu en vele andere besteden relatief steeds meer geld aan de software (onder andere kalibratie en dataverwerking) in plaats van de hardware, waardoor meetbereik, nauwkeurigheid en toepassingsgebied beter en breder worden.

Apparaten worden niet alleen kleiner, maar ook steeds meer modulair opgebouwd en zelfs gecombineerd met andere IR-toepassingen. Zo integreerde PerkinElmer in de Spectrum 400 MIR en NIR (twee aparte bronnen en twee detectoren) waardoor de analist snel en eenvoudig van meetmethode kan veranderen.

Indien er geen meting wordt gedaan, schakelt het apparaat automatisch de laser en warmtebron uit, wat de levensduur ten goede komt. Data kunnen via een usb-poort naar externe apparatuur worden gecommuniceerd. Inventech introduceerde de NIR Quality spec, een inline-opstelling van ASD met een groot meetbereik van 350 – 3500 nm.

Korrelkwaliteit
Foss toonde de Cervitec 1625, die recent in Japan op de markt is gebracht voor kwaliteitscontrole van rijstkorrels. De laborant giet het monster in het apparaat waarna het apparaat de bepaling geheel automatisch uitvoert. Het analyseren van 1000 korrels vergt ongeveer een minuut. Twee camera’s scannen de individuele korrels en vergelijken deze met de ingegeven specificatie. Hiervoor worden momenteel wereldwijd referentiematerialen verzameld.

Het deel van de korrels dat voldoet aan de specificaties kan worden aangegeven in aantal en percentage korrels en gewichtsprocenten. Foss gebruikte de beurs om in de Benelux de belangstelling voor dit instrument te peilen. Voor graankorrels is inmiddels de Cervitec 1642 ontwikkeld.

Deeltjesgrootte.
Beckman Coulter toonde met de DelsaNano serie een nieuwe generatie analysers op basis van dynamische lichtverstrooiing (DLS) waarmee productontwikkelaars de deeltjesgrootte (van 0,6 nanometer tot 7 micrometer) kunnen bepalen. Deze kan eventueel worden gecombineerd met elektroforetische lichtverstrooiing voor het bepalen van de zètapotentiaal (lading van deeltjes).

Naast statische metingen zijn automatische titratiemetingen voor zowel deeltjesgrootte als zètapotentiaal over een groot concentratiebereik mogelijk. Het apparaat kent een breed scala aan toepassingsmogelijkheden voor het meten van deeltjesgrootte en stabiliteit van colloïdale emulsies en dispersies (denk aan proteïnes, pigmenten en emulsies). Zelfs zetapotentialen van gladde oppervlakken zoals films, folies en membranen kunnen met behulp van een speciale meetcel worden bepaald.

Antioxidatief vermogen
Beun – de Ronde vroeg op zijn stand opnieuw aandacht voor de Photochem van Analytik Jena die de oxidatieve werking van in water en vet oplosbare stoffen kan bepalen. Nu fabrikanten vaker producten aanprijzen met hun antioxidatieve werking, verwacht het handelshuis alsnog belangstelling voor dit apparaat.

“Vaak wordt de antioxidatieve werking indirect gemeten”, zegt Marco Kuipers. “In de Photochem wordt een gedefinieerde hoeveelheid vrije radicalen op de te onderzoeken stof losgelaten waarna in tijd gemeten wordt hoeveel ervan door de stof worden gebonden. Daardoor krijg je onder andere met behulp van chemiluminiscentie een zeer nauwkeurig meetresultaat.

Voor de meting is overigens een zeer kleine hoeveelheid monster (1 – 10 µl) nodig. Zelfs bij sterk geconcentreerde monsters duurt de meting enkele minuten. De pH en temperatuur hebben geen invloed op het meetresultaat.

Reageer op dit artikel