artikel

Duurzaam geld verdienen

Algemeen

Bij sommige bedrijven zit het maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) echt in het hart. Andere zien het eenvoudigweg als een manier om geld te verdienen. Iets ertussenin kan ook. Duidelijk is in elk geval dat winst maken en duurzaam ondernemen geen tegenstellingen meer (hoeven te) zijn.

Toos Hofstedes gezicht straalt wanneer ze over haar werkgever praat. Ze is 300 kilometer naar het zuiden verhuisd om bij de Limburgse bierbrouwer Gulpener te komen werken als manager communicatie en strategie. Ze kondigt met een glimlach aan dat Gulpener het afgelopen jaar een positief resultaat heeft geboekt. “En dat in een dalende biermarkt”, klinkt het trots. De winst is tot stand gekomen na jarenlang zwoegen, want zeker de eerste jaren levert MVO niets op.

Gulpener gebruikt natuurlijke en lokale grondstoffen en werkt samen met boeren en Stichting Natuur en Milieu. De agrariërs telen bijvoorbeeld alle gerst en hop milieuvriendelijk (Milieu&EKO-keurmerk). Ook gebruikt het Limburgse bedrijf sinds 2002 alleen maar groene stroom en plant het bos aan ter compensatie van de CO2-uitstoot. “We waren al maatschappelijk verantwoord voor de term MVO bestond”, aldus de blonde Hofstede tijdens het VMT-congres Duurzaam ondernemen: Gewoon doen! in Ede.

Geld verdienen met MVO
Voor Gilbert Curtessi opende MVO deuren om geld te verdienen. “Ik heb geen idealen en wil gewoon rijk worden”, zegt de zakenman zonder enig spoortje ironie. Het olijke gezicht van Hofstede achter in de zaal betrekt. Curtessi vervolgt: “Ik geloof niet in MVO. Als iets verantwoord is dan hangt daar gelijk een sociale component aan. Dit gaat niet werken.” Dat wil niet zeggen dat hij niet naar duurzaamheid kijkt. Integendeel, maar het moet ook wat opleveren.

Zo richtte hij samen met een zakenpartner het bedrijf Happy Shrimp Farm op waar tropische garnalen worden gekweekt in hun natuurlijke habitat. De gamba’s gedijen het beste in water van 30ºC, dus worden de zoutwaterbassins verwarmd met restwarmte van het energiebedrijf E.ON, op de naastgelegen Maasvlakte. Voor de kweek van de garnalen past Happy Shrimp geen antibiotica of groeihormonen toe. Volgens Curtessi voldoet zijn bedrijf aan alle hygiëne- en kwaliteitseisen. Het zoute (afval)water met garnalenuitwerpselen wordt naar boven gepompt waar een dochteronderneming van Happy Shrimp zeekraal teelt. “Elke stap die ik zet leidt tot kostenreductie. Duurzaam ondernemen en veel geld verdienen, dan ben je als bedrijf goed bezig”, zegt Curtessi.

Duurzaamheid blijvend
Voor Campina is duurzaamheid iets blijvends, en zeker geen hype, benadrukt hoofd milieu Jaap Petraeus. De aanpak van duurzaamheid is vergelijkbaar met die van voedselveiligheid tien jaar geleden, legt hij uit. De groeiende maatschappelijke aandacht voor duurzaamheid zorgt voor een opkomende invloed van belangenorganisaties en niet-gouvernementele organisaties (ngo’s). Ook het verpakkingsbeleid van de overheid en milieubelastingen leiden tot een grotere producentenverantwoordelijkheid. Maatschappelijke organisaties oefenen invloed uit op bedrijven en ook consumenten verwachten meer van grote ondernemingen op milieugebied.

Bij Campina is duurzaamheid verankerd in het bedrijfsbeleid en gebaseerd op de drie P’s: People, Planet en Profit. Op bedrijfsniveau gaat het dan bijvoorbeeld om arbozorg (People), verminderen van de milieudruk (Planet) en een goede melkprijs voor de veehouder (Profit). De melk van Campina komt van Nederlandse koeien met weidegang en die krachtvoer van duurzame soja krijgen. Het bedrijf verkoopt onder meer biologische producten via De Groene Koe en werkt samen met het Wereldnatuurfonds, Solidaridad en Stichting Natuur en Milieu. “Daar hebben we eerst echt wel aan moeten wennen”, zegt Petraeus.

“We hadden nog nooit openlijk met maatschappelijke organisaties gepraat over dilemma’s rondom duurzaamheid. Maar die dialoog heeft ons, maar ook de maatschappelijke organisaties, verder geholpen.” Campina is nu ruim tien jaar actief bezig met duurzaamheid. “Het zit echt in de haarvaten van de onderneming.” Dit geldt, volgens de Stichting Natuur en Milieu (SNM), niet voor toekomstig fusiepartner Friesland Foods die nog niet van plan is over te stappen op veevoer van duurzame soja. Het bedrijf kondigde eind april aan om samen met een aantal andere partijen een programma te starten dat garandeert dat de soja niet uit recent ontboste gebieden komt.

De eerste oogst van deze duurzame soja is echter pas in 2009. Dus Stichting Natuur en Milieu maakte onlangs nog maar eens duidelijk dat Friesland Foods nog steeds ‘foute’ soja gebruikt. Volgens Petraeus wordt Friesland Foods nu wel erg hard aangepakt. Of na afronding van de fusie tussen beide zuivelgiganten het proactieve duurzaamheidsbeleid van Campina leidend zal zijn, kan hij niet zeggen. Het staat in ieder geval vast dat MVO een plek krijgt binnen de nieuwe onderneming.

MVO: geen wettelijke verplichting
De overheid steld maatschappelijk verantwoord ondernemen niet verplicht, maar stimuleert dit wel. Ze heeft als informatiemakelaar zelfs de plicht zich te bemoeien met MVO, vindt Annemie Burger, directeur-generaal van het ministerie van LNV. De oprichting van MVO Nederland door het ministerie van Economische Zaken is daar een voorbeeld van. LNV stationeerde daar per 1 mei een medewerker die een MVO-beleid van de toekomst gaat ontwikkelen. Zelf geeft de rijksoverheid het goede voorbeeld door te streven naar 100% duurzame inkoop in 2010.

Ze prikkelt bedrijven en consumenten om duurzamer te worden door vergroening van het belastingstelsel. Tijdens handelsmissies wil de regering het belang van duurzaamheid naar voren brengen, maar ook tijdens bilaterale samenwerking door bijvoorbeeld te wijzen op mensenrechten en milieuaspecten. Maatschappelijk verantwoord ondernemen is niet alleen goed voor de biodiversiteit of de arbeidsomstandigheden, maar ook als onderscheidend instrument voor de concurrentie. “MVO is in het belang van ons allemaal”, aldus Burger.

Wat wil de consument?
Maar wat verstaat de consument nu precies onder duurzaamheid en wat verwacht zij hiervan? Om hierachter te komen begint de FNLI samen met het CBL een marktonderzoek onder consumenten. Een recent rapport van Market Response en Pure&Profit wees al uit dat ruim de helft van de Nederlanders (58%) vindt dat het bedrijfsleven nog te weinig met oplossingen inhaakt op het thema duurzaamheid. De consument wil informatie die onomstreden duidelijk maakt dat bedrijven daadwerkelijk duurzaam zijn, zo stellen de onderzoekers. Bij pionier Gulpener zal dat geen probleem zijn, want alles ademt hier duurzaamheid.

Dit levert de brouwer veel op: milieuwinst, prijzen, een stijgend marktaandeel in een krimpende biermarkt, maar vooral ook een hoge motivatie van het personeel waardoor er een laag ziekteverzuim is en weinig verloop. “Het komende jaar vieren vijftien werknemers hun veertigjarig jubileum”, aldus Hofstede. Het bedrijf zal hoe dan ook haar duurzame weg blijven vervolgen. Hier heeft Gulpener immers haar sterke identiteit aan te danken. “Zouden we niet maatschappelijk verantwoord ondernemen, dan zijn we er over twintig jaar niet meer.”

Reageer op dit artikel