artikel

Chemische contaminanten bestreden en omstreden

Algemeen

Wat hebben Filipijnse boeren, Nederlandse drukkerijen en Belgische vrije uitloopkippen gemeen? Allemaal kunnen ze verantwoordelijk zijn voor chemische besmetting van uw voedsel. De wereldwijde ketens zorgen ervoor dat lokale besmettingen overal opduiken. Incidenten liggen op de loer, niet in de laatste plaats omdat de media de feiten ruim interpreteren.

Chemische besmettingen vormen een belangrijk risico in de voedselketen. Geert Houben, manager research bij TNO in Zeist illustreerde dit treffend: “Ongeveer de helft van de 200 tot 250 meldingen die TNO jaarlijks via het Emergency Response Service krijgt, hebben een chemisch karakter, tegen 25% microbiologisch en 25% fysisch.”

Mogelijk ligt daar ook de verklaring van de grote opkomst voor het symposium ‘Chemische Contaminanten in ons voedsel’, waar Houben sprak. Ruim 125 deelnemers hadden zich voor de bijeenkomst ingeschreven die door de Nieuwsbrief VoedselVeiligheid werd georganiseerd. “Met dit onderwerp willen we niet alleen de sector bijpraten over de ontwikkelingen, maar ook benadrukken dat de nieuwsbrief zeker niet alleen microbiologische issues behandelt”, aldus hoofdredacteur en dagvoorzitter Martin Michels.

Media
Behalve de industrie hebben de media ook veel aandacht voor chemische verontreinigingen in voedsel. Daarmee stijgen de kosten van incidenten voor het bedrijfsleven fors, vooral als gevolg van imagoschade. Toen bijvoorbeeld Coca Cola in 1999 in de problemen kwam door een combinatie van een productbesmetting en een fungicide in pallets met verpakkingsmateriaal had dit maandenlang effect op de omzet voor de hele branche. Bovendien is dit een van de eerste voorbeelden van ‘massahysterie’ rondom voedselincidenten. Tot op de dag van vandaag is onduidelijk hoeveel van de ruim 200 ziektegevallen destijds werden veroorzaakt door die hysterie.

Aanpak aan de bron
Dioxine en aan dioxine verwante PCB’s zijn veel voorkomende contaminanten. De stoffen ontstaan bijvoorbeeld bij vuilverbranding en komen via de rookgassen in de omgeving en daarmee in de voedselketen terecht. Dat zou ook de route zijn van de recente besmetting in Italiaanse buffelmozzarella.

Europese regelgeving moet de blootstelling van de mens verminderen. De daarin vastgestelde productnormen zijn gebaseerd op de geaccepteerde wekelijkse inname van 14 pg TEQ per kilogram lichaamsgewicht. De TEQ-waarde is het resultaat van een gewogen gemiddelde van bekende dioxines en dioxine-achtige PCB’s op basis van hun toxiciteit. Er zijn limietwaardes vastgesteld op basis van analysegegevens. Als limiet geldt de 95% percentiel, ofwel de grens waarbij nog 5% van de onderzochte monsters erboven ligt. Veiligheidshalve zijn er actiegrenzen vastgesteld die op 2/3 van de limiet liggen.

Ron Hoogenboom van het voedselveiligheidsinstituut RIKILT liet zien dat de blootstelling door deze maatregelen daadwerkelijk is afgenomen, maar dat een deel van de bevolking regelmatig de veilige limiet overschrijdt. Eind 2008 worden daarom nieuwe Europese normen verwacht. Sommige sectoren zullen dan direct maatregelen moeten nemen aan de bron. Zo zullen eieren waarschijnlijk binnen de actiegrenzen van de nieuwe normen terechtkomen.

Hoogenboom toonde resultaten waaruit blijkt dat juist kippen van kleinschalige boeren en met vrije uitloop eieren produceren met (te) hoge dioxinegehaltes. Recent Belgisch onderzoek ondersteunt de hypothese dat eten van besmette grond de oorzaak hiervan moet zijn. Bedrijfsfactoren zoals de tijd die kippen buiten doorbrengen, blijken een cruciale rol te spelen bij het besmettingsniveau.

Controle aan de poort
Het is niet altijd mogelijk om chemische besmetting aan de bron aan te pakken. Dat geldt bijvoorbeeld voor het ontstaan van PAK’s in Filipijnse kokos waaruit olie wordt gewonnen. De verbindingen ontstaan tijdens het kunstmatige drogen van de kokos door de boeren.

Raffinaderij Unimills laat deze grondstof, maar ook het eindproduct, analyseren. QA-manager Maarten Oosthoek vertelde dat men daarbij het benz(a)pyreengehalte gebruikt als indicator voor PAK’s. Deze schadelijke verbindingen worden in het raffinageproces uit de olie verwijderd. Unimills kan met de analysegegevens van het eindproduct aantonen dat dit een effectieve manier van risicobeheersing is, zonder dat de oorzaak van het probleem wordt weggenomen.

Mycotoxines
Overheidscontroles spelen een belangrijke rol bij het beheersen van de risico’s van chemische contaminanten. In het geval van mycotoxines wordt bijvoorbeeld in Europees verband risicogericht gecontroleerd. Martien Spanjer van de VWA licht toe: “Lokale slechte oogsten zijn een trigger voor intensivering van monsternames en analyses van (geïmporteerde) grondstoffen.

Met behulp van LC-MS kan van een monster in één analyse een compleet profiel van de aanwezige toxines worden bepaald. Een goede monstername is daarbij cruciaal, maar niet eenvoudig. Besmettingen zijn altijd puntbesmettingen en in één gewas kunnen meerdere toxines aangetroffen worden.” In EU-verordening 1881/2006/EC staan de limieten voor de diverse producten. De monstername wordt in verordening 401/2006/EC gedetailleerd omschreven.

Veilige verpakking
Verpakkingen zijn een niet te verwaarlozen potentiële bron van chemische besmetting van producten. Nieuwe materialen of nieuwe product-materiaal-combinaties kunnen makkelijk tot problemen leiden. Voor fabrikant Danone (onder meer klinische en zuigelingenvoeding) reden om naast monitoring van bekende migranten ook een grootscheepse screening van onbekende verbindingen uit te voeren. Met hun ‘Forest of peaks’-methode bouwt het bedrijf kennis op over migratie uit (nieuwe) verpakkingen. “We voeren hiervoor een ‘worst case’-migratiesimulatie uit”, aldus packaging safety manager Koen Weel.

Vervolgens wordt het verkregen mengsel van verbindingen met diverse massa-spectrometrische technieken geanalyseerd. “Natuurlijk is vooral de toxicologische evaluatie van de aangetroffen verbindingen een kostbare zaak”, aldus Weel, “maar de methode stelt ons in staat om een compleet beeld te hebben van alle stoffen die uit een verpakking in een product kunnen migreren.”

Supermarkt
Residuen van pesticiden op groenten en fruit zijn een hot item in de media. Milieuorganisaties stellen dat er veel kan worden verbeterd. Producenten geven echter aan dat zij binnen de Europese normen werken. Mark Vencken licht toe hoe Albert Heijn binnen dit spanningsveld opereert. De supermarktketen is met 38% marktaandeel in groente en fruit een belangrijke speler in de sector.

“Momenteel zien wij al dat 50% tot 60% van onze producten vrij is van residuen. Dat percentage moet omhoog. Albert Heijn wil daarom een actieve rol spelen bij het weren van discutabele bestrijdingsmiddelen en bij het rationaliseren van het ‘spuitregime’ door de boeren. Ons doel daarmee is het behouden van het vertrouwen van de consument.” De onjuiste berichtgeving over de veiligheid van groenten en fruit is hem een doorn in het oog. “De Nederlandse overheid moet haar verantwoordelijkheid nemen en de media dwingen om de feiten eerlijk en genuanceerd weer te geven.”

Reageer op dit artikel