artikel

Onbewust minder eten

Algemeen

De strijd tegen overgewicht is nog lang niet gestreden. Ondanks alle pogingen blijven mensen zwaarder worden, met alle problemen van dien. Pascalle Weijzen vond aanwijzingen dat mensen spontaan minder eten van bepaalde voedingsmiddelen dan van andere. Zij onderzocht de mechanismen daarachter.

Zelfs als mensen van plan zijn om een gezond tussendoortje te nemen dan doen ze dat vaak niet. Dat was één van de conclusies die Pascalle Weijzen trok tijdens haar promotieonderzoek. Ze liet mensen in eerste instantie op papier kiezen tussen gezonde en ongezonde tussendoortjes. Ongeveer 50% van de respondenten koos voor de gezonde variant. In de praktijk koos 25% van deze groep enige tijd later toch voor een Snickers of stroopwafel in plaats van voor een appel of banaan. Ook als ze de keuze aan tussendoortjes groter maakte, bleef een kwart van de mensen met de intentie om gezond te eten, voor het ongezonde alternatief kiezen.

“Waarom kunnen sommige mensen wel en andere niet de intentie omzetten in gedrag? En kunnen we hun keuze herleiden tot persoonskenmerken?”, vroeg Weijzen zich af. Uit haar onderzoek bleek dat vooral mannen, lager opgeleiden, mensen zonder lijngericht eetgedrag en die niet gewend zijn om gezonde tussendoortjes te kiezen moeite hadden met de gezonde keuze. Volgens Weijzen is dat te verklaren doordat deze groepen het over het algemeen minder belangrijk vinden om gezond te eten. Vrouwen bijvoorbeeld, zijn meer gewend om op hun eten te letten, omdat ze slank willen blijven, verklaart ze.

Smaakbevrediging
Voor de volgende stap van haar onderzoek had Weijzen twee mogelijkheden. Ze kon via interventiestudies gaan proberen een gedragsverandering teweeg te brengen. Maar omdat ze wist dat dat geen eenvoudige opgave is, koos ze ervoor om niet de mensen te proberen te veranderen, maar de vertaalslag te maken naar producten. Ze ging op zoek naar producten die wel genot opleveren, maar waarvan onbewust minder wordt gegeten.

“Uit eerder onderzoek bleek dat de smaakintensiteit de mate van smaakbevrediging zou bevorderen”, vertelt de promovenda. Aan haar de uitdaging om deze hypothese te bewijzen. “Het idee erachter is dat als je iets eet wat sterk smaakt, de bevrediging van die smaak relatief snel optreedt. Er gaan veel prikkels tegelijkertijd vanuit je mond naar je hersenen waardoor de bevredigingsprikkel van die smaak snel bereikt is”, legt ze uit. Ook het idee dat complexe smaken minder snel verzadigen betrok ze in haar proeven.

Proefpersonen kregen een vaste hoeveelheid Snickers of pure chocolade te eten, waarna naar de subjectieve zin, de zin om het product te eten, werd gevraagd. Na het eten van dezelfde hoeveelheid bleek een reep Snickers minder te verzadigen dan eenzelfde hoeveelheid pure chocolade. Hetzelfde gold voor het Mariabiscuitje tegenover het complexere biscuitje met chocolade. Mensen eten dus van eenvoudige producten met een intense smaak spontaan minder. Weijzen maakt de opmerking dat Snickers en chocolade heel verschillende producten zijn en dat theoretisch gezien ook ander factoren van invloed kunnen zijn op het verzadigende gevoel. “Om met absolute zekerheid te kunnen zeggen dat het verschil in verzadiging door intensiteit en complexiteit veroorzaakt werd, hadden we zelf producten moeten maken, maar daar was geen tijd en geld voor.”

Vervolgens was ze nieuwsgierig of de tijd die een product in de mond is nog van invloed is op de verzadigingsprikkel. Daarvoor gaf ze proefpersonen biscuit in kleine stukken, in knabbelvorm, en in repen. Met de instructie om de knabbels een voor een te eten, waardoor ze langer in de mond zijn dan de repen. Mensen mochten zoveel van de biscuit eten als ze wilden, maar bleken van de biscuit in knabbelvorm 10 gram minder te eten. Hetzelfde fenomeen vond ze bij dranken die in grote of kleine slokken in de mond werden gespoten. Bij kleine slokken dronken de proefpersonen minder.

Snellere verzadiging
Weijzen ziet voor haar onderzoek diverse mogelijkheden om de strijd tegen overgewicht aan te gaan. “Je kunt bijvoorbeeld een kleiner lepeltje bij de yoghurt doen of een smaller rietje bij een drankje. Door een snellere verzadiging, zullen mensen daar minder van eten.” Ook ziet zij kansen om de viscositeit van producten te verhogen, ze dikker te maken, waardoor ze langer in de mond blijven en meer verzadigen. Haar advies: “Focus op oplossingen die een klein verschil in voedselopname teweegbrengen”

Vooral snacks komen volgens de onderzoekster in aanmerking voor haar theorie. “Het heeft geen zin om vlees meer verzadigend te maken. Dat eet je bijvoorbeeld met aardappels en groenten, waardoor smaken afwisselen en je alsnog meer eet. Sensorische verzadiging wil zeggen dat je genoeg hebt gehad van de smaak, maar niet dat je niet meer kunt eten. Zo kun je bijvoorbeeld na een hoofdmaaltijd sensorisch verzadigd zijn voor hartig, maar nog wel zin hebben in een zoet toetje.”

Het zijn blijkbaar de kleine dingen die het doen. “Juist kleine spontane verschillen die mensen niet in de gaten hebben kunnen uiteindelijk het verschil maken op het gebied van gewichtsbeheersing”, is de mening van Weijzen. Maar ze benadrukt dat sensorische verzadiging niet de enige factor is die meespeelt bij voedselkeuze. “Portiegrootte zou sensorische verzadiging kunnen overrulen. Van grote porties eten mensen meer, of het nou in kleine knabbels of grote repen wordt aangeboden.”

Reageer op dit artikel