artikel

Labwerk uitbesteden, maar aan wie?

Algemeen

Al jaren zien contractlaboratoria voor het analyseren van voedingsmiddelen hun marktaandeel toenemen. De voedingsmiddelenindustrie besteedt steeds meer labwerk uit. De vraag is welk lab daarvoor het beste adres is. Die met de beste maatwerkoplossingen, met de scherpste prijzen of beide?

Technologie
Thema: Techniek & analyse

Vincent Henzepeter

Labwerk uitbesteden, maar aan wie?

Al jaren zien contractlaboratoria voor het analyseren van voedingsmiddelen hun marktaandeel toenemen. De voedingsmiddelenindustrie besteedt steeds meer labwerk uit. De vraag is welk lab daarvoor het beste adres is. Die met de beste maatwerkoplossingen, met de scherpste prijzen of beide?

De commerciële markt voor het analyseren van voedingsmiddelen is weinig transparant. De grote spelers zijn wel in kaart te brengen (zie kader), maar buiten de grote vier zijn er zeker nog tien contractlabs actief in routinematig onderzoek. Daarnaast is er een groeiend aantal specialisten dat zich richt op een niche. Aan de andere kant worden er ook labs overgenomen. Dit alles maakt het voor fabrikanten van voedingsmiddelen lastig om een keuze te maken voor de beste partij(en) om mee samen te werken. Vaak wordt dan maar gekozen voor een contractlab dat toevallig bekend is. Niet verstandig, want het loont om te shoppen en ook de kwaliteit kan van lab tot lab verschillen.
Vast staat dat de industrie steeds meer werk uitbesteedt. Analyses die noodzakelijk zijn voor de bewaking van de voedselkwaliteit/-veiligheid worden vaak nog zelf gedaan. Tijdrovende routineanalyses als microbiologie gebeuren meer en meer buiten de deur. Een compleet lab uitrusten en bemannen is te duur geworden. Dit vergt te veel specialistische kennis, kostbare apparatuur, terwijl labpersoneel schaarser wordt. En de ‘slager’ die zijn eigen vlees keurt, maakt ook geen beste indruk.

Internationaal
Silliker is wereldwijd een van de grotere food contractlaboratoria en behoort tot de grote vier in de Benelux. Het bedrijf is actief met microbiologisch en chemisch onderzoek voor de voedingsmiddelen- en diervoederindustrie. Internationaal kunnen opereren heeft zo zijn voordelen voor klanten, stelt Peter van der Steege, manager marketing & sales bij Silliker. “Naarmate je groter bent en meer internationaal gericht krijg je meer analysemogelijkheden. We maken ook gebruik van expertise van onze zusterbedrijven in Frankrijk en Italië, Spanje (en vice versa), én van specialistische labs in de VS. Vanuit Silliker Nederland kunnen we een compleet scala van bacteriologisch onderzoek uitvoeren. Dit zijn in het algemeen analyses die dicht bij de klant moeten gebeuren en die andere labs ook aanbieden. Maar we doen ook niet-routinematig, microbiologisch onderzoek.” Belangrijk in dit kader is EU-Verordening 2073/2005 voor microbiologische criteria. Deze bepaalt dat producenten voor hun microbiologische risicoanalyse moeten onderbouwen dat bepaalde pathogene micro-organismen zich in hun product niet kunnen ontwikkelen. “In elk geval moeten ze kennis vergaren over het gedrag van pathogenen in hun producten. Daartoe moeten ze onder meer challenge testen uitvoeren, eigenlijk een wetenschappelijk aan te pakken onderwerp. Onder gecontroleerde omstandigheden wordt het product besmet met een bekende hoeveelheid (pathogene) micro-organismen, waarna het verloop van de ontwikkeling van die bacteriën wordt gevolgd. Uit de resultaten kunnen conclusies getrokken worden over de stabiliteit en groeibelemmerende samenstelling. We kunnen dit zowel lokaal in Ede als uitgebreider doen in de kenniscentra in Parijs en Chicago.”

Nutritionele waarden
Hoe onderscheidt Silliker zich in de contractlabmarkt? “In voedingschemie is dat in onderzoek naar nutritionele waarden. Denk aan de samenstelling van macrobestanddelen – dus vetten/vetzuren, eiwitten, koolhydraten – en microbestanddelen, zoals vitaminen en natuurlijke en toegevoegde bestanddelen.” In toenemende mate komt daar de berekening van de energetische waarde bij. “Bedrijven – en dat is een trend – willen de samenstelling van producten specifieker weten. Met name voedingsvezels zijn veel gevraagd, met daarbij een opsplitsing in verteerbare en niet-verteerbare vezels. Belangrijkste vraag is welke verbinding wel of niet gezond is voor het menselijk lichaam en hoe de verteerbaarheid is. Je moet in je lab de juiste analyse in de juiste matrix verrichten om tot de correcte energetische waarde te komen. Van die koolhydraten hebben wij veel kennis in huis. Dat is niet bij alle labs zo.”
Met de overname van het Rotterdamse handelslaboratorium Dr. Verweij in 2005 heeft Silliker zijn pakket aan (voedings)chemische analyses sterk kunnen uitbreiden. Daarmee kan Silliker voorzien in de sterke vraag naar analyse van contaminanten. “Denk aan residuen van pesticiden, antibiotica, zware metalen, verboden kleurstoffen als Soedan Rood en mycotoxinen. Dr. Verweij verlegt onze mogelijkheden, omdat ze internationaal groot zijn in de grondstoffenhandel en mycotoxines in het bijzonder. We bestrijken dus de hele voedingsmiddelenketen tot en met de verwerkende industrie.”

Hoeveel Omega 3?
Een trend binnen de chemische analyses is ook de stijgende vraag naar de bepaling van bioactieve stoffen, supplementen en gezonde componenten in levensmiddelen. De gezonde vetzuren zijn een voorbeeld. “Fabrikanten willen weten hoeveel Omega 3 er in hun product zit en of ze de juiste hoeveelheid hebben toegevoegd. Ook van bioactieve stoffen die in planten zitten en in agf, wil men weten welke verbindingen er aanwezig zijn en hoe ze eruit te krijgen.” Probleem is dat veel methodes nog niet routinematig uit te voeren zijn. “Voor heel specifieke supplementenbepalingen is bijvoorbeeld een studie nodig en vaak ook methodeontwikkeling.”

Betrouwbaar en goedkoop
Uitbesteden is niet zaligmakend. Er zijn genoeg redenen voor het behoud van het interne lab. Grote internationale bedrijven die veel aan productontwikkeling doen, hebben hun eigen researchafdeling en willen dat in huis houden om geheimhouding te waarborgen. En als er toch zo’n goed geoutilleerd lab staat, dan moet die ook maar de routinematige controles gaan doen. Bij kleinere laboratoria in het mkb ligt de situatie anders. Kwaliteitssystemen als BRC vragen om geaccrediteerde verrichtingen. Als de expertise hiervoor al bestaat, kan dit alleen tegen hoge kosten. Ook is het de vraag of het wel verstandig is om riskante pathogenen in eigen huis te blijven bepalen. Dit is eigenlijk alleen verantwoord in een afgescheiden laboratoriumafdeling. En dan is er nog de bottleneck van de personeelsbezetting. Een bedrijfslaboratorium kan niet altijd open zijn. Bij ziekte ontstaat al een capaciteitsprobleem. Bij KBBL in Wijhe zien ze om al deze redenen de microbiologische analysevraag stijgen. Peter Visser, hoofd productie, heeft door opgelegde hygiëne-eisen de laatste jaren een verschuiving naar pathogenenonderzoek zien plaatsvinden. De vraag wordt specifieker. “Waar in het verleden vaak het totaal kiemgetal werd gevraagd, zie je nu vragen komen naar pathogenen in relatie tot wetgeving en eisen van klanten. Voorbeelden zijn bepalingen van Listeria en Salmonella en de typeringen daarvan. Er zijn steeds meer mogelijkheden om dat te doen. Men is daar in het kader van monitoringsprogramma’s ook meer in geïnteresseerd en meer op zoek naar (contaminatie)bronnen. Dat soort onderzoek doet men niet in eigen huis, het is een uitbreiding, gestimuleerd door verplichte monitoringsprogramma’s als die van de PVE. En wie wil nu pathogenen kweken in zijn eigen voedingsmiddelenfabriek? Wij kunnen dat goed, betrouwbaar en goedkoop.”
KBBL richt ook labs in bij bedrijven en levert desgewenst deskundig personeel. Een vorm van outsourcing, maar dan andersom. “Wij zorgen voor de analysediensten op locatie en werken onder dezelfde condities – en dus accreditatie(s) – als bij KBBL in Wijhe.” “

Sensorisch onderzoek
Opinion Test & Taste heeft deze maand een nieuw lab in gebruik genomen in Oosterhout, maar is geen nieuwe speler. Met de overname van marktonderzoeksbureau Opinion Market Survey werd de naam ‘Alcontrol Food’ verlaten. Het contractlab is de laatste jaren sterk geïnternationaliseerd met overnames in onder meer Scandinavië. In de nieuwe opzet kan de voedingsmiddelenindustrie hier terecht voor zowel sensorisch onderzoek als voedingsanalyses. Sitemanager Eric Dingemanse: “Wij pretenderen als lab in principe ‘one-stop-shopping’ te bieden, wat niet wil zeggen dat we alles zelf uitvoeren. Wat wij zelf niet kunnen, zullen we voor de klanten outsourcen. Als laboratorium zijn we sterk in microbiologie, watermicrobiologie, chemie, BSE, en doen ook veel routinematig werk voor de varkenssector. Ook kunnen we sensory testen aanbieden. Zowel in Nederland als in Zweden, Engeland, Frankrijk, België en Duitsland. In Oosterhout zelfs met een testlocatie waarbij we 55 respondenten gelijktijdig kunnen testen.”
Het laboratorium heeft een eigen BSE-lab. De vraag is hoe lang nog? BSE-onderzoek lijkt een aflopende zaak. “We houden er ernstig rekening mee dat het uitgefaseerd gaat worden, dit is ook een politieke keuze. Niet meer testen kan onrust geven in de markt. In 2007 is er niets meer gevonden. Het BSE-onderzoek kan op verschillende manieren afgebouwd worden. Via de sector die dit zelf kan bepalen – dan gaat het waarschijnlijk snel – of via regelgeving waarbij de testleeftijd van de runderen aangepast wordt. Hoe dan ook, het zal leiden tot een sterke daling van het aantal te testen runderen.”

TNO light
Silliker kan maatwerk leveren, maar ook Opinion en KBBL zijn meer dan analysefabrieken. Dingemanse: “Stel bedrijven hebben een Listeria-probleem in hun productieomgeving. Dan kunnen we er gaan kijken om te inventariseren hoe je ervan af kan komen. Daaruit volgt vaak een wat intensievere bemonstering of opvoering van de monsterfrequentie totdat via extra onderzoek de oorzaak bekend is en het probleem verholpen kan worden. We kunnen verder ook met onze buitendienstmedewerkers, opgeleide monsternemers, partijbemonsteringen doen bij bedrijven. Nee, we besteden geen labmedewerkers uit om voor laboratoria van derden te werken.”
KBBL biedt zijn TNO light-pakket. Peter Visser: “Voor maatwerk hebben we de Afdeling Kenniscentrum. Denk aan troubleshooting en houdbaarheidsproeven. Ook doen we daar in het kader van kwaliteitszorgschema’s als BRC challenge testen om de houdbaarheid van nieuwe producten aan te tonen. Daar maken wij een maatwerkprogramma voor, uitgevoerd door microbiologen op wetenschappelijk niveau.”

Reageer op dit artikel