artikel

HET Instrument: technologie in de volle breedte

Algemeen

Aan de vooravond van de 27e editie van de technologiebeurs HET Instrument geven FHI-directeur Kees Groeneveld en zijn branchemanagers Eelco van Harten (Industriële Automatisering) en Andreas Meijer (Laboratoriumtechnologie) een breed overzicht van de ontwikkelingen op het gebied van analyse, (bio)sensoren en micro- en nanotechnologie, maar ook over het groeiend tekort aan personeel.

‘Technologiebeurs HET Instrument weer helemaal vol’, kopte het persbericht al op 14 maart. Net als in 2004 en 2006 zijn ook dit jaar van 20 tot en met 23 mei de vijf hallen van de jaarbeurs in Utrecht volledig bezet. Circa 550 exposanten tonen apparatuur van maar liefst 4.000 bedrijven op het gebied van Industriële Automatisering, Industriële Elektronica en Laboratoriumtechnologie.

Daarmee is de beurs voor voedingsmiddelenproducenten een prima gelegenheid om zich op de hoogte te stellen van de voortschrijdende technologie en de daarmee gepaard gaande nieuwe mogelijkheden voor de productielijnen, maar ook analyse, logistiek, automatisering en kwaliteitszorg.

“We hebben meer standhouders uit Duitsland en Engeland; het lijkt erop dat we internationaler worden”, zegt Kees Groeneveld, directeur van organisator en beurseigenaar FHI, federatie van technologiebranches. “Daarnaast zie je niet langer hele grote stands. De tijd van grootschaligheid is voorbij. Dat lijkt wel een algemene trend, zeker in de technologie.”

In de sector Laboratoriumtechniek stabiliseerde vorig jaar de omzet. De investeringen in micro- en nanotechnologie lopen terug?
Groeneveld: “Nee, zeker niet, maar de investeringen in laboratoriumfaciliteiten groeien sprongsgewijs, mede vanwege de binding aan overheidsbijdragen. Nanotoepassingen bij bulkproducten is nog ver weg. Waar het wel keihard speelt is de medische diagnostiek. Nanotechnologie maakt zaken mogelijk die voorheen niet konden. Veel kleinere bedrijven en universiteiten zijn bezig met onderzoek.

Wij proberen de universiteiten nu zover te krijgen dat zij hun bestaande toeleveranciers betrekken bij het onderzoek. Langs de route van inkooprelaties boek je veel sneller resultaat op de wereldmarkt dan door iedere keer te proberen van goede onderzoekers slechte ondernemers te maken.”

Eelco van Harten, branchemanager Industriële Automatisering: “Met nanotechnologie gaan we steeds meer naar producten die zich in de verpakking verder ontwikkelen. Zowel producenten van verpakkingen als voedingsmiddelen zijn daarmee bezig. Voorbeeld is de zuivel, maar ook een bedrijf als Cela-Vita denkt daarover na. Je merkt daarbij wel dat in een land als Japan het verwerken van bepaalde stoffen in de verpakking veel meer geaccepteerd is dan hier in het Westen.”

En bij microtechnologie?
Groeneveld: “Een kennisinstituut als NIZO food research is daar druk mee bezig. Zo werkt De Kievit in Meppel aan de toepassing van inkjettechnologie in hun droogprocessen. Een ander voorbeeld is Avebe. Met behulp van microreactoren, zeg maar een fabriek ter grootte van een tafel, halen zij eiwitten uit hun afvalstroom. Die zetten zij als halffabrikaten af in de farmaceutische industrie.”

Van Harten: “NIZO ontwikkelde een microheater. Een van de problemen die ze daarbij tegenkwamen, was het vinden van de juiste sensoren. De sensoren moeten nauwkeurig blijven meten, niet vervuilen en niet kapot gaan.

Een ander voorbeeld is Bronkhorst High-Tech in Ruurlo. Zij maken microflowmeters voor in eerste instantie de halfgeleiderindustrie en later voor laboratoriumtoepassingen. Tot hun eigen verbazing zagen zij dat hun meters nu ook in de productie worden gebruikt.” Het S-woord viel al even. Sensoren.

Van Harten: “Bij procesoptimalisatie zien we meer en meer een link naar de analyse. Er moet steeds nauwkeuriger op specificaties worden geproduceerd. Gevolg is dat er een toename is van analyseapparatuur in het productieproces. Een prachtig voorbeeld is Heineken. Zij ontwikkelen een methode voor het online meten van de helderheid en het alcoholpercentage van bier. Dat valt nog niet mee, alleen al omdat suikers de sensoren behoorlijk vervuilen.”

Groeneveld: “Het aardige is dat deze analyses niet ten koste gaan van de offline metingen. Er wordt meer geanalyseerd waardoor beter is aan te tonen dat aan de specs wordt voldaan.”

Welke ontwikkelingen zijn er op het gebied van analyses?
Groeneveld: “Je praat dan vooral over spectrometrie en chromatografie. Voorheen konden die technologieën vooral worden toegepast in labs, nu ook in de productie.” Van Harten: “Maar ook, hoe ga je met de data uit deze systemen om? De petrochemie is inmiddels zover dat zij hun processen op het octaangehalte van de brandstof kunnen sturen al naar gelang de marktvraag. Daarmee vervullen ze een voorbeeldfunctie voor de voedingsmiddelenindustrie.”

Groeneveld: “De industrie focust steeds meer op de eigenlijke corebusiness. Door striktere scheiding van R&D en de productieomgeving verdwijnen bepaalde technologen meer en meer uit de bedrijven. Hetzelfde geldt voor de analyses: die worden uitbesteed aan contractlabs.

Alles is in die labs gericht op hoge snelheden, efficiency. Na de HPLC kwam de high throughput HPLC en inmiddels wordt de ultra high throughput HPLC door steeds meer leveranciers aangeboden. Eerder wist de gebruiker soms meer van het apparaat dan de leverancier. Dat is de laatste jaren drastisch veranderd. Nu leveren onze leden support en engineeringservice aan klanten en zien zij de kennis bij de gebruikers steeds verder teruglopen.”

Andreas Meijer, branchemanager Laboratoriumtechnologie: “Opleidingen als laboratoriumtechnologie hebben te maken met sterk dalende aantallen nieuwe leerlingen. Opleidingen als telematica en forensisch onderzoek zijn daarentegen populair. Een deel daarvan zal instromen bij onze leden. Bij biotechnologie is de situatie enigszins aan het verbeteren.

Op de beurs is het LiveLAB te zien, een werkend lab waar we de relatie tussen gezondheid en sportdranken op basis van analyses demonstreren. Op die manier willen we het onderzoek en indirect het onderwijs aantrekkelijk maken en laten zien wat het kan inhouden.”

Hoe groot is het tekort aan medewerkers bij uw leden?
Groeneveld: “We horen bijna dagelijks dat arbeid dé remmende factor is voor innovatie of, algemener geformuleerd, omzetgroei. Een bedrijf als Opinion wierf recent een tiental academisch geschoolde Polen die zij binnen enkele weken op het lab aan het werk hadden. Het tekort aan personeel speelt overigens in de gehele sector. Vandaar dat FHI zich bij de vorige kabinetsformatie sterk heeft gemaakt voor meer aandacht voor technologie in het onderwijs. De vorming van de taskforce ‘Technologie, onderwijs en arbeidsmarkt’ is een voorstel in het regeerakkoord dat bij ons vandaan komt.”

Ook procesinformatie wordt steeds belangrijker.
Van Harten: “De scheidslijn tussen productie en automatisering verdwijnt. IT kijkt steeds dieper het bedrijf in. Fabrikanten willen hun processen inzichtelijk maken, denk aan MES-systemen. Hoe dat het beste kan gebeuren, is nog onduidelijk. Op de beurs wijden we daar dan ook een congres aan. Hoe implementeer je IT-systemen, hoe ga je om met optimalisatie in je bedrijf, hoe pas je de organisatie aan de systemen aan, hoe haal je het beste uit je systemen? Die koppeling van informatie wordt steeds belangrijker.”

Groeneveld: “Machinefabrikanten moeten de machine of productielijn die zij leveren verder integreren in de gehele bedrijfsvoering van hun klanten, inclusief MES-besturing en aansluiting op de ERP-laag. Een andere boodschap die we uitdragen richting onze leden is: verdiep je meer in de procestechnologie. Je bent dan een betere gesprekspartner en je vergroot de kans dat je de juiste oplossing aanbiedt.”

Volgen uw leden deze raad ook op?
Groeneveld: “Met de procestechnologie nog te weinig. Het is en blijft een lastig onderwerp. Er moet iemand voor worden vrijgemaakt die zich erin kan verdiepen. Maar doe je dat, dan kun je met elkaar de koek voor de hele marktketen groter maken. Je ziet dan ook dat bedrijven zich steeds meer gaan specialiseren op bepaalde applicaties zoals drogen of fermentatieprocessen.

Applikon is daarvan een voorbeeld. Zo’n twintig jaar geleden kregen zij van Wageningen Universiteit opdracht om bioreactoren te bouwen, inmiddels zijn zij de nummer drie van de wereld. Ik gebruik hen vaak als voorbeeld, ook richting de overheid, richting onze leden om te laten zien dat je moet trekken in plaats van duwen.”

Wat doet de FHI voor de leden?
Groeneveld: “Het leveren van toegevoegde waarde staat voorop. Dat doen wij vooral door het creëren en onderhouden van netwerken. Door de krappe arbeidsmarkt is dat nog belangrijker geworden. Niemand kan meer alles zelf doen. Men moet en kan veel meer gebruik maken van elkaars specialisme.

Vorig jaar hebben we als FHI een eigen programma met beleidsprioriteiten vastgesteld. De al eerder genoemde arbeidsproblematiek staat daarin bovenaan. Ook het industriebeleid heeft hoge prioriteit. Nederland heeft nog steeds sterke groeicijfers, vooral door export van in Nederland gevestigde bedrijven die grote automatiseringsprojecten realiseren in het buitenland, zoals Honeywell en Yokogawa doen voor Shell in Siberië en het Midden-Oosten.

Voor onze bedrijfstak is het dus van groot belang dat dergelijk bedrijven hier blijven dan wel naar Nederland komen, ook al omdat zij vanuit een wereldmarktpositie zaken hier inkopen en engineeren. Zij zijn voor ons kennisniveau en onze kenniseconomie essentieel.

Een goede infrastructuur is voor dergelijke bedrijven erg belangrijk. Vergeet ook niet de chemie, denk aan de Rotterdamse haven, waar overigens ook steeds meer voedingsmiddelenindustrie zit, zoals olieraffinaderijen in Europoort. Bedrijven raken steeds meer op elkaar aangewezen, denk aan de warmte van de energiecentrale die een bedrijf als Happy Shrimps gebruikt voor de garnalenkweek. De driehoek Hamburg, Antwerpen en Rotterdam wordt alleen maar belangrijker.”

Reageer op dit artikel