artikel

De Sapfabriek als schoolvoorbeeld

Algemeen

De krapte op de arbeidsmarkt vraagt om nieuwe leervormen. Onderwijs en bedrijfsleven moeten volgens de Human Capital Roadmap Food & Nutrition beter en meer samenwerken. In de Sapfabriek te Ede begeleiden werkmeesters uit het bedrijfsleven, samen met leermeesters uit het onderwijs, leerlingen. Een voedingsmiddelenbedrijf door en voor scholieren.

“Aan de uitlegtafels komen theorie en praktijk bij elkaar”, legt Robin Keizer, productiemanager van de Sapfabriek, uit. Hij wijst naar grote tafels in de productiehal. De ruimte huisvest verder de productielijn, waar twee keer per week flesjes sap vanaf rollen, het praktijkgedeelte. En een balkon met tafels en computers waar leerlingen de nodige theoretische kennis opdoen en zelf oplossingen bedenken voor praktische problemen. Werkmeesters nemen aan de uitlegtafels plaats als leerlingen dieper op een onderdeel in willen gaan. Als er meer theoretische kennis nodig is, spelen werkmeesters de vragen door aan leermeesters.

Keizer: “We hebben bijvoorbeeld een fabrikant een klep uit het productieproces laten bewerken, zodat zichtbaar is wat binnenin gebeurt. Werkmeesters kunnen op die manier goed uitleggen hoe de klep werkt en leermeesters gaan dieper in op bijvoorbeeld natuurkundige wetten.” Aan de hand van praktijkvoorbeelden wordt de nodige theorie onderwezen. Leren door te doen.

De begeleiding door docenten is onderdeel van de reguliere uren. Ze hebben in de fabriek alleen andere taken dan in een klaslokaal. De hulp in de productie komt van beroepskrachten uit het bedrijfsleven. De winst voor bedrijven is goed opgeleid personeel. De samenwerking gaat soms nog een stapje verder. Het is mogelijk om een opleiding te volgen bij de Sapfabriek en al zeker te zijn van een vaste baan bij Friesland Foods. Na een opleiding van een tot drie jaar, afhankelijk van de vooropleiding, in de Sapfabriek stroomt een leerling door als machineoperator bij Friesland Foods. Een goed voorbeeld van een betere aansluiting tussen opleiding en arbeidsmarkt.

Praktijk meets theorie
Het idee voor een leerfabriek ontstond bij Henk Maas, een onderwijskundige die al eerder initiatieven nam tot oprichting van leer-werkinstellingen. Met de Sapfabriek wilde Maas een nieuwe manier van leren creëren, een leerbedrijf opzetten, en ging op zoek naar partners. “Onderwijsinstelling Roc A12 heeft het lef getoond om het project mogelijk te maken”, zegt Bas Tomassen, directeur van de Sapfabriek. De school vormt samen met Vmbo Het Streek, Food Valley en het Technocentrum de Vallei de beschermheer van de Sapfabriek. Daarnaast zijn Friesland Foods, Campina, en Heinz foodpartners van het project.

Voornamelijk mbo- en vmbo-leerlingen runnen de sapfabriek. Maar ook hbo’ers zijn nodig voor de leidinggevende taken. Volgens Tomassen is de fabriek een uniek project en het eerste voorbeeld van praktijkleren van deze omvang en complexiteit in de food-sector. Er bestaan vergaande plannen voor soortgelijke projecten. In Helmond is een studie gedaan naar het starten van een snackfabriek en in Utrecht komt in de toekomst misschien een koekjesfabriek, in navolging van de opzet van de Sapfabriek.

Het leerbedrijf biedt volgens Tomassen een aanvulling op het reguliere onderwijsaanbod. “Het vermogen om te plannen is een nog te ontwikkelen gebied. Een mbo-leerling vindt dat vaak moeilijk. Bij de Sapfabriek krijgen scholieren de kans om verantwoordelijkheid te dragen, waardoor ze interesse krijgen in wat ze doen. Ook worden ze verplicht verder te kijken dan de dag alleen. Het onderwijs in de Sapfabriek volgt de logica van het werk. Dit stoomt ze beter klaar voor het bedrijfsleven.”

Boost your Body
Leerlingen hebben als leertraject de fabriek ontworpen en gebouwd. En ook de ontwikkeling van een product was onderdeel van het werk-leertraject. Studenten ontwikkelden in samenwerking met Friesland Foods productconcepten die werden getest op leerlingen van de aangesloten scholen. Vervolgens hielp Campina met de verdere productontwikkeling. Het opschalen gebeurde met de kennis van Heinz.

“Een mooi voorbeeld van hoe partijen samenwerken vanuit gemeenschappelijk belang”, zegt Tomassen. Het resultaat was een energiedrankje op basis van bloedsinaasappel- en framboosconcentraat met toegevoegde vitaminen en Q10 onder de naam ‘Boost your Body’. Het drankje is verkrijgbaar in schoolkantines, uitgaansgelegenheden en op evenementen in de regio. Een groepje scholieren is bezig met een uitrolcampagne. Er is een promotieteam dat het drankje uitdeelt tijdens evenementen en het is beschikbaar als relatiegeschenk, eventueel met aangepast etiket.

Gestage groei
De Sapfabriek draait en wil groeien. Tomassen: ”We profileren ons als wendbaar en flexibel, juist door onze kleinschaligheid. Ter illustratie: wat wij in een jaar kunnen produceren, rolt bij de fabriek van Friesland Foods in Ede in een dag van de band.” De opbrengst van de productie moet de meerkosten van dit type onderwijs dekken. De fabriek kan op jaarbasis ongeveer tachtig voltijds leerlingen opleiden, maar zover is het nog niet. “We streven naar gestage groei”, zegt Tomassen. “Het doel is om uiteindelijk de productie te verdubbelen naar vier dagen per week en daadwerkelijk de gevraagde leerlingaantallen te leveren aan onze partners.”

Daarom wordt elk jaar een nieuw product ontwikkeld. Verder ziet de directeur mogelijkheden door te helpen bij proefproducties van fabrikanten. Een voorbeeld is de firma Covelt die we ondersteunen met een ready-to-drink product. En de productielijn is beschikbaar voor onderzoek en trials. Zo zijn voorbereidingen opgestart met het onderzoeksteam van Martijn Katan, hoogleraar voeding en gezondheid aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, voor productie van een drankje voor een groot onderzoek.

De Sapfabriek ziet ook mogelijkheden voor regionale producten. “Alles wat groeit in de Betuwe en de Valleiregio willen wij tot sapproducten kunnen omvormen”, zegt Tomassen. ”Uiteindelijk draait deze manier van onderwijs om een echte bedrijfsvoering en productie. Zonder business gaat dat niet. Wij doen dan ook een beroep op bedrijven uit de food-sector met ons samen te werken. Uiteraard op basis van toegevoegde waarde. We zijn geen ‘spek en bonen’-club.”

Gezamenlijk doel
Doelstellingen van het leerbedrijf zijn om schooluitval in de technische sector terug te brengen en om onderwijs beter aan te laten sluiten op de arbeidsmarkt. Dat gebeurt door leerlingen te laten doen en aan de hand daarvan te laten leren. Volgens Tomassen kan dat op deze manier beter dan bijvoorbeeld met een stage. Probleem tijdens stages is toch vaak de begeleiding, legt hij uit. Leerlingen werken soms onder hun niveau of als een soort uitzendkracht. En er zit veel tijd tussen het geleerde in de klas en de stage. Voor technische leerlingen sluit de manier van leren in de Sapfabriek volgens Tomassen beter aan. “Moeten leren wordt willen begrijpen. Leerlingen zijn betrokken en de motivatie is onafhankelijk van het niveau. Er wordt als team gewerkt aan een gezamenlijk doel.”

Vmbo-, mbo- en hbo-studenten werken en leren samen, leren ook van elkaar in het leerbedrijf. Na inschrijving via hun eigen school worden de werkplekken verdeeld naar opleidingsniveau en soort opleiding. Elke woensdag zorgen twintig mbo’ers en elke vrijdag twintig vmbo’ers voor de productie van Boost your Body. Donderdags is een groep hbo-leerlingen Food Innovation Management van Hogeschool Van Hall Larenstein aan de slag met productontwikkeling en business development. Daarnaast is er dagelijks een technische dienst van zes mbo-studenten en werken er nog twintig leerlingen in projecten en zes hbo’ers in leidinggevende taken.

Lopende band
Het beeld dat een gemiddelde mbo’er, de hoofddoelgroep van de Sapfabriek, heeft van de voedingsmiddelensector is een lopende band en saai werk, zegt Tomassen. Het stereotiepe beeld van een fabrieksarbeider met weinig regelmogelijkheden. Volgens hem houdt het bedrijfsleven zich te afzijdig bij het werven van leerlingen door scholen. De voedingsmiddelensector kan met een landelijke campagne food op de kaart zetten. Dan moeten bedrijven wel hun marketinginspanningen bundelen en richten op het werven van leerlingen en niet alleen op het verkopen van producten, meent hij.

“Het is voor een deel beeldvorming en de manier van jongeren benaderen.”
Tomassen vindt ook dat bedrijven mbo’ers een aantrekkelijk werkklimaat moeten aanbieden. Medewerkers betrekken bij zaken als continu verbeteren, productontwikkeling maar ook fabrieken aantrekkelijk inrichten kan helpen. Hij wijst daarbij op de turquoise bak, het zwembad genoemd, waarin de productielijn van de Sapfabriek staat. “Die kleur hebben we niet zomaar gekozen. Daarmee willen we een prettige werkomgeving creëren.”

Verloop
De Sapfabriek is in alles een echt bedrijf. Op een paar uitzonderingen na. Zo stuurt de fabriek op verloop van personeel en niet op behoud. Om enige stabiliteit te behouden rouleren een aantal keyplayers in een andere frequentie. Er is bijvoorbeeld een hbo-leerling commerciële economie van de hogeschool Arnhem en Nijmegen aangetrokken die in twee jaar als commercieel manager zijn diploma gaat halen bij de Sapfabriek. En Keizer is sinds dit jaar in vaste dienst als productiemanager.

In deze functie is hij verantwoordelijk voor de productie, technische dienst en werkvoorbereiding. Hij begon in februari 2007 bij de Sapfabriek als afstudeerproject en was betrokken bij het opzetten van de productie en het schrijven van het productiehandboek. Keizer legt uit dat de overgang van leren naar werken voor hem soepel verliep. “Het voelt hetzelfde. Je leert steeds meer en je verantwoordelijkheid groeit mee”. Hij weet nog niet wat hij na de Sapfabriek wil gaan doen. Hij is tenslotte nog maar net begonnen. Maar de omgeving van de Sapfabriek bevalt hem “Misschien wil ik wel een nieuwe sapfabriek opzetten”, lacht hij.

Reageer op dit artikel