artikel

C2C-logistiek: heen en vooral terug

Algemeen

Capgemini heeft samen met TNO onderzoek gedaan naar uitdagingen en kansen die het recyclingsconcept cradle to cradle met zich meebrengt voor de logistieke keten. Hoewel er niet apart gekeken is naar de food-branche, is het volgens Capgemini-onderzoeker Bram van Schijndel duidelijk dat ook bij de productie van levensmiddelen veel te winnen is.

Het concept ‘cradle to cradle’ vergt veel van de supply chain. De afgelopen decennia is vooral geïnvesteerd in het optimaliseren van de zogeheten voorwaartse logistieke keten, van fabrikant naar consument. Voor het afval was minder belangstelling. Met de snelle stijging van grondstofprijzen neemt de belangstelling voor het volledig hergebruiken van materialen echter toe.

Daar haakt cradle to cradle op in met volledig en permanent hergebruik van materialen. Retourketens van afval worden belangrijk, maar hun ontwikkeling staat in de kinderschoenen. Dat concluderen TNO en Capgemini in een studie in opdracht van vervoerdersorganisatie EVO. Het onderzoek maakt duidelijk hoe ondernemers hun logistiek het best kunnen inrichten als zij cradle to cradle willen toepassen.

Twee smaken
Cradle to cradle bestaat in twee smaken: technologisch en biologisch. Bij biologische producten gaat het om zaken die afbreekbaar zijn en zo weer in de kringloop opgenomen worden. Bij technologische producten gaat het om herbruikbaar materiaal. Het is bij deze laatste variant dat de logistieke keten nadrukkelijk in zicht komt: het vergt namelijk een compleet andere retourstroom. “De grootste uitdaging voor de logistieke keten is om de retourstroom met dezelfde volwassenheid te behandelen als de voorwaartse stroom, vertelt onderzoeker Bram van Schijndel van Capgemini. “Inclusief de servicegraad en de mate van traceerbaarheid. Voorwaarde is dan wel dat het product in die terugwaartse keten ook echt van hoogwaardig herbruikbare kwaliteit is.”

Om aan die laatste eis te voldoen, moeten de producenten van halffabrikaten en eindproducten al in hun ontwerpen nadenken over het volgende leven van hun grondstoffen. “Daarvoor moet je afvalverwerkingsbedrijven bij het ontwerpproces te betrekken. Zij hebben de kennis van hoe je van afval weer een grondstof kan maken en welke grondstoffen hoe herbruikbaar zijn.”

Positiever dan huidige milieubeleid
Grondleggers van het ‘cradle to cradle’-concept zijn William McDonough, een Amerikaanse architect, en de Duitse chemicus Michael Braungart. Samen schreven zij boek ‘Cradle to Cradle: Remaking the Way We Make Things’, waarin zij oproepen tot transformatie van de menselijke industrie door ecologische intelligent ontwerp, een nieuwe manier van produceren zonder afval en een gesloten logistieke keten. (zie ook VMT nummer 8 2008, pag. 28-29). Volgens Van Schijndel is het uitgangspunt van C2C ook veel positiever dan het huidige milieubeleid. “Dat heeft een negatieve insteek: minder produceren, minder afval, minder energieverbruik. Als alle materialen hergebruikt worden, hoef je helemaal niet minder te produceren of te gebruiken. Je gaat heel anders tegen productontwikkeling aan kijken. Dat biedt juist nieuwe kansen.”

Geen wondermiddel
Herbruikbaarheid – of afbreekbaarheid – geldt ook voor verpakkingsmaterialen. Nou is de Nederlander wel wat gewend op het gebied van recyclen – oud papier, glas, statiegeld op flessen, inleveren van oud wit- en bruingoed – maar volgens Van Schijndel zal er meer moeten gebeuren om deze schakel ook in een C2C-proces goed te gebruiken. “Je kunt mensen alleen stimuleren als ze ook weten dat hun inspanningen iets betekenen, als ze zien dat er daadwerkelijk hoogwaardig hergebruik is. De rol van de overheid zal op dit gebied veel groter moeten worden dan nu. Met regelgeving, maar net zo zeer met bewustwording.”

Overigens is Van Schijndel niet per definitie voorstander van meer wetgeving om cradle to cradle te ondersteunen. “Wetgeving is vaak tegenstrijdig en belemmert zo juist hergebruik. Als er regels bij komen, moeten die er vooral zijn om de terugwaartse stroom te faciliteren.” Van Schijndel beseft dat C2C geen wondermiddel is. “Het heeft twintig jaar geduurd voordat de recycling van glas dusdanig op orde was dat het hergebruik minder energie kostte dan het maken van nieuw glas. Ik denk dat cradle to cradle nu staat waar glasrecycling twintig jaar geleden stond. Het is een geleidelijk proces, een proces dat wel nu ingezet moet worden, wil het over tien jaar iets betekenen.”

Uitdaging food-branche
Voor de food-branche ligt de grootste uitdaging van cradle to cradle in de supply chain, bij de aanpak van afval. Van Schijndel noemt vier stadia waar food-bedrijven slagen kunnen maken: door minimaal gebruik en vervoer van lucht en water, door minder afval in de keten zelf, op het gebied van verpakkingsafval en met het concept van afval als voedsel. “Afval is meer dan verpakkingen of het voedsel dat in de gft-bak terechtkomt. Ons onderzoek richt zich ook en vooral op herbruikbaarheid van grondstoffen, niet op biologisch afbreekbare producten. In de hele voedselketen wordt enorm veel afval geproduceerd. Daar zijn veel verbeteringsslagen te maken. Belangrijke bottlenecks zijn bijvoorbeeld de discrepantie tussen vraag en productie, waardoor veel producten op de markt komen die niet verkocht worden.”

Reageer op dit artikel