artikel

Honderd jaar, maar niet stoffig

Algemeen

Het genootschap ter bevordering van Melkkunde bestaat honderd jaar. Ooit ontstaan om de kwaliteit van melk te verbeteren, nu uitgegroeid tot een kennisplatform voor iedereen die iets over zuivel wil weten.

Aan de wieg van het Genootschap ter bevordering van Melkkunde stond een huisarts. “Dokter Plantenga zag in zijn praktijk in Den Haag dat meer dan de helft van de baby’s die flessenvoeding kreeg, overleed”, vertelt Jaap de Wit. Hij beschreef de geschiedenis van het genootschap in een speciaal voor het jubileum gepubliceerd boek. Pogingen van Plantenga om de kwaliteit van melk te verbeteren door te pasteuriseren leverden juist meer sterfgevallen op. Zijn conclusie was dat de kwaliteit van melk bij levering dusdanig goed moest zijn, dat pasteurisatie niet meer nodig was.

Zijn zoektocht naar de juiste melksamenstelling voor zuigelingen leverde niet alleen het eerste consultatiebureau op, maar ook het Genootschap ter bevordering van Melkkunde. Tijdens de halfjaarlijkse vergaderingen bespraken de zuivelexperts hun bevindingen voordat ze overgingen op publicatie. De leden betrokken de overheid bij het kwaliteitsvraagstuk en waren betrokken bij het ontstaan van de warenwet in 1919.

Symposia
Het kwaliteitsvraagstuk drong naar de achtergrond, vanwege concrete regelgeving en het genootschap legde zich meer en meer toe op informatievoorziening. Vanaf het vijftigjarig bestaan organiseert de zuivelclub symposia die voor alle schakels in de zuivelketen interessant kunnen zijn. “Zo hadden we onlangs een symposium over claims, logo’s en regelgeving en gaat het volgende over melkvet. Op een symposium over andere melkbronnen dan de koe kwamen weer andere mensen af”, legt voorzitter Willem Postma uit.

Inmiddels telt het genootschap 260 tot 300 leden uit Nederland en België. Hierin zijn naast de Nederlandse zuivel ook bedrijven gelieerd aan zuivel en voeding en opleidingsinstituten vertegenwoordigd. Het NIZO is van oudsher nauw betrokken bij de organisatie. Het van oorsprong zuivelinstituut levert altijd de secretaris van het gezelschap en herbergt ook het archief.

Statig
Het genootschap kampt met een stoffig imago. Postma: “Zuivel was de afgelopen jaren niet hot, maar er vindt nu weer verjonging plaats. Van de 60 tot 80 bezoekers van een symposium zijn er 20 onder de 25. We proberen een stukje bekendheid te krijgen bij de jeugd. We staan tenslotte aan de voorkant van de kennisvergaring over zuivel en een symposium kost maar 35 euro. Dat is niet duur om te kunnen netwerken met zuivelexperts.”

Om meer jongeren warm te maken voor de zuivelwereld is in 2003 de melkkundeprijs in het leven geroepen voor studenten die een scriptie, verslag of artikel schrijven over een zuivelgerelateerd onderwerp. Op de een of andere manier heeft het genootschap niet zo veel naamsbekendheid onder jongeren.

“Genootschap lijkt een stoffige naam”, legt Postma uit. “We hebben daarom jongeren gevraagd wat ze van de naam vonden. Ze vonden het ouderwets, maar ook statig. Dus laten we het zo. We gaan tussen nu en het eind van het jaar wel iets doen aan het logo.” Geschiedschrijver De Wit beaamt het gebrek aan bekendheid van de vereniging: “Van de erfenissen van dokter Plantenga heeft het genootschap ter bevordering van melkkunde een stuk minder naamsbekendheid verworven dan de consultatiebureaus.”

Informatie
www.genootschapmelkkunde.nl

Reageer op dit artikel