artikel

Meer dan veiligheid alleen

Algemeen

Standaarden en managementsystemen evolueren naar instrumenten om diverse risicogebieden effectief te beheersen. Behalve voor voedselveiligheid en kwaliteit worden ze steeds vaker ingezet voor duurzaamheid, social accountability en bestrijding van bioterrorisme dan wel de veiligheid in de keten. Valkuil blijft echter de overlapping in standaarden en certificatieschema’s en dus ook in audits.

De voedingsmiddelenindustrie heeft zich tot nu toe vooral gericht op voedselveiligheid en kwaliteit. Afnemers en consumenten moeten er blind op kunnen vertrouwen dat voedingsmiddelen veilig zijn en voldoen aan hun eisen, wensen en verwachtingen. Gezien het aantal incidenten dat de laatste jaren heeft plaatsgevonden, is deze focus geen overbodige luxe geweest.

De voedingsmiddelenketen is een van de meest uitgebreide en complexe sectoren. Om deze keten te beheersen moeten gevaren en risico’s worden geanalyseerd, zijn robuuste beheersmaatregelen nodig en is een managementsysteem vereist dat de voorgestelde maatregelen daadwerkelijk implementeert en continu verbetert. Een dergelijke beheersing kan alleen effectief zijn als bedrijven in de gehele voortbrengingsketen zo werken.

Certificeerders zien echter dat de focus van bedrijven zich tegenwoordig niet langer beperkt tot de beheersing van kwaliteit en voedselveiligheid. De huidige en toekomstige aandacht richt zich op een verdere ontwikkeling van ketenmanagement en de integratie van andere aandachtsgebieden zoals duurzaamheid.

Retailers
De retailers hebben een belangrijke invloed gehad op het invoeren van standaarden. Hieruit zijn wereldwijd veel standaarden ontstaan, zoals BRC, IFS, SQF 2000, GlobalGAP. Met deze standaarden streven de retailers hetzelfde doel na als de fabrikanten: ervoor zorgen dat leveranciers een systeem invoeren dat risico’s op het gebied van kwaliteit en voedselveiligheid tot een minimum beperkt.

Door te eisen dat hun leveranciers door een onafhankelijke derde partij gecertificeerd zijn, wil een retailer erop kunnen vertrouwen dat de leverancier alles in het werk stelt om de risico’s te voorkomen. Niet dat certificatie 100% garantie betekent. Een audit blijft een steekpoef en er zijn kritische factoren die de kwaliteit van audits bepalen. De duur van een audit, de kennis en vaardigheden van de auditor, de inhoud van de standaard, de manier waarop de certificatie-instelling gecontroleerd wordt door bijvoorbeeld een accreditatie-instelling, zijn van grote invloed op de kwaliteit en diepgang van de audit.

Fabrikanten
Ook fabrikanten hebben managementsystemen ontwikkeld. Een van de eerste was ISO 9001. Nog steeds is dit een goede standaard om een managementsysteem te ontwikkelen dat zich richt op de eisen en verwachtingen van afnemers. De standaard is echter niet specifiek voor levensmiddelenproducenten ontwikkeld. Ook zijn de HACCP-principes niet expliciet als eisen opgenomen. Vandaar dat schakels in de voedingsmiddelenketen niet kunnen volstaan met alleen deze standaard.

Meer expliciete levensmiddelenstandaarden en certificatieschema’s die vanuit de industrie zijn ontwikkeld, zijn hygiënecodes, GMP+ (diervoeder), Audit+ (bakkerijgrondstoffen) en als meest recente ISO 22000 en het aanvullende (in ontwikkeling zijnde) ‘PRP’-document dat de Europese voedingsmiddelenindustrie in CIAA-verband heeft ontwikkeld. Deze basisvoorwaarden zijn ontwikkeld om ISO 22000 alsnog te laten voldoen aan de eisen van de internationale retailers.

Overheden
Ook overheden proberen, door het aanscherpen van de wetgeving, de voedselveiligheid in de keten beter te borgen en te garanderen. Veelal gebruiken zij daarbij het basisdocument voor alle HACCP-standaarden, ‘de HACCP-principes van de Codex Alimentarius’ en de ‘General Principles of Food Hygiëne’ van dezelfde organisatie.

Genoemde initiatieven van de drie stakeholders hebben allemaal hetzelfde doel: het beheersen van gevaren en risico’s op het gebied van voedselveiligheid en kwaliteit. Alleen hebben ze wel tot een groot aantal standaarden geleid, die elkaar in grote (nog immer toenemende) mate overlappen. Met als gevolg versnipperde eisen en hoge auditkosten.

Bedrijfseigen standaarden
Vooral de grotere levensmiddelenbedrijven ontwikkelen steeds vaker een bedrijfseigen standaard. Belangrijkste doelen zijn harmonisatie tussen vestigingen en om alle vestigingen op een bepaald (minimum)niveau te krijgen. Een groot voordeel van dergelijke bedrijfseigen standaarden is dat de specifieke eisen die een onderneming aan zichzelf stelt, kunnen worden opgenomen. Hetzelfde geldt voor eisen van klanten of overheden.

Om de bedrijfseigen standaarden te laten voldoen aan internationale standaarden zodat afnemers de bedrijfsstandaard ook erkennen, laten bedrijven steeds vaker hun standaarden benchmarken en valideren tegen deze internationale standaarden. De certificatie-instelling kan dan verklaren dat het managementsysteem aan deze internationale standaarden voldoet.

Specifieke eisen
Een andere ontwikkeling is dat fabrikanten steeds vaker specifieke eisen stellen aan hun afnemers en deze laten beoordelen door certificatie-instellingen. Het onafhankelijke karakter en de aanwezige kennis zijn daarvoor belangrijke beweegredenen. Keerzijde is dat indien deze specifieke eisen de al gebruikte standaarden deels overlappen de auditors bepaalde werkzaamheden dubbel moeten uitvoeren.

Die kans is helemaal groot als de afnemer een specifieke certificatie-instelling selecteert voor de audits. Een leverancier kan dan door meerdere partijen geaudit worden op dezelfde onderwerpen. Beter zou het zijn dat alle betrokkenen uitgaan van dezelfde basisstandaard, waarbij de al bezoekende (erkende) certificatie-instelling ook de eventuele aanvullende eisen van afnemers additioneel toetst en daarover rapporteert.

Harmonisatie
De wildgroei van standaarden heeft geleid tot diverse initiatieven om deze te harmoniseren. Zo hebben internationale retailers via het Global Food Safety Initiative (GFSI) een benchmark-model opgesteld waartegen inmiddels vier standaarden (BRC, IFS, Dutch HACCP en SQF 2000) zijn goedgekeurd.

Tot voor kort bleef een groot aantal retailers certificatie tegen specifieke standaarden eisen, en accepteerden dus niet een van de andere drie goedgekeurde standaarden. Bedrijven moeten daardoor aan meerdere, elkaar overlappende standaarden voldoen. Het principe ‘certified once, accepted everywhere’, een van de oorspronkelijke doelstellingen van de GFSI, werd daarmee niet gerealiseerd.

Doorbraak?
Vorig jaar gaven de zeven grote retailers aan te streven naar een verdere harmonisatie van de standaarden. WalMart, Migros, Tesco, Metro, Ahold, Delhaize en Carrefour lieten toen officieel weten dat zij alle GFSI-goedgekeurde standaarden accepteren. Als zij dat in de praktijk doorvoeren en andere retailers volgen dit voorbeeld, dan is dat een belangrijke stap in de richting van harmonisatie.

Ook de publicatie van ISO 22000 is een kans om standaarden te harmoniseren. Deze internationale standaard voor een voedselveiligheidsmanagementsysteem is een generieke standaard die alle schakels in de hele voedingsmiddelensector kunnen gebruiken. De meeste andere standaarden, SQF uitgezonderd, zijn slechts door een deel van de keten te gebruiken.

De industrie is in algemene zin voorstander van het gebruik van ISO 22000, zowel in de eigen bedrijven als in hun leveranciersketen. Retailers vinden deze standaard echter te algemeen, bij gebrek aan specifieke eisen (Good Manufacturing Practices (GMP’s) en basisvoorwaardenprogramma’s (PRP’s)). Maar zoals eerder aangegeven is de industrie in CIAA-verband hard bezig deze specifieke sectoreisen in de ISO te verwerken, zodat retailers deze internationale, onafhankelijke standaard alsnog zouden kunnen accepteren.

Autocontrole
Ook overheden nemen initiatieven om standaarden te harmoniseren. In België bestaat het Autocontrole-systeem al. Hierbij voeren certificatie-instellingen tegen deze sectorgidsen, te vergelijken met hygiënecodes, audits uit. De resultaten daarvan gebruikt de overheid bij het uitoefenen van toezicht.

Ook in Nederland zijn er initiatieven op dit gebied. Het Centraal College van Deskundigen HACCP en de VWA werken gezamenlijk aan een project waarbij bedrijven die gecertificeerd zijn tegen de Dutch HACCP-standaard in een versoepeld controlesysteem van de VWA terechtkomen (zie VMT 3, 2008 pag. 10-13). Een belangrijke voorwaarde voor het slagen van dit project is het realiseren van een gerechtvaardigd vertrouwen van de VWA in de uitgevoerde HACCP-audits.

Daarnaast is er ook het initiatief vanuit de bakkerij en toeleverende grondstoffensector waarbij al HACCP-gecertificeerde grondstoffenproducenten een aanvullende beoordeling op specifieke voedselveiligheidsgevaren ondergaan. Bij een positief resultaat accepteert de VWA dat de afnemers zelf minder controles uitvoeren bij de leveranciers van deze grondstoffen.

Duurzaamheid
De behoefte om duurzaamheidsaspecten door te voeren in de voedingsmiddelenketen neemt sterk toe. Dierwelzijn, maatschappelijk verantwoord ondernemen, gezondheid en ethische, sociale en milieuaspecten zijn allang geen modeverschijnselen meer. Duurzaamheid is geen hype, maar een trend. Zowel afnemers als consumenten verwachten dat levensmiddelenbedrijven daar verantwoord mee omgaan en laten zien op welke manier zij duurzaamheidsdoelstellingen realiseren. De uitdaging is om hier als bedrijf de juiste balans in te vinden.

Het integreren van duurzaamheid in een managementsysteem kan op dezelfde manier plaatsvinden als de beheersing van kwaliteit en voedselveiligheid. Door een risicoanalyse toe te passen op de relevante duurzaamheidsaspecten kunnen kritische beheerspunten worden bepaald en kunnen beheersmaatregelen worden vastgesteld en opgenomen in het managementsysteem. Door dit integraal in de keten door te voeren, kan duurzaamheid op een effectieve wijze worden geïntegreerd.

Social accountability
Voor duurzaamheid, maatschappelijke verantwoordelijkheid en veiligheid in alle supply chains zijn er specifieke standaarden en programma’s. Social Accountability (SA) 8000 is een standaard gericht op de borging van arbeidsomstandigheden en werknemersrechten. De oorsprong van deze standaard is de oprichting in 1997 van Social Accountability International (SAI), van waaruit experts uit verschillende belangenorganisaties (werknemersorganisaties, retailers, fabrikanten, wetenschap) SA 8000 hebben ontwikkeld. In 2001 is deze standaard officieel gepubliceerd.

SA 8000 omvat onder meer eisen met betrekking tot kinderarbeid, gedwongen arbeid, gezondheid en veiligheid, recht van vereniging en collectieve belangenbehartiging, discriminatie, werktijden en eerlijke betaling. Steeds meer afnemers eisen van hun toeleveranciers dat zij deze standaard invoeren. Op dit moment zijn er meer dan 1.300 toeleveranciers in 63 landen en in 70 verschillende sectoren gecertificeerd.

Bioterrorisme
Ook op het gebied van veiligheid in de keten is een standaard ontwikkeld: ISO 28000. Het risico van (bio)terrorisme, diefstal en de eisen voor de beheersing van veiligheid in de logistieke keten leiden tot een groeiende belangstelling voor deze standaard. De aanslagen in New York, Madrid en Londen hebben de behoefte aan een verbeterde veiligheid versterkt.

ISO 28000 beschrijft de eisen voor een veiligheidsmanagementsysteem, inclusief de eisen voor kritische aspecten voor veiligheid in de keten. Het is een hulpmiddel om de veiligheidsrisico’s te analyseren en te beheersen. De standaard is ook gebaseerd op internationale douane-eisen en kan een rol gaan spelen in het toezicht op de naleving van wettelijke eisen. Door al de hiervoor beschreven managementsystemen te integreren ontstaat een ‘risk based’ managementsysteem.

Reageer op dit artikel