artikel

Morgen eten we duurzaam

Algemeen

De wereldbevolking groeit en de welvaart in vooral Azië en Zuid-Amerika neemt toe. De mondiale vraag naar dierlijke eiwitten stijgt enorm. De Food and Agriculture Organization (FAO) voorspelt zelfs een verdubbeling in 2050. Kan de aarde dat aan? Hoe zien de voedselproductie en -consumptie er dan uit? En wat kunnen fabrikanten met deze gegevens?

De wereldbevolking groeit en de welvaart in vooral Azië en Zuid-Amerika neemt toe. De mondiale vraag naar dierlijke eiwitten stijgt enorm. De Food and Agriculture Organization (FAO) voorspelt zelfs een verdubbeling in 2050. Kan de aarde dat aan? Hoe zien de voedselproductie en -consumptie er dan uit? En wat kunnen fabrikanten met deze gegevens?

Het buffet tijdens het Maatschappelijk Café ‘Het menu van morgen: met of zonder dierlijke eiwitten?’ toonde het menu van vandaag. Met dierlijke eiwitten in de vorm van kipkarbonade, gehaktschotel, kalfsvlees in wijnsaus en met roomkaas gevulde pepers. Maar terwijl de 150 aanwezigen genoten van het menu van vandaag discussieerden ze over het menu van morgen. Wat staat er op het menu? Staan er nog dierlijke eiwitten op? Op wat voor manier moeten die eiwitten geproduceerd worden? En wie moet verantwoordelijkheid nemen voor veranderingen?

Dat waren enkele vragen die 23 januari tijdens de door Schuttelaar & Partners en het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) georganiseerde avond aan bod kwamen. Het is de zevende keer dat het communicatiebureau een serie van drie Maatschappelijke cafés organiseert over een maatschappelijk thema. Dit jaar domineren groene thema’s de agenda van de toekomst. Onder de titel ‘Voorbij de verbeeldingskracht’ probeert het communicatiebureau de discussie over deze thema’s op gang te krijgen.

Postzegel
Ronald Hiel, manager Agri en Sustainability bij Schuttelaar, legde het centrale probleem neer bij de aanwezigen. “De vraag naar dierlijke eiwitten gaat enorm toenemen. Hebben we twee of drie aardbollen nodig? Of kunnen we aan de vraag voldoen door de keten duurzamer te maken?” Vier gastsprekers werden hierover stevig aan de tand gevoeld door Teo Wams, Vereniging Natuurmonumenten en Kees de Gooijer, Food & Nutrition Delta. De vier, Annemie Burger (LNV), Gé Backus van het Landbouw Economisch Instituut, Paul Jansen van Vion Food Group en Gertjan Schaafsma, adviseur Nederlandse Zuivel Organisatie waren het erover eens dat de vraag naar dierlijke eiwitten enorm gaat toenemen en dat de huidige productiewijze niet aan deze vraag kan voldoen.

Burger bekende dat Nederland “als postzegel op de aardbol niet de leidende rol kan spelen, maar wel de discussie kan aanzwengelen”. Backus liet de toehoorders beseffen dat de oplossing niet ligt in dieetveranderingen. “Wanneer mensen meer dan twee dollar per dag verdienen, gaan ze vlees eten.” Wel pleitte hij voor intensivering van de veehouderij en het eten van bijvoorbeeld meer pluimveevlees. Want er is enorme diversiteit in de getallen tussen verschillende soorten dierlijk eiwit. Ook Jansen benadrukte dat niet alle dierlijke eiwitten zorgen voor evenveel uitstoot en dat zuivel, vis en kasgroenten juist boosdoeners zijn op het vlak van CO2-uitstoot. Zijn voorstel was om de discussie te voeren met rationale en wetenschappelijke argumenten en om een deskundig onafhankelijk instituut de cijfers te laten vaststellen.

Bovenal pleitte hij voor de maatschappelijke verantwoordelijkheid die iedereen zelf moet nemen en voor het inzetten van agrarische grondstoffen voor duurzame energie, zoals Vion volgens hem met Ecoson doet.

Overheid
Burger zag geen sturende rol weggelegd voor de overheid. “Als overheid wil je niet dwingend zeggen dat er beter kip gegeten kan worden dan varken.” Ook investeren in plantaardig eiwit zag zij niet als oplossing voor het probleem. “Stoppen met de productie van dierlijke eiwitten is met het hoofd in de wolken lopen”, was haar stellige mening.

Schaafsma rekende voor dat zuivel door mestfermentatie, het gebruik van duurzame soja als veevoer en het bevorderen van weidegang als duurzame bronnen van dierlijk eiwit kunnen dienen.

Hear hear
Na de sprekers en het buffet volgde een heuse Lagerhuisdiscussie. Hoewel in dit levendige debat bleek dat de discussie toch moeilijk te vangen is in zwart-wit-uitspraken. De toehoorders kregen stellingen voorgelegd waarna ze de voor- of de tegenkant van de zaal konden kiezen. Bij de meeste stellingen maakten nuanceverschillen echter veel uit.

Zo vroeg men zich bij de stelling ‘De overheid moet vleesvervangers meer stimuleren’ af of het woord vleesvervanger wel de juiste benaming is en of, als deze producten worden gestimuleerd, het gebruik van Hummers dan ook maar meteen moet worden afgeremd. Hoewel het ‘hear hear’ en ‘boe’-geroep, zoals gebruikelijk bij de Britse Lagerhuisdebatten, ruimschoots te horen was, kozen de aanwezigen zelden massaal voor of tegen.

Alleen de laatste stelling bleek voor redelijke eensgezindheid te zorgen in de zaal. ‘De dierlijke productieketen kan veel duurzamer produceren’ kon op veel meer voor- dan tegenstanders rekenen. Velen pleitten daarbij voor een mondiale aanpak, waarbij Nederland kan dienen als voortrekker vanwege zijn kennis en ervaring op het gebied van duurzame veehouderij. Blijkbaar is duurzaamheid één van de dingen die op het menu van morgen horen te staan.

Reageer op dit artikel