artikel

‘Er is veel bereikt maar ook veel te doen’

Algemeen

De Task Force Verantwoorde Vetzuursamenstelling kan tevreden zijn. Er is een flinke reductie van het gehalte trans- en verzadigde vetzuren in voeding bereikt. Maar de doelstellingen voor 2010 zijn nog niet gehaald. “Er moet nog veel gebeuren, vooral op het gebied van verzadigde vetten.”

De Task Force stelt zich ten doel om de inname van transvetzuren in 2010 terug te brengen tot maximaal 1 energieprocent en verzadigde vetzuren tot maximaal 10 energieprocent. Daarmee volgt het samenwerkingsverband de aanbevelingen van de Gezondheidsraad. Een blik in de jaarlijkse rapportage van de Task Force leert dat er duidelijk stappen in de goede richting zijn gezet. De aardappelverwerkende industrie heeft de hoeveelheid transvetzuren tot een absoluut minimum teruggebracht. Ook het gehalte verzadigde vetten is verlaagd, zij het in mindere mate dan de transvetten.

Gezonde vetten
In de koek- en gebaksector zijn de hoeveelheden trans- en verzadigde vetzuren gedaald danwel gelijk gebleven, zo blijkt uit metingen in 2005/2006 en 2007. TNO Kwaliteit van Leven heeft in 2007 de eerste drie fasen van het project ‘Gezonde vetten in de bakkerij’ afgerond.

Brancheorganisaties Vereniging voor de Bakkerij- en Zoetwarenindustrie (VBZ) en de Nederlandse Vereniging van de Bakkerij (NVB) gaven hier opdracht toe met als doel de leden te helpen om het gehalte verzadigd vet met 33% te verminderen en te vervangen door plantaardige oliën en vetten met behoud van kwaliteit. De periode tussen 2008 en 2010 zal in het teken staan van de toepassing van de beschikbare kennis bij zoveel mogelijk bedrijven. De brancheorganisaties stimuleren het traject actief.

Snackproducten
Snackproducten laten bemoedigende cijfers zien. De hoeveelheid transvetten nam zeer drastisch af. Voor de verzadigde vetten was het lastiger om een forse vermindering te bereiken: de doelstelling van een 30%-reductie werd niet gehaald. Als reden hiervoor noemt de AKSV, de verenigde snackproducenten, dat van de gebruikte oliën en vetten nog altijd 65% palmolie, palmoleïne en gehard palmvet is. Wanneer de geharde palm vervangen zou worden, lost dit niet alleen het probleem van verzadigd vet op maar daalt ook het transvetzuurgehalte. De AKSV stelt verder dat voor de meeste eindproducten, zoals frikandellen, kroketten en loempia’s, het transvetgehalte beneden de 1% is gekomen.

Nieuwe uitdaging
De diverse branches hebben dus de doelstellingen voor transvetzuren over het algemeen gehaald maar voor verzadigde vetzuren niet. “Dit komt doordat de focus van de Task Force allereerst gericht was op het reduceren van transvetzuren, pas daarna kwamen de verzadigde vetzuren in beeld”, legt Claudia Oomen, unitmanager Voeding bij MVO (Productschap Margarine, Vetten en Oliën), uit. “Er moet nog veel gebeuren. Het blijft lastig om verzadigde vetten waarvan de inname rond de twaalf procent van de dagelijkse energieconsumptie ligt, uit een eindproduct te halen zonder de smaak en functionaliteit aan te tasten. Daar ligt de nieuwe uitdaging.”

Onbespreekbaar
Een belangrijke schakel in de keten die innovaties met minder verzadigd vet kan stimuleren, is de retail. Een van de complicerende factoren voor verdere toepassing van vloeibare oliën is een stijging van de kostprijs. ‘In de retail is dit altijd nog onbespreekbaar’, schrijft brancheorganisatie AKSV in het rapport van de Task Force. Met andere woorden: het is lastig om de hoeveelheid verzadigde vetten omlaag te brengen als de kostprijs niet omhoog mag. “De retail moet meehelpen aan innovaties door bijvoorbeeld schapruimte te creëren”, zegt Oomen. “We zijn in gesprek over een toekomstige samenwerking in de Task Force.

Slagkracht
De sectoren die aangesloten zijn bij de Taskforce Verantwoorde Vetzuursamenstelling produceren de helft van alle producten die transvetten en verzadigde vetten bevatten. De andere helft komt uit de zuivel- en vleessector. Onlangs traden twee nieuwe leden toe tot de Task Force: de Vereniging van Nederlandse Fabrikanten van Bakkerijgrondstoffen (NEBAFA) en de Nederlandse Brood- en banketbakkers Ondernemers Vereniging (NBOV).

Ze ontvouwden in de rapportage hun plannen van aanpak om de doelstellingen van 2010 te halen. “Hiermee hebben we gelijk nieuwe ambities binnengehaald”, zegt directeur Frans Claassen van het Productschap MVO. “De slagkracht voor de hele bakkerijsector wordt groter en dus ook het resultaat.”

Er is voldoende technologische kennis aanwezig om de doelstellingen te halen, meent Oomen. “Er zijn ook voldoende vetten en oliën die niet duur zijn, maar wel een betere vetzuursamenstelling hebben.” Volgens Oomen is het verder belangrijk dat de branche samenwerkt én dat de consument goed geïnformeerd is.

Ze is dan ook blij met de Dagelijkse Voedingsrichtlijn van de FNLI, die informeert over de hoeveelheid vet, suiker en zout in producten. MVO lobbyt al jaren in Brussel voor een verplichte voedingsdeclaratie van verzadigd en onverzadigd vet en het liefst ook transvet. Deelnemers aan de Task Force kunnen hier hun voordeel mee doen, denkt Oomen. “Klanten zullen sneller een product kiezen met minder verzadigd vet en transvet. Zo worden inspanningen beloond.”

Reageer op dit artikel