artikel

MVO, streek- en biologische producten tellen volop mee

Algemeen

Biologische producten verkopen goed en komen in recent onderzoek ook nog als gezonder uit de bus dan de reguliere producten. Dit sluit naadloos aan bij de gezondheidstrend, die vaak gepaard gaat met milieubewustzijn. Niet voor niets houden steeds meer bedrijven zich bezig met Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO). Een recente trend is de opkomst van de streekproducten.

Voor een typisch Noord-Brabants worstenbroodje zal de liefhebber in de auto of trein richting zuiden moeten stappen. Binnenkort hoeft dat niet meer, want in 2008 zijn Brabantse streekproducten – van soepen tot complete maaltijden – in de schappen van de meeste landelijke supermarkten te vinden.

De opkomst van de streeksprodcten kwam ter sprake tijdens de Masterclinic Food, Culture and Life Style van het Anton Jurgens Institute gehouden in november in Vught. De streekgerichtheid neemt erg toe, meent Ed Hendriks, projectregisseur van Agro & Co, een groene ontwikkelingsmaatschappij voor ondernemers. Drie jaar geleden voorzagen Agro & Co en landbouworganisatie ZLTO dat voedsel uit de regio landelijk succesvol kan boeken.

Oude recepten
Volgens het Landbouw Economisch Instituut (LEI) bestaat er onder consumenten het verlangen naar eerlijk, ambachtelijk en authentiek voedsel. Noord-Brabantse streekproducten voldoen hieraan. In de provincie zijn immers veel oude recepten beschikbaar. Daar komt bij dat streekproducten volgens traditionele methoden worden geproduceerd. Bovenal staat het gebied in Zuid-Nederland bekend als Bourgondisch. De voedingsmiddelenbranche industrialiseert en internationaliseert met als gevolg dat consumenten vervreemden van hun eten, stelt het LEI. Streekproducten zorgen juist voor meer betrokkenheid bij het product.

Marketingorganisatie
Voeding uit de streek biedt voldoende mogelijkheden om landelijk te vermarkten. Maar er zijn ook nadelen. Zo is de organisatiegraad van de vele regionale producenten laag en zijn ze niet aangesloten bij nationale brancheorganisaties. Om dit te verbeteren hebben Agro & Co, ZLTO en Boost Concepts een marketingorganisatie opgezet onder de naam Streekselecties. Deze organisatie zal zorgen voor de marketing, logistiek, R&D en verkoop van streekproducten.

Ruim120 producenten hebben al aangegeven zich onder de paraplu van Streekselecties te willen scharen. Toch zullen in eerste instantie slechts ongeveer 25 daarvan gaan leveren. De reden: de andere bedrijven hebben nog niet genoeg productiecapaciteit en logistieke mogelijkheden. Gestart wordt in 150 supermarkten van een of meerdere supermarktorganisaties, vertelde Hendriks. Hij wilde niet zeggen om welke supermarktketens het gaat. Op termijn zullen zowel het aantal leveranciers als het aantal supermarkten worden uitgebreid.

Positieve associaties
ZLTO en Agro & Co hebben grootse plannen met de Noord-Brabantse streekproducten. Ze gaan de boer op met de boodschap dat streekproducten een betere smaak hebben, natuurlijker zijn en verser zijn door het relatief korte transport. Onderzoek van Agro & Co wijst uit dat 35% van de Nederlandse consumenten regionale producten willen kopen en dat ze daarvoor graag 10 tot 20% meer betalen. Bovendien zien supermarkten specialiteiten uit de regio als toegevoegde waarde. Agri & Co en ZLTO menen dat het huidige marktaandeel van 0,5% kan groeien tot 5%. De beide organisaties denken dat ook producenten uit andere provincies hun producten landelijk zullen gaan vermarkten.

Onderzoeksbureau GfK Panel Services heeft nog geen concrete cijfers over streekproducten. Maar als je naar de markt kijkt dan lijkt de populariteit toe te nemen, constateert Laurent de Groof account group manager Food. Volgens De Groof is het belangrijk dat consumenten positieve associaties hebben als zij een streekproduct kopen. Hij noemt als voorbeeld dat melk om de hoek een beter imago heeft dan melk van ver weg. “Je moet een mate van herkenning meegeven. Bij streekproducten uit Noord-Brabant kan bijvoorbeeld de typische Brabantse gezelligheid worden overgebracht”, zegt De Groof.

Biologische producten
Daar waar het streekproduct een relatieve nieuwkomer is, draait het biologische product alweer jaren mee. En hoe. De omzet van EKO-producten steeg in het tweede halfjaar van 2007 met 15% tot € 258,1 miljoen, zo staat in de Biomonitor van de Taskforce Marktontwikkeling Biologisch. Het percentage huishoudens dat biologische producten koopt en de aankoopfrequentie zijn ook gegroeid.

Het succes van ecologische producten vertaalt zich ook in een sterk stijgend aanbod in supermarkten, zo laten de jaarlijkse EKO-tellingen van Milieudefensie en Solidaridad zien. Gemiddeld is het aanbod biologisch 69 producten per supermarkt, het hoogste niveau in tien jaar. Supermarktketen Plus presteert met op de keper genomen 238 biologische voedingsmiddelen per filiaal het beste. Door de publicatie van de Universiteit van Newcastle dat biologische producten gezonder zijn dan niet biologische, krijgen de bioproducten een flink steuntje in de rug. Hoewel dit het grootste onderzoek naar biologische voeding ooit was in Europa, meldt eerder onderzoek van de Consumentenbond juist dat biologische groenten niet gezonder zijn dan ‘gewone’ groente.

Onlangs riep het Centraal Bureau Levensmiddelen (CBL) de politiek op om het BTW-tarief voor biologische producten tijdelijk op 0% te stellen om de verkoop te stimuleren. Dit is geen reden voor producenten van biologisch om achterover te leunen. Uit cijfers van GfK komt naar voren dat 16,5 % van de consumenten die in vaktaal de heavy-users worden genoemd, maar liefst 83% van de omzet voor hun rekening nemen. Producenten van ecologische producten zullen zich dus vooral gaan richten op de zogenoemde ‘light users’, veelal huishoudens met lage inkomens en veel kinderen die hun inkopen doen in de supermarkt.

Gezondheidsaspect belangrijkst
Biologische producten hebben een gezond imago en staan tegelijkertijd voor milieubewustzijn en dierenwelzijn. “Het gezondheidsaspect is het belangrijkst. Dit spreekt eerder aan dan het helpen van de wereld”, aldus De Groof van GfK. Ook bij Valess, de vleesvervanger op basis van zuivel, staat het gezondheidsaspect voorop. Dit product richt zich niet zozeer op vegetariërs als wel op de doelgroep vleesverminderaars.

Deze consumenten zoeken een product dat net zo smaakt als vlees maar gezonder is, terwijl de ‘echte’ vegetariër gemotiveerd wordt door dierenwelzijn en milieu. Die laatste aspecten komen bij Valess, dat afgelopen jaar een groei kende van 35%, in reclames amper naar voren. Menco Sandstra internationaal marketing manager van Valess geeft dit toe, want de doelgroep is primair geïnteresseerd in gezondheid. Toch is Valess ook goed voor het milieu: “Als alle huishoudens een keer per week Valess eten in plaats van vlees, dan betekent dat een CO2-reductie van 2%. Om hetzelfde te bereiken, zou de overheid € 100 miljoen moeten investeren in een windmolenpark.”

Campina houdt in zijn beleidsvoering rekening met duurzaamheid. De zuivelreus gaat een open dialoog aan met maatschappelijke organisaties, werkt aan een lager verbruik van water en energie en stimuleert het gebruik van verantwoord geproduceerde soja voor veevoer om het regenwoud te sparen. Dit is te lezen in het MVO- verslag 2006 van Campina. Ook bedrijven als Unilever en Sara Lee/ Douwe Egbers (duurzame koffie) zijn maatschappelijk verantwoord bezig.

Verantwoord ondernemen
Volgens Anouk van Heeren CREM, een adviesbureau voor duurzame ontwikkeling, is MVO een volwassen en geaccepteerd begrip geworden. Een groeiend aantal bedrijven houdt zich hiermee bezig. “Voedingsbedrijven zien in MVO of duurzaamheid zowel een marktkans als een noodzaak”, meent van Heeren. De grote vraag naar grondstoffen en voedingsmiddelen dwingt bedrijven ook tot meer efficiëntie, zoals energiebesparing en recycling. Ook willen ze zichzelf een duurzaam imago aanmeten. Natuurlijk spelen sociale en milieumotieven een rol om duurzaam te ondernemen. Maar een bedrijf wil volgens Van Heeren nooit minder verkopen, zo geeft ze de lastige spagaat ten aanzien van duurzaamheid voor het bedrijfsleven aan.

Een probleem is de afbakening van de verantwoordelijkheid van bedrijven, want wie heeft nu welke verantwoordelijkheden in de productieketen? Een vraag die niet eenvoudig te beantwoorden is, meent Van Heeren. Om tot duurzame productieketens te komen is afstemming tussen overheid, maatschappelijke organisaties, branche organisaties en individuele bedrijven een noodzaak. Met duurzaamheid hoog in het vaandel kunnen bedrijven nog steeds voldoende winst maken. “Dit kan door andere vormen van eigendomsrecht, een breder concept van kosten en winst, maar dit vereist wel een andere manier van denken.”

Reageer op dit artikel