artikel

Wetgeving enzymen, additieven en aroma’s op hoofdlijnen bekend

Algemeen

De Europese Commissie presenteerde juli 2006 conceptteksten voor vier nieuwe verordeningen op het gebied van additieven, aromastoffen, enzymen en toelatingsprocedure. Vervolgens heeft het Europees Parlement daarop amendementen kunnen indienen. Lidstaten en commissie zullen deze voorstellen accepteren of met compromisvoorstellen komen. De grote lijnen van de verordeningen liggen echter al vast.

De Europese Commissie presenteerde juli 2006 conceptteksten voor vier nieuwe verordeningen op het gebied van additieven, aromastoffen, enzymen en toelatingsprocedure. Vervolgens heeft het Europees Parlement daarop amendementen kunnen indienen. Lidstaten en commissie zullen deze voorstellen accepteren of met compromisvoorstellen komen. De grote lijnen van de verordeningen liggen echter al vast.

Voor additieven bestaan momenteel drie verordeningen: één voor zoetstoffen, één voor kleurstoffen en één voor ‘overige additieven’. Deze drie categorieën zullen straks vallen onder een nieuwe additievenverordening. Het commissievoorstel voor deze verordening zijn samen met de bijbehorende amendementen van het Europees parlement, te vinden op: http://ec.europa.eu/prelex/apcnet.cfm, met als nummer COM (2006) 428.
Alle additieven die in bepaalde voedingsmiddelen worden toegelaten, zullen worden opgenomen in een communautaire lijst. Deze lijst zal ook een sectie bevatten voor additieven in additieven, in enzymen en in aromastoffen.
Aanpassingen van de communautaire lijst verlopen via de comitologie procedure (evenals bij aromastoffen en enzymen) waarbij de besprekingen enkel plaatsvinden in expertcomités met daarin vertegenwoordigers van de lidstaten. Momenteel worden aanpassingen van de toelatingen geregeld via de co-desisie procedure. Daarbij moet tijdens de beslissingsprocedure ook het Europees parlement worden geraadpleegd. Deze is dus omslachtiger dan de comitologie procedure.
Van alle bestaande additieven zal worden bestudeerd of ze voldoen aan de algemene voorwaarden (zoals ‘technologische behoefte’) die in de nieuwe verordening worden geformuleerd. Ten opzichte van de huidige situatie veranderen deze voorwaarden in principe niet. In principe, want het parlement zou die algemene voorwaarden graag uitbreiden met milieu-effecten en de voorwaarde dat additieven de consument voordeel moeten opleveren. De commissie en lidstaten, vertegenwoordigd in de raadswerkgroep die de verordeningen behandelt, stemmen echter niet in met de door het parlement voorgestelde formuleringen.
De verordening voorziet verder ook in een herevaluatie van alle bestaande additieven door de EFSA. Binnen een jaar na de inwerkingtreding zal daarvoor een programma worden opgesteld.

Aromastoffen
In de nieuwe aromastoffenverordening (COM (2006) 427) zullen de regels over de aanwezigheid van ongewenste schadelijke stoffen (zoals estragol, methyleugenol en coumarine) duidelijker worden opgesteld. In het voorstel van de commissie staat nu expliciet vermeld dat de maximumgehaltes voor dergelijke ongewenste stoffen in voedingsmiddelen ook van kracht zijn als deze stoffen afkomstig zijn van ingrediënten met aromatiserende eigenschappen (zoals kruiden en specerijen). Dit werd tot nu toe verschillend geïnterpreteerd door lidstaten.
Het parlement heeft echter voorgesteld, deze limieten niet te laten gelden als deze stoffen afkomstig zijn van kruiden en specerijen. De commissie en lidstaten zijn het echter niet eens met dit amendement. Als compromis zal wellicht het gebruik van kruiden en specerijen in restaurants expliciet worden uitgesloten, zodat restaurants in principe geen rekening hoeven te houden met de maximumlimieten in de verordening. De levensmiddelenindustrie die kruiden en specerijen verwerken, zal er wel op moeten letten dat de maximumlimieten voor de ongewenste stoffen niet worden overschreden.
Daarnaast zal overigens voor kruiden en specerijen ‘op zich’ (dus als ze niet in voedingsmiddelen zijn gebruikt) de situatie niet veranderen: hiervoor zullen geen maximumlimieten gelden van de vermelde ongewenste stoffen.

Natuurlijk
Een ander belangrijk punt in de nieuwe aromastoffenverordening is, dat het duidelijker zal zijn wanneer, en onder welke voorwaarden, het begrip ‘natuurlijk’ mag worden gebruikt. De commissie probeerde hierbij uit te gaan van de huidige praktijk, dus hoe de bestaande regels momenteel worden geïnterpreteerd.
Een ander uitgangspunt is dat consumenten niet mogen worden misleid. Bij de natuurlijke aroma´s zal dat onder andere ertoe leiden dat wanneer de consument de bron van de smaak (bijvoorbeeld aardbei) kan herkennen, de fabrikant deze bron ook dient te vermelden (‘natuurlijk aardbei aroma’); een meer algemene beschrijving (‘natuurlijk aroma’) is dan niet toegestaan.
Er is op dit moment nog geen overeenstemming bereikt over tot welk percentage er natuurlijke aroma´s van een andere bron afkomstig mogen zijn als er maar één bron vermeld is. De commissie was in het voorstel uitgegaan van de huidige praktijk. Nu geldt bijvoorbeeld voor de aanduiding ‘natuurlijk vanille aroma’ dat er voor 10% ook andere (natuurlijke) aroma’s gebruikt mogen worden dan natuurlijk vanille (voor standaardisatie of om een bepaald accent te geven). Het parlement wil dit restrictiever maken (5%), wat gevolgen zal hebben voor de formulering van een aantal natuurlijke aroma´s. Dit voorstel wordt ook gesteund door een aantal lidstaten, en een aantal zou zelfs verder willen gaan (2% of 0%). Een compromis (5%) ligt hier voor de hand.

Enzymen
Geheel nieuw is de regelgeving over enzymen (COM (2006) 425). De verordening betreft zowel die enzymen die nu nog als additieven geregeld zijn, als ook de proceshulpstoffen. Beide klassen worden opgenomen in een communautaire lijst.
Etikettering van enzymen zal plaatsvinden aan de hand van de functie. Enzymen die gebruikt zijn als technologische hulpstoffen hoeft de fabrikant echter nog steeds niet op het etiket te vermeldrn.
Het bedrijfsleven zal, na publicatie van uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de informatie die bij de aanvraag moet worden aangeleverd, twee jaar de tijd krijgen om aanvragen in te dienen. In de tussentijd zullen de nu nog bestaande nationale procedures in de lidstaten van kracht blijven, zodat het mogelijk blijft enzymen op de markt te brengen.

Toelatingsprocedure
De laatste, en wellicht belangrijkste, van de vier verordeningen betreft het voorstel voor een gemeenschappelijke toelatingsprocedure voor additieven, enzymen en aromastoffen (COM (2006) 423). Deze verordening zal de toelatingsprocedure voor de verschillende stofklassen harmoniseren.
Alle toelatingen zullen voortaan op Europees niveau verlopen: er zullen geen nationale toelatingen meer zijn. Aanvragen moeten voortaan ook altijd worden ingediend bij de commissie.
De veiligheidsbeoordeling zal uiteraard gebeuren door de EFSA, terwijl de commissie de communautaire lijsten voor de verschillende stofgroepen opstelt en verandert. Er worden duidelijke termijnen gesteld in de procedure. Zo krijgt de EFSA maximaal 9 maanden om een oordeel te geven, en ook de commissie krijgt maximaal 9 maanden om samen met de lidstaten tot een wijzigingsvoorstel te komen.
Omdat het om maximumtermijnen gaat is het echter moeilijk te zeggen hoe lang de nieuwe toelatingsprocedure zal duren voor de verschillende stoffen. Het is namelijk zeker niet te verwachten dat de maximumtermijnen altijd nodig zijn om de aanvragen te behandelen. De toekomst zal dit verder moeten uitwijzen.

Reageer op dit artikel